.nl | .be

Bob de Manager

Bob haalt zijn hart op tijdens de Lenteborrel

Bob is divisiedirecteur van een groot concern. Hij doet zijn best. Deze keer ziet Bob ineens de zon weer schijnen.

VAN Guus AAN Bob ONDERWERP Lente netwerkborrel Ha die Bob, Hoe vond jij het gisteren, op de Lente ­Netwerkborrel van Hoofdkantoor? Ik zag er aanvankelijk huizenhoog tegenop, moet je weten, maar eerlijk gezegd viel het me in de praktijk allemaal reuze mee. Heb jij Frans van der Smissen ook nog ­gesproken? En kun jij je ook nog ­herinneren dat wij indertijd allebei die baan in Polen wilden die hij nu heeft? Man, hij vertelde me dat hij echt díep ­ongelukkig is, daar ergens in de buurt van Poznan. Er gebeurt daar werkelijk niets, hij kan er niet aarden en hij is doodsbang dat iedereen binnen het concern hem aan het vergeten is. En z’n vrouw, die wordt daar helemáál gek! Nou, dat deed me best goed, zo’n verhaal. Guus Hoi Guus, Ja, ik keek er aanvankelijk ook ­tegenop, maar heb precies hetzelfde als jij: ik ­knapte er echt van op. Ja, Van der ­Smissen sprak ik ook. Hoe kan het ook anders: Frans sprak echt met ­íedereen! Zag je hoe hij werkelijk als een dólle aan het ­netwerken was om zo snel mogelijk terug te mogen keren naar Nederland? Blij dat wij niet op dat managerskerkhof in Polen terecht zijn gekomen. Zeg, heb jij Joris trouwens ook gesproken? Weet je nog hoe pissig we waren toen hij die positie op Hoofdkantoor kreeg en jij en ik niet? Nou joh, hij kon me niet eens uitleggen wat hij tegenwoordig precies deed. Ja, iets met strategie, maar na een paar borrels kwam het eruit hoor: hij schreef strategienotities, elke week weer, die werkelijk níemand las. ­Dóódongelukkig. Dat doet een mens toch goed. Bob Bob, Jaja, Joris, hou op zeg! Ik zei nog heel schijnheilig tegen hem: “Ach, Joris, als ­strateeg een positie veroveren op ­Hoofdkantoor, zoiets duurt járen, dat weet toch iedereen. Net zoals iedereen weet dat je dan nog maar moet zien of je het daar ook redt.” Nou, toen begon Joris ­helemaal de ene na de andere borrel ­achterover te slaan, die ging werkelijk lám naar huis. En Janine, pardon, mevróuw mééster J.A. de Wijkerslooth, heb je haar ook gezien? Man, alsof ze weken niet had geslapen! Jaja, die zit dan wel mooi op ons kantoor op Manhattan, maar vraag niet hoe. Ik vroeg haar of ze een mooi uitzicht had. Nou, na veel gemompel en gestotter kwam het er eindelijk uit hoor: ze heeft helemaal geen uitzicht. Mevrouw meester zit in een cubicle te verpieteren! Bob, weet je nog wat wij dachten, zes maanden geleden? Manhattan, daar moeten we wezen, dan gaat er eindelijk weer eens iets gebeuren met onze carrière. Man, als ik nu kijk: godzijdank dat Hoofdkantoor haar verkoos boven ons. Anders zat jij of ik nou te ­verpieteren in zo’n cubicle. Guus Guus, Ja nou, ze zag er inderdaad uit als een verlopen vaatdoek. Weet je wat ze tegen me zei, na flink wat borrels? Dat er dagen voorbijgingen dat er ámper iemand wat ­tegen haar zei! Ik kreeg bijna medelijden met d’r, echt waar, zo triest kwam het ­eruit. En zag je ook hoe Joost probeerde aan te ­pappen met onze bestuursvoorzitter? Ik ging even in de buurt staan, nieuwsgierig als ik ben. En weet je wat ik de bestuursvoorzitter hoorde zeggen tegen Joost? “Je moet eens gauw je management op orde brengen, dit gaat helemaal niet goed.” Dat deed me wel goed, moet ik zeggen. Je gaat soms toch denken dat jij altijd de enige bent die door de bestuursvoorzitter wordt afgezeken. Maar als dan blijkt dat anderen ook de pineut zijn, dan is het ­gewoon lekker zoiets te horen. Ik daarna ook nog ­vragen aan Joost: “En? Goed ­gesprek gehad met de baas?” Zo ben ik dan ook wel weer... Bob Bob, Ja, Joost, die zag volgens mij daarna ook geen andere optie meer dan zo snel ­mogelijk lam worden. Zoals ik die naderhand in zijn auto zag stappen! Hopen ­dat-ie niet is aangehouden. Met mij en de bestuursvoorzitter viel het trouwens erg mee dit keer. Hij vroeg zelfs hoe het met mijn vrouw ging, goed hè? Ik heb hem verder maar niet gezegd dat ik alweer twee jaar gescheiden ben, want ik vind: een goed gesprek met een bestuursvoorzitter moet je niet verpesten, toch? Heb jij hem die avond eigenlijk ook nog gesproken? Guus Guus, Ja, hij vroeg aan mij ook al hoe het met mijn vrouw ging. Kennelijk zit dat bij ­bestuursvoorzitters in hun standaard­repertoire. Nou, die goede raad had je me wel eerder kunnen geven, want ik begon dus wel over mijn scheiding, en ik zag meteen aan zijn gezicht dat ik dit beter niet had kunnen doen. Gelukkig heeft hij nooit een idee wie ik ben als hij tegen me praat, dus is volgens mij de schade wel te overzien. Maar ­dat was dan ook het enige minpuntje van de avond. Verder vond ik het echt top, die Lente Netwerkborrel. Jij? Bob Bob, Man, ik heb me in maanden niet zo goed gevoeld. Guus