Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Van Unilever tot Unicef

Heineken dat aids-remmers uitdeelt aan personeel, Unilever dat samen met het WNF het leegvissen van zeeën wil voorkomen: bedrijfsleven en idealisme hebben elkaar gevonden in een innige omhelzing van het kapitalisme. Goede doelen zijn alleen te helpen met een goed businessplan, not aid but trade. Alleen doet het bedrijfsleven nog lang niet genoeg.

 

Ooit, nog niet eens zo heel lang geleden, stonden links idealisme en het realisme van de markt lijnrecht tegenover elkaar. Je was links en droomde van een betere wereld waarin de schaarse middelen gelijk werden verdeeld onder hen die het het meeste nodig hadden, of je was rechts en geloofde dat iedereen alles kon bereiken, als ze maar wilden. Armoede had je vooral aan jezelf te wijten en kon niet worden verholpen door een overheid die nam van de rijken om het te verdelen onder de armen. De tegenstelling was totaal, het bedrijfsleven fout of idealisten wereldvreemde ‘geitenwollen sokken’, hoewel in Nederland altijd al enigszins gematigd door onze poldermentaliteit.Anno 2003 gaan idealistische jongeren bij Shell werken, juist omdat ze de wereld willen verbeteren. Bierbrouwer Heineken deelt aids-medicijnen uit aan zijn personeel in Burundi. Samen met het Wereld Natuur Fonds richt voedingsconcern Unilever het Marine Stewardship Council op, dat er op moet toezien dat de zeeën niet worden leeggevist. De grootste weldoener ter wereld is Bill Gates, een slimme zakenman die een vermogen van 46 miljard dollar opbouwde met de ontwikkeling en verkoop van software. Ook de goede-doelenindustrie is big business geworden. De werving van sponsorgelden door hulporganisaties, tot voor kort vooral gedaan door goedwillende, maar amateuristische vrijwilligers, wordt tegenwoordig professioneel aangepakt. De managers van Unicef zijn net zo sterk aan targets gebonden als hun collega’s bij Unilever. De hulporganisatie verkoopt Idols eau de toilette om meisjes overal ter wereld naar school te helpen en de hulporganisatie heeft speciale programma’s voor bedrijven (‘investeren in Unicef is investeren in een goede naam’). Het meeste geld voor goede doelen wordt allang niet meer opgehaald met de bekende collectebussen, maar door loterijen waarmee miljoenen zijn te winnen. Anno 2003 hebben idealisten en het bedrijfsleven elkaar gevonden in een innige omhelzing van het kapitalisme.

Krantenjongens

 Sinds 1989 is er ook geen alternatief meer. Hoewel in de jaren tachtig al bijna niemand meer geloofde dat de heilstaat in Rusland of China lag, betekende de val van de muur feitelijk het failliet van het communisme en daarmee van het enige serieuze alternatief voor het kapitalisme. Francis Fukuyama kondigde het einde van de geschiedenis aan en in Nederland stapten de vakbondsman Wim Kok en de ideoloog van het liberale gedachtegoed Frits Bolkestein samen in het eerste Paarse kabinet. Niet de intellectuelen waren de helden van de jaren negentig, zoals Jean-Paul Sartre dat was geweest in de jaren zestig en zeventig, maar de jongens van de vrije markteconomie, de krantenjongens die het tot miljonair hadden geschopt. Deze triomf van het liberale kapitalisme moest wel leiden tot excessen, zoals altijd wanneer een ideologie onvoldoende oppositie krijgt. Enron, WorldCom, Ahold zijn niets anders dan de uitwassen van het ongebreidelde aandeelhouderskapitalisme zoals dat kwam overwaaien vanuit de VS. Bestuurders van ondernemingen hadden nog maar één opdracht: de beurskoers koste wat kost omhoog jagen. Onder druk van analisten, aandeelhouders, de media en niet te vergeten de eigen optiepakketten, die in koor schreeuwden om groei, groei, nog meer groei, lieten die bestuurders zich verleiden om hun prestaties mooier voor te stellen dan ze waren. En zij waren niet de enigen die achter het gouden kalf aanliepen. Iedereen wilde een graantje meepikken van de hausse op de beurzen en zette daarvoor zijn oude idealen graag even opzij. Met z’n allen trapten we in World Online, in Legio Lease, hoewel het voor de eigen gemoedsrust altijd prettig is om een zondebok te slachtofferen.Vreemd eigenlijk dat deze excessen niet hebben geleid tot een fundamentele kritiek van het kapitalisme. Natuurlijk, er zijn regels opgesteld, men heeft schuldigen aangewezen, maar het geloof in het kapitalisme van de aandeelhouder staat nog fier overeind. En wat moet je ook anders. De combinatie van particulier eigendom en een vrije markt waardoor het kapitalisme wordt gekenmerkt is tot nu toe het beste economische systeem gebleken dat de mensheid heeft voortgebracht. Natuurlijk is er wel verzet. In Buenos Aires koelt de Argentijnse bevolking zijn woede over de torenhoge inflatie op de filialen van McDonald’s. Elke vergadering van de grootste industriële landen G7 of van de Wereldbank wordt steevast verstoord door groepjes jongeren die zich de anti- of anders-globalisten plegen te noemen.

En volgens Benjamin Barber, auteur van het boek Jihad vs McWorld, zijn de bomaanslagen door fanatieke moslims, zoals op het WTC in New York, uitgelokt door de culturele expansiedrift van het kapitalistische consumentisme. Maar het is een emotioneel verzet, gevoed door al dan niet irrationele angsten over het verlies van traditionele normen en waarden. Een alternatief biedt de islam niet, anders dan het herstel van traditionele verhoudingen zoals tussen man en vrouw. Op individueel vlak is er wel een kentering in het denken waar te nemen. Managers hebben de buik even vol van de tucht van de markt. In de MT500, het jaarlijkse imago-onderzoek van Management Team, zijn de grootste stijgers in de categorie arbeid (‘voor welk bedrijf of instelling zou u het liefst willen werken?’) dit jaar Unicef, Greenpeace en Artsen zonder Grenzen. Veel managers maken de overstap ook echt, meestal met het argument dat ze meer willen doen voor de samenleving dan louter geld verdienen.Het is echter nog maar de vraag of ze daarvoor moeten overstappen naar een charitatieve organisatie en of ze niet beter op hun plaats zijn juist in het bedrijfsleven. Want hoewel bijna geen bedrijf zich nog op de borst durft te kloppen met de kreet ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’, is er achter de schermen wel degelijk het een en ander veranderd. Kinderarbeid, het milieu, vrijwilligerswerk: het is al lang niet meer het exclusieve domein van linkse wereld-verbeteraars. Bijna iedere multinational heeft tegenwoordig wel een code of conduct waarmee het zichzelf en zijn leveranciers regels oplegt ten aanzien van kinderarbeid, het milieu, arbeidsomstandigheden et cetera. Onder druk van de publieke opinie en al dan niet terecht maatschappelijke verontwaardiging over Nike, Ikea, Shell, zijn bedrijven als de dood om een faux pas te begaan. Een illustratie van dit huwelijk tussen idealisme en bedrijfsleven vormt de geschiedenis van de ASN bank. Deze bank werd in 1960 opgericht door de socialistische vakcentrale NVV om het spaargeld van de arbeidersklasse te beheren en te gebruiken voor het versterken van de socialistische beweging. Tegenover deze eerlijke besteding van het spaargeld stond (uiteraard) een veel lager rentepercentage, maar dat had men er graag voor over. Het was tenslotte allemaal voor de goede zaak. Maar het idealisme van de arbeidersbeweging kalfde af op de golven van de stijgende welvaart. In 1996 kwam de bank noodgedwongen met marktconforme rentepercentages. En met aandelenfondsen, die aan het einde van de vorige eeuw een gemiddeld rendement van 40 procent behaalden. Waarmee? De enige bedrijven die de ASN nog weert, zijn producenten van kernenergie en wapens. En bedrijven dienen aan te tonen dat ze een actief en integraal milieubeleid voeren en dat ze een positieve rol spelen op het gebied van de mensenrechten. Eisen die de meeste andere beleggingsfondsen inmiddels ook wel stellen. Het aandelenpakket dat dit oplevert, verschilt dan ook nog maar weinig van andere beleggingsfondsen. 

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Dierentuin

TPG stelt zijn kennis en mensen ter beschikking aan de Wereldvoedselorganisatie. ‘Een promotiestunt’, schampert de goegemeente. De partners van KPMG adviseren directeuren van basisscholen in achterstandwijken over managementvraagstukken. ‘Lekker scoren in de media.’ Medewerkers van Fortis begeleiden gehandicapten op hun bezoek aan de dierentuin. Dat is inderdaad geen puur idealisme in de betekenis van iets doen voor een ander, zonder (direct) eigenbelang. Als dat überhaupt al bestaat. Corporate volunteering, zoals deze vorm van vrijwilligerswerk wordt genoemd, maakt werknemers trots op hun bedrijf, waardoor ze er graag willen (blijven) werken. Harder werken ook, zoals Peter Bakker van TPG ronduit toegaf bij de presentatie van zijn hulpprogramma. En ze vertellen er enthousiast over tijdens verjaardagsfeestjes, dus is het ook nog eens goed voor het imago van het bedrijf. Maar is daar wat mis mee dan? Eigenlijk niet, zolang iedereen er maar van profiteert. Het mes snijdt aan twee kanten, zou je kunnen zeggen. Als bierbrouwer Heineken gratis aids-remmers verstrekt aan zijn personeel in het door aids geteisterde Burundi doet het dat omdat die werknemers dan niet ziek worden en daardoor productief blijven. Eigenbelang dus, maar niet puur. Want nog eenvoudiger en economisch zeker zo rendabel zou het voor Heineken zijn om het zieke personeel op straat te zetten en te vervangen door gezonde werknemers. Of de productie te verplaatsen naar een ander land. Dat zou echter desastreus zijn voor de goede naam van het concern. Hier komen idealisme en eigenbelang dus perfect samen.Wanneer Unilever samen met het WNF het Marine Stewardship Council opricht om te voorkomen dat de zeeën worden leeggevist, is dat natuurlijk uit eigenbelang. Want als er geen vis meer in de zee zwemt, zit Captain Iglo zonder vissticks. Maar het gaat verder dan puur eigenbelang of kapitalistisch denken. Als de zeeën leeggevist zijn, wordt de vis duur betaald en maakt Unilever automatisch meer winst. Nou ja, even dan. Goed ondernemerschap vraagt erom ook de lange termijn in het oog te houden. Of zoals Jim Collins en Jerry Porras reeds aantoonden in hun bestseller Built to last: je bouwt geen duurzame onderneming, dat wil zeggen een onderneming met toekomst, op als je alleen veel winst wilt maken.

Utopia

“Het kapitalisme schept overal ter wereld rijkdom en vermindert de armoede,” jubelde de Zweedse historicus Johan Norberg vorig jaar in zijn lezing voor de Edmund Burke-stichting. “Het geeft mensen keuzevrijheid en verantwoordelijkheid voor hun daden.” Het wonder geschiedt in India, waar westerse bedrijven hun productie en r&d naartoe verplaatsen en waar de lemen hutten massaal plaatsmaken voor huizen van baksteen. Het gebeurt in China, waar de vraag naar mobieltjes en auto’s niet meer is bij te benen. Het staat te gebeuren in Oost-Europa, zeker als landen als Polen, Tsjechië en Hongarije toetreden tot de Europese Unie. Democratie en kapitalisme zijn de beste garantie voor welvaart, voor een televisie, een auto en de mogelijkheid om miljonair te worden. Dat is althans het optimistische geluid. Pessimisten wijzen op de enorme geldstromen die door speculanten over de aardbol worden gejaagd en die op hun vlucht complete economieën ontwrichten. Ze richten de beschuldigende vinger op bedrijven die complete gebieden vervuilen, die lokale gemeenschappen ontwrichten en die complete fabrieken verplaatsen van het ene land naar het andere omdat de arbeidskosten daar nog een paar cent lager zijn. Van de Amerikaanse supermarktketen Wal-Mart gaat het verhaal dat de opening van iedere nieuwe supermarkt de sluiting van gemiddeld honderd lokale winkels ten gevolg had. Het bedrijf lokte de klanten van die winkels weg met geweldige aanbiedingen. Zodra de concurrentie was uitgeschakeld en er geen alternatief meer was, stopte het bedrijf met stunten, daarmee de gemeenschap ontredderd achterlatend. Maar daar staat tegenover dat Wal-Mart op de eerste plaats staat van meest genereuze donateurs van BusinessWeek met jaarlijks 156 miljoen dollar.Utopia, de perfecte wereld waarvan Thomas More reeds in 1516 van droomde, bestaat niet en zal ook altijd wel een droom blijven. Maar de mensheid kan niet zonder dromen. Nu de droom van een herverdelende overheid uiteen is gespat, rust er op het bedrijfsleven de zware taak om zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. In beginsel ligt dat ook in het moderne kapitalisme besloten: gereguleerd door vraag en aanbod aan de ene kant en de publieke opinie aan de andere zal het bedrijfsleven zich daar naartoe laten voeren waar de nood het hoogst is en zal het zich daar gedragen als een verantwoorde onderneming. Iedereen zijn eigen droom.