Het nieuwe ondernemen

Waarom familiebedrijven als Terberg Leasing en Van Zelst bezig zijn met vergroening

Familiebedrijven hebben zich altijd al bekommerd om volgende generaties. Logisch daarom dat opvallend veel van deze bedrijven extra stappen zetten naar een meer duurzaam karakter.

Dat vergroening een actueel thema is binnen familiebedrijven, bleek een aantal jaar geleden al. Uit een onderzoek van het ING Economisch Bureau uit 2013 geeft maar liefst 90 procent van de familiebedrijven te kennen hier aandacht aan te besteden. Ondernemers vertellen in het rapport zelfs dat ze de ontwikkeling van producten met potentie laten schieten als die niet voldoen aan de eigen duurzaamheidsprincipes. Rogier van Ewijk is sinds 2009 CEO van Terberg Leasing en herkent zich wel in dat beeld. ‘Wij kijken vooral naar de langere termijn, naar de generatie die na ons komt en die weer daarna. Dat merk je in het beleid. Zo is hier geen sprake van kwartaalachtige hitsigheid met snelle targets, maar gaat het altijd om duurzame groei. Dat is al zo sinds de oprichting in 1869.’ Duurzame projecten Met zo’n 2400 medewerkers en een omzet van bijna 1 miljard euro heeft het bedrijf sindsdien een flink sprong voorwaarts gemaakt. Toch is het familiaire karakter nooit verloren gegaan, zo benadrukt Van Ewijk. ‘De familie Terberg is nog steeds nauw bij het bedrijf betrokken. Zo is net de vijfde generatie in dienst gekomen. Om ervoor te zorgen dat er ook voor hen straks nog een gezonde onderneming staat, zetten we vol in op duurzame projecten. Denk onder meer aan deelauto’s en een esthetisch fraai vormgegeven solar tree waarmee bedrijven hun elektrische fietsen kunnen opladen. Bij Terberg Leasing zie je een familie die bezig is met haar eigen passie en de toekomst. Dat is een groot verschil met een onderneming die vooral financieel wordt gedreven. Bij ons ligt de focus niet op geld verdienen, we zien het vooral als gevolg van onze activiteiten.’ Verspilling tegengaan Ook bij Van Zelst Automaten kijken ze graag naar de wereld van morgen. Maarten van Zelst nam het bedrijf van zijn ouders over en bouwde het uit tot totaalleverancier van automaten en horecaproducten voor het bedrijfsleven. Duurzaamheid speelde er al een rol toen het woord zelf nog niet eens bestond. ‘Mijn ouders moesten hard werken en hadden het aanvankelijk niet breed. Verspilling is zonde, dat leefde heel erg bij ons thuis en heeft zich in het DNA van het bedrijf genesteld.’ Dat het juist familiebedrijven zijn die duurzaamheid hebben omarmd, kan Van Zelst wel verklaren. ‘Als je te maken hebt met externe aandeelhouders, dan spelen voor hen vaak andere belangen dan de verre toekomst. Dat maakt het iets lastiger om het over dit onderwerp met elkaar eens te worden. Bij familiebedrijven gaat het meestal om één of slechts een paar personen die ook nog eens dicht bij de onderneming betrokken zijn. Het bedrijf dat ik van mijn ouders heb meegekregen probeer ik groter en gezonder te maken om het uiteindelijk weer door te geven aan de volgende generatie. Diezelfde methodiek zie je ook bij duurzaam ondernemen. Je tracht je omgeving te koesteren en mooier te maken zodat onze kinderen straks ook nog een wereld hebben waarin het prettig leven is.’ 1300 zonnepanelen Peter Verseveldt staat sinds 1996 aan het roer van Sivomatic. Het familiebedrijf begon ooit met de verkoop van honden- en kattenvoer, maar richt zich tegenwoordig op de productie en verkoop van kattenbakkorrels die nare luchtjes en plasjes absorberen. Duurzaamheid wordt volgens Verseveldt niet alleen gedreven door de generaties die na ons komen, het is een wens die zijn klanten nu al hardop uitspreken. ‘Winkels en de eindconsument vragen erom. Dan moet je als bedrijf meebewegen, wil je over 5 tot 10 jaar nog steeds bestaan.’ Omdat Sivomatic niet te maken heeft met externe aandeelhouders die vooral kijken naar wat er onder de streep overblijft, kan het bedrijf volgens Verseveldt beslissingen nemen die de jaarwinst een beetje geweld aandoen. Hij doelt daarmee onder meer op het besluit om het dak van zijn fabriek uit te rusten met 1300 zonnepanelen. ‘De terugverdientijd van die investering ligt niet op 3 kwartalen, maar op 18 jaar. Voor ons niet zo erg, wij willen immers nog veel langer doorgaan. De panelen gaan zo’n 20 jaar mee. Feitelijk hebben we dus voor 20 jaar vooruit stroom gekocht. Of we zo’n beslissing er bij externe aandeelhouders doorheen hadden gekregen? Laat ik zeggen dat we daarover dan zeer waarschijnlijk een flinke discussie zouden hebben gevoerd.’