Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Het geheim van een carrière in het buitenland

Velen dromen ervan, slechts weinigen doen het: een carrière in het buitenland. Toch is het niet meer zo moeilijk als het ooit was. Succesmanagers ­verklappen hun geheimen.


1 Denk aan thuis

Is het behoudzucht? De verknochtheid aan spruitjes, poldermodel, files en regen? Of is het gewoon nergens zo leuk en uitdagend werken als in Nederland? Hoe dan ook, feit blijft dat – ondanks het vrije verkeer van personen in Europa – Nederlanders nog steeds betrekkelijk honkvast zijn in hun loopbaan.

Deels is die lage emigratiebereidheid een gevolg van succesvolle emancipatie: nu steeds vaker beide partners werken, ­verdwijnt het klassieke beeld van de vrouw die bijna slaafs de man over de hele wereld achterna reist. In recent MT-onderzoek blijkt een onwillende partner dan ook de belangrijkste reden om níet naar het buitenland te gaan. En meer dan driekwart van de respondenten zegt: “Als mijn partner niet mee wil, ga ik ook niet”.

Betrokkenheid van het gezinsleven is dan ook essentieel, zeggen zij die wel gingen. “Mijn vrouw ­wilde graag mee naar India”, ­vertelt Wim Elfrink, chief globalization officer bij Cisco. “Velen ­zouden daar niet eens aan beginnen.”
Je moet een stabiele basis hebben voor je emigreert, stelt ook Rob ten Hoedt, topman bij Medtronic. “Privé heeft een ­vertrek de meeste impact. Daar moet je goed over nadenken.”

“Een stap naar het buitenland moet echt passen in je leven”, zegt ook Werner Vogels, chief technology officer bij Amazon, die in Seattle werkt. Toen hij naar Amerika vloog, was dat ook om aan Amsterdam te ontsnappen. “We hadden jonge kinderen en die wilden we buiten laten ­opgroeien. Groen. We waren het zat om elke keer als we naar de zandbak gingen, te moeten ­spitten om te kijken of er geen junk meer in zat.”

2 Wees geen expat

Hoe begin je een succesvolle buitenlandse carrière? Voor Bart Becht, de topman van Reckitt Bensinger, is het helder: “Zie jezelf niet als een expat, maar als wereldburger. Wees nieuwsgierig naar andere culturen en nieuwe ervaringen.”
Theo Bouts, coo global life bij Zürich Financial Services, valt hem bij. “Je moet je openstellen. Neem niet te veel mee, hou de geest flexibel. Je moet je snel willen aanpassen, je ervaring moet je basis zijn, niet je eindwaarde.”

Het is een mentaliteit die Nederlanders overigens wel past, stelt Marc van der Chijs, de oprichter van Tudou, de Chinese pendant van YouTube. “Als Amerikanen over de grens werken, willen ze meteen hun cultuur opleggen. Daardoor worden ze niet succesvol. Nederlanders zijn beter in staat zich aan te passen. We zijn een klein land, en zijn daardoor al eeuwen gewend om zaken te doen met andere landen.”

Aanpassingsvermogen is wat telt, denkt ook Bayer-topman Marijn Dekkers: “Internationaal moet je een beetje een kameleon zijn. Amerikaan in de Verenigde Staten, Nederlander in Nederland en Duitser in Duitsland. Waarom denk je dat Louis van Gaal zo populair is in Duitsland? Omdat hij succes heeft natuurlijk, maar ook omdat hij lederhosen draagt. Je moet hier zeker niet die stijve Hollander blijven, dan doe je niet mee, dan had je maar in Nederland moeten blijven.”
Cisco’s Wim Elfrink ziet iets soortgelijks. “Engelsen komen meteen met een eigen pub, Fransen met een café, maar meedoen met de lokale bevolking zit bij ons gewoon in de genen.”

3 Blijf Hollands

Aanpassingsvermogen is één, dat betekent nog niet dat je je persoonlijkheid aan de kapstok moet hangen, zegt Otto Takken, lid van de raad van bestuur van het Franse ­Arkema. “Je moet Nederlander blijven, en dus bijvoorbeeld dingen direct ­blijven zeggen. Je moet jezelf niet verloochenen. Doe je dat toch, dan wordt het een karikatuur. Als een Fransman in de Verenigde Staten met een Amerikaanse stoerheid roept: ‘Dan gooi ik toch 400 man eruit’, accepteren ze dat daar ook niet.”

Zo waakt hij er zelf voor de taal niet té goed te spreken. “Want als je te perfectionistisch wordt, ga je niet vooruit.” Maar er is ook een andere reden. “Ik zit in Parijs vaak met de bonden om tafel. Je moest eens weten hoe vaak ik de kaart gespeeld heb: ‘Ja, maar ik ben Nederlander. Dat kun je van mij niet vragen’.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Toch is talenkennis onmisbaar, zegt Bayer-topman Marijn Dekkers. “Ik heb nu nog elke week privéles in het Duits. Ik wil niet door het leven gaan met twee fouten per zin. Dat had ik in het Engels ook. Als ik een praatje moest houden voor een congres, oefende ik dat tien keer. Dat waarderen mensen.”

Lees ook in de serie Hollands exportsucces:

Deze rubriek volgt op de publicatie in MT over 33 Nederlandse succesmanagers in het buitenlandse zakenleven. Kent of bent u een Nederlandse manager die in het buitenland, bij een buitenlands bedrijf werkt? Laat het ons weten per mail