Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Recontructie – Hoe de JSF maar net gered werd

De aanschaf van de JSF leek lang een voldongen feit. Maar afgelopen voorjaar struikelde het kabinet bijna over de aankoop van de eerste testtoestellen. Hoe kon de gezamenlijke lobby van de vliegtuigbouwer, de Nederlandse industrie en de luchtmacht zo desastreus de mist ingaan? Een reconstructie.

 

Geen vliegtuigtype heeft zich in zo korte tijd zo in Nederlands collectieve bewustzijn genesteld als de Joint Strike Fighter, beter bekend als de JSF. Niet alleen de Nederlandse luchtmacht droomt al lange tijd van het toestel van Lockheed Martin als opvolger van de F16's. Ook de luchtvaartindustrie was tot voor kort onomwonden pleitbezorger van het prestigieuze project. Niet verwonderlijk, want PricewaterhouseCoopers becijferde dat er tot 2052 liefst 16 miljard omzet en 50.000 arbeidsjaren te vergeven zijn als ‘we' meedoen aan ontwikkeling en productie van het toestel. "Zonder de JSF zakt de sector door zijn hoeven", vat verklaard voorstander Mat Herben de belangen samen. Maar de euforie lijkt inmiddels behoorlijk geluwd. De industrie hield zich in elk geval opmerkelijk stil toen het politieke debat over de JSF vorige maand zijn hoogtepunt beleefde. De oorzaken: onderlinge verdeeldheid, ruzie over betalingen en een naïeve lobby. Hoe kon de stemming bij de defensiebedrijven ineens zo omslaan? 

Metaalmoeheid

Om dat te begrijpen, moeten we eerst terug naar 1996, als duidelijk wordt dat de F16 vervangen moest worden. Metaalmoeheid, scheurtjes en echte ouderdom geven het toestel nog uiterlijk tot 2020. De luchtmacht spreekt van meet af aan een sterke voorkeur uit voor Amerikaans materieel. Eén probleempje: de Amerikanen hebben geen pasklaar toestel in de aanbieding. Wel moeten ook in de Verenigde Staten jachtvliegtuigen worden vervangen. Zo wordt het plan gesmeed om meerdere straaljagertypen in te ruilen voor één nieuw type: de Joint Strike Fighter. Hierdoor wordt de markt voor het toestel groter en de ontwikkeling – in theorie – een stuk goedkoper dan die van drie verschillende jagers. So far, so good.

Om de banden met de bondgenoten verder aan te halen zoeken de Amerikanen naar een model om de partners te laten meebetalen en wellicht in een later stadium te laten meedelen in de opbrengsten. In ruil mogen zij meedenken en meedingen naar profijtelijke opdrachten voor ontwikkeling en productie van delen van het toestel. En Nederland besluit mee te willen doen. De Nederlandse luchtvaartbedrijven richten er zelfs een apart orgaan voor op: het Netherlands Industrial Fighter Replacement Platform, kortweg het Nifarp. In eerste instantie is het bedoeld als gesprekspartner voor Lockheed Martin en het JSF-projectbureau. Later zal ook een deel van de lobby hier worden vormgegeven. 

Commitment

Hoe verder de ontwikkeling van het toestel vordert, hoe groter het door de uitverkoren Amerikaans fabrikant Lockheed Martin gevraagde commitment. In 2002 moet Nederland een beslissing nemen: óf 800 miljoen dollar investeren om mee te gaan naar de volgende fase, óf uitstappen. Om de politieke besluitvorming mogelijk te maken, knutselt minister van Financiën Gerrit Zalm de ‘businesscase JSF' in elkaar. Kern van het verhaal: Nederland betaalt, maar de industrie zal een deel van de omzet afdragen, zodat de JSF de belastingbetaler niets meer kost dan een vliegtuig ‘van de plank'.

Onder grote tijdsdruk wordt een Medefinancieringsovereenkomst (MFO) opgesteld, waarin die terugbetaling wordt geregeld. Vanwege de vele onzekerheden wordt echter nog niet het percentage vastgelegd, maar alleen de methodiek om de hoogte ervan te berekenen. Het rekenen zelf wordt uitgesteld tot 2008, zo spreekt men af. Iedereen, industrie en overheid, houdt dan nog rekening met een percentage tussen de 3 en 4 procent.

Onder de MFO komen uiteindelijk 45 handtekeningen. Niet alleen die van EZ-minister Jorritsma, maar ook vijf van Stork en vijf van Thales. Om politiek indruk te maken laten beide zoveel mogelijk werkmaatschappijen tekenen. Een paar bedrijven die niet willen tekenen worden publiekelijk te kijk gezet door EZ en het Nifarp als ‘freeriders'.

Daptechnology – één van die weigerachtige bedrijven – is al eerder direct door Lockheed Martin benaderd vanwege de ‘netwerkanalyzer' die ze bouwen. "Ik zag en zie niet in waarom we over business die we op eigen kracht al hadden binnengehaald een percentage aan de overheid zouden moeten afdragen", merkt Jan de Vries op. De directeur van het Nijmeegse bedrijf, dat zegt eigenlijk geen concurrenten te hebben voor hun specifieke product, wilde ook geen lid worden van het Nifarp. Ondanks herhaaldelijk aandringen. "Wij doen het liever op eigen kracht."

Ook Hans van Elven, destijds manager bij Eurocast, besloot niet mee te doen aan de MFO. "Het was mij niet duidelijk over welke omzet ik dan zou moeten afdragen. Zou elk schroefje worden meegeteld? Het stuk en de consequenties waren onduidelijk en daarom wilde ik niet tekenen", herinnert hij zich zes jaar later.

Ondanks de onduidelijkheden in de MFO is er na het besluit in de Tweede Kamer, tegen half twee 's nachts, een euforische stemming. De kogel is door de kerk: de JSF komt. Premier van dienst Wim Kok spreekt over een "de facto beslissing tot aankoop". De gouden bergen die PwC had voorspeld, lijken langzaam te gaan materialiseren. 

Mondjesmaat

De euforie duurt echter niet lang. In de jaren die volgen krijgt de sector maar moeizaam opdrachten uit de VS. En dan wordt het 2008 en tijd om het afdrachtpercentage vast te stellen. Op het ministerie van Economische Zaken nemen de rekenmeesters de zes jaar oude MFO ter hand en komen uit op een bedrag van 10,3 procent van de omzet. Dat is schrikken, vooral voor Stork. De marges van Stork liggen volgens ingewijden rond de 5 tot 7 procent. Dat maakt deelname aan de JSF verlieslatend. Daarnaast is Stork in de tussentijd van karakter veranderd. Het bedrijf is in handen gekomen van een hedge fund en die heeft voor alles het oog op de resultaten. Dat verhoogt de druk en verkort de horizon.

Bij het Nifarp ontstaat onrust. Voorzitter Erick Vink, tevens Stork-directeur, schakelt bureau Hill & Knowlton in, om de public affairs op het MFO-dossier in goede banen leiden. Daarnaast probeert Vink het gesprek met EZ te openen. Talloze telefoontjes en smeekbrieven volgen richting ministerie van Economische Zaken. Het desastreus hoge afdrachtpercentage zou onterecht zijn. Sterker nog, volgens het Nifarp zou ineens elke afdracht overbodig zijn. Allerlei inverdieneffecten, extra belastinginkomsten door extra banen en btw-afdrachten zouden in de MFO niet worden meegeteld.

Het conflict leidt tot een arbitragezaak, waarvan de uitspraak over een maand wordt verwacht. Maar een woordvoerder van EZ zegt er "ontspannen in te zitten". Begrijpelijk, want betrokkenen schatten de kansen van de industrie niet bijster hoog in. De sector, Stork voorop, heeft immers in volle bewustzijn de MFO getekend. Waarbij moet worden aangetekend dat de grote verandering in de euro/dollarkoers wel de grootste boosdoener is.

Weerwerk

Het is niet alleen de ruzie over het afdrachtpercentage voor de industrie die de Nederlandse deelname aan de JSF parten speelt. Ook maatschappelijk speelt de vraag of Nederland wel een JSF moet kopen. De tegenstanders roeren zich massaal. De kwaliteit van het vliegtuig wordt op alle mogelijke manieren ter discussie gesteld. De JSF zou niet kunnen vliegen, klimmen of draaien. En ook de stealth-eigenschappen zijn ondermaats.

Stuk voor stuk verdachtmakingen waar nauwelijks weerwerk op wordt gegeven door Lockheed Martin of de Nederlandse luchtmacht. Ook de sector zelf hult zich vooral in stilzwijgen. "Dat de Nederlandse industrie zich niet in het debat heeft gemengd is hopeloos naïef", vindt Mat Herben. "Dat terwijl ik al in 2003 waarschuwde dat ze zich moesten laten gelden. Dat het geen gelopen race was." De voormalig fractievoorzitter van de LPF is momenteel ondermeer senior adviseur nationale veiligheid bij de NIDV, de moederclub van het Nifarp, maar praat op persoonlijke titel. De radiostilte van de vliegtuigindustrie verklaart hij uit de veronderstelling dat de kat al in het bakkie zat. "Contract is contract, tenslotte."

Belangrijkste reden voor de afwezigheid van de pro-lobby is een stilzwijgende afspraak tussen industrie en Lockheed Martin. De Amerikanen zouden de politieke lobby voor hun rekening nemen, terwijl de Hollandse industrie zich zou beperken tot het lokale debat over de financiering. Maar de Amerikanen – en het door hen ingeschakelde lobbybureau Vimac Consultancy – laten het zo goed als volledig afweten. Waarom lobbyen als de prime minister en zijn rechterhand, verantwoordelijk staatssecretaris ‘Jack SF de Vries', op je hand zijn?

Lockheed Martin lijkt onvoldoende te begrijpen dat er nog een echte beslissing genomen moet worden en dat die in het parlement zal vallen. "Bij ons laatste bezoek aan de VS, waar we ook met Lockheed spraken, werden we in het geheel niet serieus genomen", zegt SP-Kamerlid en delegatieleider Krista van Velzen. "Op vragen kregen we nauwelijks of maar half antwoord."

Een frustrerende ervaring voor Kamerleden die zich proberen voor te bereiden op een beslissing over een uitgave van – volgens de laatste schattingen – zo'n 6,1 miljard euro. Het tekent ook het gebrek aan belangstelling voor de Nederlandse medestanders. Zelfs als het Nifarp daar aan de bel trekt, komt van het Haagse filiaal van lobbybureau Vimac weinig tot geen sjoege.

Testvliegtuigen

Ondertussen loopt de spanning bij het Nifarp, en in het bijzonder bij Stork, hoog op. De radiostilte van Lockheed noopt tot actie. In allerijl wordt in december 2008 besloten om dan toch maar vanuit de industrie een lobby te starten. Doel: de aanschaf van twee testvliegtuigen, om zo de JSF te redden. De lobbyisten besluiten zich vooral op de PvdA te richten. Die partij heeft immers de sleutel in handen. Besloten wordt om de werkgelegenheidskaart te spelen. De kredietcrisis houdt inmiddels flink huis en het spook van werkloosheid waart rond. De sociaal-democraten zijn van oudsher gevoelig voor dit onderwerp.

Maar zo makkelijk gaat de PvdA niet om. Bovendien bezit de partij ook in het MFO-dossier de sleutel. De oorspronkelijke 800 miljoen die de Staat fourneerde loopt immers over de begroting van Financiën, waar partijleider Wouter Bos de scepter zwaait. Bos is verklaard tegenstander – hij deed zelfs de verkiezingsbelofte het vliegtuig níet te kopen – en heeft zodoende de macht om de JSF over het afdrachtpercentage te laten struikelen.

Mat Herben spreekt zelfs van een "PvdA-complot". Hij doelt daarbij niet alleen op de halsstarrige houding over de terugbetaling, maar ook op het in februari 2009 verschijnende proefschrift van Bert Kreemers. Deze oud-Defensiewoordvoerder en voormalig PvdA-lid stelt dat de F16 voorlopig nog helemaal niet aan vervanging toe is en zeker tot 2020 meekan en dat er op dit moment geen noodzaak is om al te beslissen over een opvolger.

Begin 2009 begint de pro-lobby langzaam maar zeker weerwoord te geven op het voor hen naderende debacle. In de media verschijnen ineens voorstanders, die hameren op de vermeende werkgelegenheidseffecten. In de week voor het beslissende Kamerdebat in april spelen de luchtmachtpiloten bovendien de emotionele kaart. Zij willen best sterven voor het vaderland, maar dan wel graag in het beste vliegtuig dat er te koop is, is de teneur van hun oproep in Elsevier.

Kansloze missie

Niet iedereen is echter onder de indruk van de lobby-inspanningen van de industrie. "Ik heb ze niet gezien tot twee maanden voor het laatste debat", zegt bijvoorbeeld SP'er Krista van Velzen. "Ze hebben nagelaten het grote verhaal – de noodzaak van de JSF – én het kleine verhaal – de familiebedrijven die afhankelijk zijn van dit specifieke vliegtuig – te vertellen." Misschien werd de SP genegeerd vanuit de gedachte dat lobbyen bij hen een kansloze missie zou zijn, maar "ik was zeker wel ontvankelijk voor het werkgelegenheidsargument", zegt Van Velzen.

De ‘werkgelegenheidslobby' vanuit het Nifarp verloopt echter bepaald niet zonder slag of stoot. In maart trekt bijvoorbeeld de FNV zijn aanvankelijke steun voor de JSF in. De bond vindt – tijdelijk – dat het geld beter anders besteed kan worden. Na grote druk vanuit de lobby, hernieuwt de FNV de steun voor de JSF. Belangrijker probleem nog is een contra-expertise van het Centraal Planbureau, dat na een verzoek van de Kamer constateert dat de werkgelegenheidseffecten van de JSF schromelijk overschat zijn. De gouden bergen die PwC voorspelde, zouden op drijfzand berusten.

De neutrale rekenmeesters van het CPB komen onmiddellijk onder vuur te liggen. De gemobiliseerde bobo's van de industrie verdringen zich voor de microfoon om de contra-expertise als ‘broddelwerk' en ‘volstrekte onzin' terzijde te schuiven. Helemaal opmerkelijk is dat staatssecretaris Jack de Vries zich daarbij aansluit. "Een volstrekt unieke gebeurtenis in Nederland", aldus Van Velzen. "Het CPB was tot dan toe neutraal en onaantastbaar."

Het zijn vooral de tegenstanders van de JSF die een slaatje slaan uit het CPB-rapport. Na afstemming komen de rekenaars van PwC en het CPB op respectievelijk 50.000 en 44.000 arbeidsjaren. Geen levensgroot verschil. De overreactie van de pro-kant tekent de paniek. De tegenstanders krijgen steeds meer de publieke opinie op hun hand. Het merendeel van de bevolking wil geen 6,1 miljard euro betalen voor 85 JSF's. Zelfs de eerder afgeschreven Saab, die voor ruwweg de helft van het geld evenveel vliegtuigen wil leveren, lijkt weer even een serieuze kandidaat te worden. Herben erkent het met zichtbare tegenzin: "De lobby van links was veel beter georganiseerd en ook veel breder gedragen. Dat hebben ze goed gedaan."

Crisisoverleg

Vlak voor het beslissende Kamerdebat in april leiden de verschillen tussen de coalitiefracties tot gespannen crisisoverleg in het Torentje. De PvdA, die eigenlijk niet aan de JSF wil, voelt zich sterk door de publieke opinie, maar weet zich ook gebonden aan de vage formulering in het regeerakkoord dat nog deze kabinetsperiode ‘een beslissing' genomen moet worden. Wouter Bos, net voor de derde maal vader geworden, laat zich vervangen door staatssecretaris Timmermans, in 2002 als Kamerlid nog fel criticaster van de JSF en de financiële constructie die eromheen was opgetuigd.

Dat het erom heeft gespannen, is duidelijk. Jack de Vries schrijft zelfs op zijn weblog: "Als het niet de minister-president zelf was geweest die de positie van het hele kabinet daadwerkelijk ter discussie wilde stellen vanwege deze kwestie, had ik dit compromis (wel betalen, wel meedoen, maar niet kopen, red.) niet kunnen sluiten."

Een laatste actie van de pro-lobby heeft ook geholpen. Vlak voor het Torentjesoverleg, in de ochtend van 23 april, lanceert Stork zelf – opvallend genoeg niet het Nifarp – samen met Hill&Knowlton nog snel een persbericht. Keihard stelt de fabrikant daarin dat niet met de JSF meedoen per omgaande 4.000 mensen brodeloos zou achterlaten. Het was de druppel, meldt een bron dichtbij de onderhandelingen, die de PvdA deed bewegen.

Even kan de industrie opgelucht ademhalen. Het JSF-project lijkt voor Nederland gered. De vraag is echter hoe lang de sector daarvan kan genieten. Want als de arbitragecommissie het ministerie van EZ in het gelijk stelt, dan verdwijnen de gouden bergen alsnog voorgoed uit het zicht.

‘Waardeloze lobby'

"Ongelooflijk", noemt Rinus van Schendelen het dat er zo'n conflict kon uitbreken over de medefinanciering van de industrie aan de JSF. "Dat toont de volledige afwezigheid van regie bij Defensie of de luchtmacht, vermoedelijk door hun gretigheid de JSF erdoor te drukken." De hoogleraar politicologie in Rotterdam oordeelt dan ook hard over de kwaliteit van de gevoerde lobby: "Waardeloos".

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

Voor een succesvolle lobby hoeft de informatie niet volledig te zijn, aldus dé Nederlandse expert op dit gebied. "Wel moet de informatie kloppen. Wat bij de JSF-lobby fout ging was onder meer dat de gegeven cijfers niet eenduidig waren. Om hoeveel werk en hoeveel opdrachten gaat het nu precies? Medestanders moeten blind kunnen varen op de informatie die de lobbyist geeft."

En Van Schendelen heeft meer kritische kanttekeningen. "De kunst van het lobbyen is het smeden van een zo groot mogelijke coalitie. Daarbinnen moeten de partijen elkaar hun successen gunnen." Met de dominantie van Stork binnen het Nifarp lijkt dat maar deels het geval, waardoor een verlammende belangentegenstelling kon ontstaan. "De luchtmacht is heeft verzuimd genoeg medestanders te zoeken. Ze zijn niet verder gekomen dan de industrie en de vakbonden. Waarom geen contact gezocht met bijvoorbeeld de Technische Universiteiten of zelfs de milieubeweging? Ze hebben nagelaten een breed draagvlak te zoeken." Toch heeft de pro-lobby ook wel goed werk geleverd, aldus Van Schendelen. "Hun weerwerk tegen de aanvallen van Saab was prima. Die hebben ze snel en uitstekend geneutraliseerd."