Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Kantoorpolitiek is niet uit te bannen

Politiek is een vies woord geworden. Weinig mensen willen er 'in', velen willen er niets mee te maken hebben en managers willen het niet op de werkvloer. Maar zonder politiek werkt het niet.

Kantoorpolitiek is iets vies, vuigs en achterbaks. In elk geval iets waar je niet mee bezig mag zijn. En zelf heb ik het eigenlijk ook altijd als zodanig beschouwd en wilde dus ook alleen maar werken op plaatsen waar zulks niet wordt getolereerd. Maar ik had het mis. Een kantoor zonder politiek bestaat niet. En als het bestaat, dan wil ik er helemaal niet werken. Want een kantoor waar geen politieke spelletjes worden bedreven, is niet funcitoneel. Politiek bepaalt namelijk wie, wat, hoe krijgt en wanneer Dat heb ik niet bedacht, maar de Amerikaanse politicoloog Harold Lasswell. Hanteer je Lasswells definitie dan kan geen enkele organisatie zonder politiek. Immers, hoe effectief is een bedrijf waar niemand probeert zijn zin te krijgen. Daar gebeurt werkelijk helemaal niets. Waarom dan die afkeer van politiek? Een artikel op HBR.org werpt licht op de zaak. Wij gebruiken de term politiek niet goed, of in elk geval heel selectief. Als we zelf bezig zijn ons territorium af te bakenen, de baas warm te maken voor een project of die dysfunctionele collega de deur uit te werken, dan noemen we het geen politiek. Nee, dan doen we 'gewoon ons werk'. We noemen iets kantoorpolitiek zodra we zelf niet degenen zijn die van de uitkomst van een machtstrijd profiteren. Als jij iemand verwijt dat hij aan kantoorpolitiek doet, dan heeft hij waarschijnlijk zijn zin gekregen, en jij niet. Dat is ook niet zo heel gek. Het is zelfs bewezen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de mate waarin mensen aangeven dat hun organisatie 'politiek' is, omgekeerd evenredig samenhangt met hun betrokkenheid.  Medewerkers die klagen over politieke spelletjes zijn vaak ook minder productief en eerder geneigd om te vertrekken. Klaagt er dus iemand over politiek, dan is dat een alarmsignaal. Machiavellisme op de werkvloer Maar voordat ik kantoorpolitiek de prullenbak inwerp als een term louter gebruikt door losers, wel een grote kanttekening. Er bestaan namelijk wel degelijk organisaties waar politiek leidt tot een verrotte sfeer, chaos en uiteindelijk minder productiviteit. Zoals een democratie alleen maar functioneert in een rechtstaat, zal een bedrijf ook alleen maar functioneren als er regels zijn. Die regels -de ongeschreven variant noemen we vaak cultuur - geven aan binnen welke grenzen medewerkers politiek mogen bedrijven. In de praktijk komt dat neer op geen messen in iemands rug om zelf hoger op te komen. Geen roddel en achterklap om iemands positie te ondermijnen louter en alleen omdat je er zelf beter van wordt. Deals in achterkamertjes zijn alleen verdedigbaar als het echt niet anders kan en het grotere doel dient.  Zolang de cultuur van een bedrijf of organsatie goed is, zullen uitwassen in kantoorpolitiek  worden opgelost. Is de cultuur echt behoorlijk verziekt - zoals bij Uber het geval geweest lijkt te zijn - dan leidt het vrijwel altijd tot willekeur, chaos en erger en zullen niet de beste, maar alleen de meest gehaaide medewerkers overblijven. Kantoorpolitiek kun je dus niet uitbannen, maar wel indammen.
Working with laptop at home office Foto: Getty Images

Kantoorpolitiek is iets vies, vuigs en achterbaks. In elk geval iets waar je niet mee bezig mag zijn. En zelf heb ik het eigenlijk altijd als zodanig beschouwd. Ik wilde dus ook alleen maar werken op plaatsen waar zulks niet wordt getolereerd.

Maar ik had het mis. Een kantoor zonder politiek bestaat niet. En als het bestaat, dan wil ik er helemaal niet werken, want een kantoor waar geen politieke spelletjes worden bedreven, is niet functioneel.

Kantoorpolitiek is functioneel

Politiek bepaalt namelijk wie, wat, hoe krijgt en wanneer. Dat heb ik niet bedacht, maar de Amerikaanse politicoloog Harold Lasswell. Hanteer je Lasswells definitie, dan kan geen enkele organisatie zonder politiek. Immers, hoe effectief is een bedrijf waar niemand probeert zijn zin te krijgen?

Waarom dan die afkeer van politiek? Een artikel op HBR.org werpt licht op de zaak. Wij gebruiken de term politiek niet goed, of in elk geval heel selectief. Als we zelf bezig zijn ons territorium af te bakenen, de baas warm te maken voor een project of die dysfunctionele collega de deur uit te werken, dan noemen we het geen politiek. Nee, dan doen we ‘gewoon ons werk’.

We noemen iets meestal kantoorpolitiek zodra we zelf niet degene zijn die van de uitkomst van een machtstrijd profitereert. Anders gezegd: als jij iemand verwijt dat hij aan kantoorpolitiek doet, dan heeft hij waarschijnlijk zijn zin gekregen, en jij niet.

Wetenschappelijk onderzoek toont zelfs aan dat de mate waarin mensen aangeven dat hun organisatie ‘politiek’ is, omgekeerd evenredig samenhangt met hun betrokkenheid. Medewerkers die klagen over politieke spelletjes zijn vaak minder productief en eerder geneigd om te vertrekken. Klaagt er dus iemand over politiek, dan is dat een alarmsignaal.

Machiavellisme op de werkvloer

Maar voordat ik kantoorpolitiek de prullenbak inwerp als een term louter gebruikt door losers, wel een grote kanttekening. Er bestaan namelijk wel degelijk organisaties waar politiek leidt tot een verrotte sfeer, chaos en uiteindelijk minder productiviteit. Zoals een democratie alleen maar functioneert in een rechtstaat, zal een bedrijf ook alleen maar functioneren als er regels zijn.

Die regels -de ongeschreven variant noemen we vaak cultuur – geven aan binnen welke grenzen medewerkers politiek mogen bedrijven. In de praktijk komt dat neer op dat je geen messen in iemands rug steekt om zelf hogerop te komen. Of dat je geen roddels en achterklap verspreidt om iemands positie te ondermijnen, louter en alleen omdat je er zelf beter van wordt. Deals in achterkamertjes zijn alleen verdedigbaar als het echt niet anders kan en het grotere doel dient.

Zolang de cultuur van een bedrijf of organisatie goed is, zullen uitwassen in kantoorpolitiek worden opgelost. Is de cultuur echt behoorlijk verziekt – zoals bij Uber het geval geweest lijkt te zijn – dan leidt het vrijwel altijd tot willekeur en chaos. Erger nog, dan zullen niet de beste, maar alleen de meest gehaaide medewerkers overblijven. Kantoorpolitiek moet je dus niet uitbannen, maar wel indammen.