Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

CNV voorzitter Doekle Terpstra

Het Christelijk Nationaal Vakverbond heeft ‘korte lijntjes’ met het kabinet, zegt voorzitter Doekle Terpstra. Voorlopig heeft dat echter weinig opgeleverd. Aan de vooravond van Prinsjesdag staan de sociale partners met geslepen messen tegenover elkaar. “Jan Peter, help ons.”

Spijt natuurlijk als haren op uw hoofd dat u CDA heeft gestemd? 
“Nee hoor, hoezo?”

U heeft gestemd voor de regering die u nu aan het bestrijden bent. Beetje dom.
“Ik heb gestemd voor een partij, niet voor een coalitie.”

Kom, kom. Balkenende heeft er tijdens de verkiezingsstrijd nooit een geheim van gemaakt dat hij met de VVD in zee wilde. Hoe legt u uw stemgedrag aan uw leden uit?
“Onzin. Je moet een onderscheid maken tussen dat wat een partij in zijn programma heeft staan en de compromissen die een coalitie moet sluiten. Ik sta achter de idealen die het CDA heeft ingebracht. Over de richting van de samenleving, de organisatie van verantwoordelijkheden. Over een overheid die niet alles wil regelen, maar verantwoordelijkheid laat bij de samenleving.”


Daar ziet u iets van terug?
“Nou, wij zijn best kritisch op het CDA. We zien veel bevlogenheid in het financiële beleid en we hadden die bevlogenheid graag ook gezien in andere thema’s. Daar heeft het CDA-gedachtegoed zich wat minder gemanifesteerd. Wij hebben bijvoorbeeld grote bezwaren tegen de mate waarin bezuinigd wordt. Dit kabinet heeft bijna een rigide visie op de boekhouding, het is de vraag of dat op dit moment wenselijk is.”


Spijt dus. Iets anders. Tijdens de CDA-partijraad, afgelopen voorjaar, was u woedend op minister De Geus die dreigde met ingrepen in de loonontwikkeling. U noemde dat ‘vooroorlogse maatregelen’ en u zei letterlijk dat De Geus de deur naar de vakbeweging had dichtgegooid.
“Nou ja, hij heeft aan mij persoonlijk toegegeven dat die oprisping een slip of the tongue is geweest. Zijn opmerking was niet bedoeld voor de publieke tribune.”


Met andere woorden: hij overweegt het wel, maar had het niet in het openbaar moeten zeggen. Mooi is dat.
“Ach, in besloten kring zit je soms wat te filosoferen en dan moet je ook onbevangen naar onorthodoxe maatregelen kunnen kijken. Dat geeft niks. Maar op het moment dat een minister zoiets voor de camera zegt, dan heeft hij natuurlijk wel een probleem. Ik vond het op dat moment ongelofelijk onverstandig om te spreken over een loonmaatregel. Dit kabinet spreekt over meer verantwoordelijkheid voor de samenleving. Gun de samenleving die verantwoordelijkheid dan ook. Ga niet gelijk dreigen van: en als ze het niet doen, dan komen wij met loonmaatregelen. Dat is zo uit de tijd.”


U zei eens dat voor het CNV de lijntjes met een CDA-kabinet kort zijn. Hoe werkt dat? Kunt u op zondagmiddag de minister bellen en zeggen: Aart-Jan, wat flik je me nou?
“Tuurlijk. Dat is geen enkel probleem. Er zijn wat dat betreft tussen het CNV en een aantal bewindslieden hele korte lijnen. En dat is een hele comfortabele positie.”


Wat levert u dat op?
“Het levert ons macht op. Ik denk dat het CNV een belangrijke schakel gaat vormen bij het zoeken naar compromissen tussen werkgevers, werknemers en het kabinet. Bijvoorbeeld in de week voorafgaand aan het voorjaars-overleg, begin juli, heb ik voortdurend met Balkenende gebeld.”


Voorlopig hebben die contacten van u weinig opgeleverd voor de vakbeweging. Het kabinet houdt zich doof.
“Daar was ik inderdaad geïrriteerd over. Ik heb in de afgelopen periode tijdens de informele contacten met Balkenende voortdurend een signaal afgegeven van: wij willen via een dialoog tot oplossingen komen, Jan Peter, help ons daarbij. Dan komt er dus een heel zuinige reactie van de minister-president. Irritant, ja. Balkenende en Zalm zitten dan naast elkaar en zijn elkaars gevangenen. Ze gunnen elkaar geen millimeter.”


En daar zit u dan met uw korte lijntje…
“Nou die lijntjes hebben wel wat opgeleverd, hoor. Het WAO-voorstel dat wij twee jaar geleden hebben gemaakt is de kern van een nieuw WAO-voorstel van het kabinet. Wij zijn gekomen met het idee van een innovatieplatform. Hoon was ons deel. Nu zit het in het regeerakkoord. Wij hebben het idee van een verplichte maatschappelijk stage voor jongeren geïntroduceerd, ook dat zit nu in het regeerakkoord. En zo kan ik nog wel een paar voorbeelden noemen. Het is nu eenmaal zo dat een aantal prominente CDA’ers bij het CNV vandaan komen. Aart-Jan de Geus natuurlijk. Jan Peter heeft de CNV-leerstoel aan de Vrije Universiteit vervuld. Met Kamerlid Gerda Verburg heb ik in de klas gezeten. Er liggen allemaal persoonlijke vertakkingen naar mensen toe. Daar maak ik dankbaar gebruik van.”


En intussen voeren ze een beleid waar u van gruwt.
“Ja, en daar spreek ik ze ook op aan.” Gaat dat hard? “


Dat gaat hard.
Gedachtig de spreuk ‘Wie zijn broeder goed kent, kastijdt hem extra’. Of zoiets.”


Komt u eruit?
“In ieder geval kan niemand zeggen dat het aan het CNV lag als we er niet uitkomen. Wij als CNV zijn bereid open kaart te spelen. Maar het kabinet houdt de kaarten strak tegen de borst. Zo’n angst dat als zij zouden laten zien hoever ze bereid zijn te gaan, dat de sociale partners dan zouden zeggen: bingo, wij hoeven geen concessies meer te doen. Ik heb gezegd: ik wil uit die spiraal. Ik ben bereid om vergaande concessies te doen op het gebied van loonontwikkeling: de nullijn met eventueel eenmalige uitkeringen in sommige bedrijfstakken.”


Betekent dat ook dat looneisen ook niet meer onderdeel zijn van uw onderhandelingstactiek?
“Natuurlijk blijft loon een belangrijke component in de onderhandelingen. Lodewijk de Waal zei tegen mij dat ik de loontroef te snel heb laten zien.”


Hoe zit het met het verantwoordelijkheidsgevoel van de vakbeweging? Als u het ermee eens bent dat loonmatiging goed is voor het land, hoe kunt u dan als onderhandelingstruc dreigen met looneisen?
“Daar heb ik ook geen zin in, daarom zei ik: ik wil uit die spiraal komen. Ik heb me kwetsbaar opgesteld, het risico is dat ik een deel van m’n onderhandelingspositie kwijt ben.”


Is het poldermodel dood?

“Wat is het poldermodel? Dat is toch vooral een abstractie.”


Het poldermodel is in ieder geval de overtuiging dat werknemers, werkgevers en overheid er samen wel uitkomen. Daar lijkt het nu niet op.
‘Dat we elkaar zo nu en dan een hengst geven, is geen enkel probleem. Overleggen zit in onze genen. Als wij hier in Nederland een conflict hebben dat een dag duurt, dan komt half Nederland in crisisberaad bijeen. ‘Jemig, hoe lossen wij dit op?’ In België wordt niemand warm of koud van een conflict. Wij zijn altijd gericht op het oplossen van problemen, niet op het op de spits drijven ervan.”


Wat vond u van het rapport van de comissie-Tabaksblat?

“Ik ben er zeer over te spreken. Tabaksblat heeft een geweldige aanzet gegeven voor de vernieuwing van het besturen van bedrijven. Zo wil hij het aantal commissariaten die iemand heeft aan een maximum onderwerpen, en de deskundigheid van bestuurders bevorderen. Goede suggesties. Ook over afvloeiingregelingen en topsalarissen doet het rapport goede aanbevelingen.”


Had u zo’n vergaand rapport verwacht?

“Nee, eigenlijk niet. Dit is zeker geen slappe hap. Ik ben ervan overtuigd dat in de kringen van werkgevers hierover een stevig debat gevoerd wordt. Het had VNO-NCW gesierd als ze zelf met dit soort aanbevelingen was gekomen.”


Het heikele punt is natuurlijk: blijft het bij een gedragscode of komt er wetgeving? Tabaksblat vindt een gedragscode voldoende. Uw collega De Waal was daar boos over, die zei: ‘Vrijblijvende aanbevelingen zijn er al jaren, die werken niet.”
“Ik zeg ook dat een code niet voldoende is. Het wordt nu tijd dat de overheid corrigerend optreedt, punt.”


Net sprak u nog waarderend over een overheid die niet alles wil regelen en verantwoordelijkheid laat bij de samenleving.

“Wij zijn nooit voor wetgeving tenzij dat niet anders kan, om bijvoorbeeld de kwetsbare in de samenleving te beschermen. Wij zijn bijvoorbeeld altijd tegen een wettelijk recht op deeltijd geweest. Laat dat maar tot stand komen in overleg tussen werknemers en werkgevers. Maatschappelijk verantwoord ondernemen, ook zo’n onderwerp. FNV zegt: regel dat bij wet. Wij zeggen: nee, als maatschappelijk verantwoord ondernemen niet in de genen van ondernemend Nederland komt te zitten, dan heeft het sowieso geen kans van slagen.”


Maar nu wilt u ineens wel wetgeving.

“Tja als we met z’n allen vinden dat het belangrijk is en het lukt niet vrijwillig, dan moeten we het maar afdwingen.”


Ook als het niet ‘in de genen van ondernemend Neder-land zit’, zoals u dat noemt?
“Het is een inconsistentie in ons denken, dat is waar. Maar als je er met praten niet uitkomt, moet dwang – via wetgeving of acties – volgen. Dat geldt ook voor de topinkomens. Het gaat daarbij niet om nominale bedragen – als iemand een miljoen moet verdienen, dan moet dat maar – het gaat eerder om de stijging van topinkomens wanneer men elders een stap terug moet doen. Dan hebben we het over moraliteit. Als mensen die moraal van zichzelf niet hebben, dan moet het opgelegd worden. “Het grootste gemis van het rapport-Tabaksblat vind ik overigens dat het zich beperkt tot beursgenoteerde ondernemingen. Ik vind dat er in Nederland grote behoefte is aan professionalisering van het toezicht op grote instellingen in de collectieve sector. Het toezicht in zorginstellingen, in ziekenhuizen, in musea, in hogescholen, bij universiteiten en woningbouwcoöperaties is zwaar onvoldoende. Daar valt nog veel te professionaliseren.”


Wat stelt u concreet voor?
“Er moeten regels komen. Dat soort regels bestaan wel voor beursgenoteerde ondernemingen, maar niet voor de collectieve sector, terwijl daar soms bakken met geld omgaan. Gemeenschapsgeld, vaak.”


In het bestuur van dat soort clubs zitten vaak mislukte Kamerleden en wat ambtenaren.

“Ja, het ademt een beetje de sfeer van het oude verenigingsbestuur: een beetje gezellig babbelen over de club. Maar echt sturing geven doen ze niet. Ze zitten er ook niet op basis van deskundigheid, maar op basis van hun positie. Het opmerkelijke is dat instellingen hun eigen toezicht kunnen vormgeven. Het bestuur van een ziekenhuis of een onderwijsinstelling kan gewoon zelf bepalen hoe een raad van toezicht er uit moet zien, en wat de bevoegdheden van die raad zijn. Het is van urgent belang dat het toezicht van instellingen in de collectieve sector op de politieke agenda komt.”


De FNV kwam onlangs met de suggestie om werkgevers te dwingen gedeeltelijk arbeidsongeschikten in dienst te nemen. Wat vindt u daarvan?

“Ik worstel ermee. Onze onderhandelaars klagen altijd steen en been over dat zij bij bedrijven moeten vechten om niet wettelijk geregelde zaken – maar die toch belangrijk zijn – op tafel te krijgen. Dat gaat dan vaak over de opname van moeilijk plaatsbaren in het bedrijf. De gemiddelde werkgever in Nederland is buitengewoon conservatief. Die denkt niet na over de zaken van morgen.”


Dat is niet zozeer conservatief, dat is slecht ondernemerschap.
“Dat is het absoluut. Ik vind dat er in Nederland sprake is van slecht ondernemerschap. Goed management, maar slecht ondernemerschap.”

Legt u dat eens even uit.
“Ik vind dat de ondernemers zich de afgelopen jaren gedragen hebben als managers, niet als ondernemers. Meer visie dan shareholder value was er eigenlijk niet. Dat is ten koste gegaan van de innovatieve kracht. Nederland loopt op het gebied van r&d geweldig achter. Goed ondernemerschap betekent dat je ook tegen de aandeelhouders zegt: stop, dit geld blijft in de tent voor innovatie. In Nederland wordt slechts 1 procent van de omzet besteed aan r&d, in de meeste industrielanden zit dat op 3 procent.”


Wie kunnen we daarvan de schuld geven?

“Ik ga geen namen van personen noemen. Wat ik wel constateer is dat de top van veel ondernemingen een soort verzorgingshuis is geworden. Alle inkomensaspecten zijn van de wieg tot het graf verzorgd, alle risico’s voor de topmensen zijn geëlimineerd. Het argument dat de topmannen veel geld moeten krijgen omdat ze zoveel risico zouden lopen vind ik absolute flauwekul.”


Ze vallen wel bij bosjes de laatste tijd.

“So what? Wie wil er niet een paar jaar ceo zijn met alle voorzieningen die daarbij horen? Iemand als Cees van der Hoeven is er heel goed vanaf gekomen.”


Hallo! Van der Hoeven is afgebrand en krijgt nooit meer een positie op dat niveau.

“Daar heeft hij ook dik betaald voor gekregen. Afbraak-risico? Kom nou. Moet je kijken naar mijn afbraakrisico! En waarvoor? Voor een habbekrats.”

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

CV Doekle Terpstra

1956 > geboren in Witmarsum (Friesland) 1976 > Sociale Academie (personeelswerk) te Kampen 1980 > bestuurder Industrie- en Voedingsbond CNV te Rotterdam 1985 > districtscoördinator Industrie- en Voedingsbond 1989 > lid dagelijks bestuur Industrie- en Voedingsbond CNV (portefeuille CAO-coördinatie) 1993 > voorzitter Industrie- en Voedingsbond CNV 1998 > fusie Industrie- en Voedingsbond CNV met Vervoersbond CNV 1998 > voorzitter CNV Bedrijvenbond 1998 > CAO-coördinator Vakcentrale CNV 1999 > voorzitter Vakcentrale CNV 1994 > voorzitter raad van commissarissen Stichting Dienstverlening Medezeggenschap 1996 > voorzitter Wereld Industriebond 1997 > lid algemeen bestuur Wereld Verbond van de Arbeid