.nl | .be

Management

Mannen scoren punten bij baas met traditionele vaderschapsrol

‘Een vrouw hoort achter het aanrecht’, ‘Amerikanen kijken heel veel tv’ of ‘moeders zijn altijd zorgzaam'. Het zijn stereotyperingen die we niet meer serieus kunnen uitspreken tegenwoordig. Toch zijn ze vervangen door nieuwe stereotyperingen, vaak gericht tegen vrouwen. Maar ook mannen hebben ermee te maken, al is dit vaak positief.

Die stereotyperingen hebben meer invloed dan we zouden denken, zo schrijft psycholoog Roos Vonk in haar boek ‘De eerste indruk’. Het gebeurt vaak onbewust en ze zijn moeilijk te onderdrukken. Sterker nog, als je probeert het te onderdrukken, komt het nog sterker naar boven. Want wat niet mag, doen we juist wel. Enkel mensen die een sterke motivatie hebben om stereotypering te vermijden, slagen hierin. Een bitch met zelfvertrouwen Ook binnen het bedrijfsleven steken nog vaak genoeg stereotyperingen de kop op. Zo moeten vrouwen zorgzaam en warm zijn, ze mogen niet te ambitieus of zelfverzekerd zijn. Gedragen ze zich wel zo, dan worden ze al snel getypeerd als ‘bitchy’. Andersom moet een man juist wel zelfverzekerd en ambitieus zijn en niet teveel vrouwelijke kwaliteiten bezitten. Mannen die veel aandacht besteden aan hun uiterlijk worden niet erg serieus genomen, al wordt dit sinds de intrede van de ‘metroman’ steeds breder geaccepteerd. Vrouwen horen er altijd verzorgd bij te lopen, we vinden het maar raar als dit niet zo is. De juiste stereotypes Het lastige eraan is, je wil natuurlijk niemand onbewust in een hokje duwen, maar die stereotyperingen zijn wel ergens op gebaseerd. Stereotypen zijn niet per definitie onjuist, schrijft Vonk. Als een vrouwelijke hoogleraar wordt aangeschreven met ‘Beste meneer’ is dat erg vervelend, maar negen van de tien keer is de hoogleraar ook een man. Onbewust hebben we een beeld in ons hoofd van ‘wat hoort’. Dit is vaak niet verkeerd, maar er moet eerst over nagedacht worden. Dat voorkomt al een hoop gênante ervaringen. Salarisverschillen Die verschillen gelden ook nog steeds voor mannen en vrouwen binnen het bedrijfsleven. Vooral in de hoogte van het salaris is dat goed te zien. Dit komt ook deels door vrouwen zelfs, stelt Vonk. Vrouwen zijn namelijk slechter in onderhandelen dan mannen, bovendien zijn de onderhandelaars minder toegeeflijk tegenover vrouwen. Typisch vrouwelijk gedrag, voorzichtig en wat onzeker, levert minder op dan een man die zeg: ‘dit wil ik’. De onderhandelaar gaat hierbij ook uit van een stereotype, namelijk dat vrouwen toegeeflijker zijn. Als zij dan minder bieden, gaan ze er eigenlijk vanuit dat de vrouw wel toe zal geven. Niet onterecht, een vrouwelijke hoogleraar bijvoorbeeld verdient gemiddeld 438 euro (bruto) minder dan haar mannelijke collega’s. Moeder- en vaderschap Daarnaast is een groot deel van het verschil te wijten aan het moederschap, stelt Vonk. Moeders worden gezien als warm en aardig, maar relatief onbekwaam. Daarom verdienen zij minder dan niet-moeders. Ook willen veel moeders parttime werken. Opvallend is dat dit bij mannen andersom werkt. Mannen met kinderen vervullen een ‘traditionele rol’, die van kostwinnaar van het gezin. Dat levert blijkbaar pluspunten op bij de baas. Zij worden beoordeeld als warm, toegewijd en beter op interpersoonlijke bekwaamheden. Een gezin zit hun carrière niet in de weg, want dit wordt gezien als normaal. Bij vrouwen echter wel, daar lijkt het kiezen of delen te zijn tussen werk en gezin. Lees ook deel 1: Hoe belangrijk is een eerste indruk bij solliciteren? Dit artikel is gebaseerd op een hoofdstuk uit het boek van Roos Vonk: De eerste indruk. Wil je het boek lezen? Je kunt het hier bestellen.