.nl | .be

Leiderschap

Opinie: Robotisering bedreigt ook de banen van hoogopgeleide financieel specialisten

Als de financiële opleidingen aan universiteit en hogeschool niet snel aandacht gaan besteden aan robotisering, constateert Robert de Gier

De SER presenteerde onlangs een eerste advies over de impact van robotisering en digitalisering op de werkgelegenheid. De korte samenvatting: hoeveel banen er gaan verdwijnen is onduidelijk, maar het zal zeker ten koste gaan van lager- en middelbaar opgeleiden. De SER hamert op het belang van permanente scholing. Dat maakt werknemers wendbaar. Voorspellen dat robotisering en digitalisering ‘in elk’ geval het midden en de onderkant van de samenleving zullen gaan treffen, is struisvogelpolitiek. Ook op HBO- en WO-niveau gaan banen verdwijnen en zullen bestaande functies door de technologische ontwikkelingen veranderen. En dat gaat in een veel hoger tempo dan we denken. Zijn de overheid en het onderwijssysteem in Nederland daar wel op voorbereid? In de financiële wereld zijn deze veranderingen namelijk nu al zeer tastbaar. Checken van de boeken is geen hoofdzaak meer Neem de functie en vaardigheden van de toekomstige financieel specialist. Als door robotic accounting het verwerken van transacties automatisch gaat, verandert de financiële organisatie wezenlijk. De belangrijkste taak is niet langer het checken van de boeken. Het gaat om waarde toevoegen aan de onderneming. De financieel specialist van de toekomst komt op basis van de cijfers tot strategische inzichten. Het wordt een zoektocht naar innovatie en nieuwe business-kansen, in plaats van verslaglegging. Boekhouders en administratieve afdelingen die cijfers inkloppen en facturen verwerken, zullen gaan verdwijnen. De nieuwe werknemers op de financiële afdeling zullen inzichten leveren door koppelingen te leggen tussen data en verschillende informatiestromen. Dat wil zeggen data uit financiële systemen koppelen aan gebeurtenissen die bijvoorbeeld in de logistiek plaatsvinden. Wat men tegenwoordig (big) data analytics noemt. Onderwijs mist de aansluiting De grote vraag is of de mensen er ook zijn die dit werk straks uit kunnen voren. In de sector bestaan hier terecht veel zorgen over. Wanneer je kijkt naar de huidige studies HBO Accountancy, Register Accountant en Register Controller, dan lijken de curricula nauwelijks toe te werken naar het opleiden van de werknemer van de toekomst. Er is onvoldoende aandacht voor ‘robotic process automation’, ‘predictive analytics’, ‘blockchain’ en ‘machine learning’. Hierover is (online) bij de huidige RA- en RC-opleidingen aan bijvoorbeeld UVA en TIAS in het curriculum nog weinig van terug te vinden. Kijk je naar HBO-niveau dan is dat niet anders. Zo voorspelt de Hogeschool Rotterdam op hun site nog steeds een 65-procent baangarantie binnen 1,5 jaar voor een accountant, maar tegen de tijd dat de studielichting van 2017 afgestudeerd is, zullen een groot deel van de skills geautomatiseerd zijn en is het dus maar de vraag of er nog werkgelegenheid is. Tegen de tijd dat lichting 2017 accounting is afgestudeerd, is er geen vraag meer naar hun skills In deze tijd waarin technologische veranderingen elkaar pijlsnel op lijken te volgen, veroudert (school)kennis snel. Het wordt gezegd dat in sommige technische studierichtingen de houdbaarheid van kennis nog maar twee á drie jaar bedraagt (Aslander en Witteveen, Nooit af, 2015). En toch duren deze opleidingen vier tot zes jaar. Is de basisstructuur van ons onderwijssysteem inefficiënt geworden? Krijgen we over een paar jaar niet te maken met een groep studenten die afstudeert én binnen drie jaar moet omscholen naar een andere inhoud van de rol? Of nog erger, stomen we studenten niet klaar voor een toekomstige baan die bij afstuderen niet meer blijkt te bestaan? Al in 2013 publiceerde Maastricht University een rapport, van een onderzoek naar de arbeidsmarkt tot 2018. In dat rapport wordt voorspeld dat de arbeidsmarkt voor schoolverlaters met een diploma in economische richting ongunstig is, ongeacht het opleidingsniveau. En dat is nog voor de verontrustende ‘hype’ van robotisering losbarstte. Kennis IT bij overheid en onderwijsinstellingen te beperkt ICT en technologische ontwikkelingen zijn cruciaal geworden voor ondernemingen om te overleven in de 21ste eeuw. Het is noodzakelijk dat er op alle niveaus een strategische visie is op de impact van de ontwikkelingen. De technologische veranderingen gaan snel, maar de overheid en het onderwijs reageren traag. Kijk naar het Verkenningsdocument Mens en technologie dat de SER op 21 oktober presenteerde. Daarin staat: ‘De raad pleit er daarom voor om de overgang naar een digitale economie te monitoren, om waar nodig tussentijds bij te kunnen sturen. Mocht een situatie ontstaan waarin structureel gebrek is aan voldoende werk voor bepaalde groepen, dan komen beleidsopties in beeld gericht op investeren in meer werk of een andere verdeling van werk.’ Monitoren? Dat kunnen we ons helemaal niet veroorloven. Die tijd is er niet. De overheid én het bedrijfsleven hebben samen de rol om de huidige werknemers te ondersteunen bij de nieuwe vaardigheden waar de arbeidsmarkt om vraagt, dat is zeker waar. Maar het is ook de overheid die de rol heeft om de jeugd voor te bereiden op de gerobotiseerde en gedigitaliseerde bedrijvigheid. Anders worden robotisering en digitalisering inderdaad een doemscenario. Robert de Gier is financieel directeur business solutions bij Exact