.nl | .be

Business

‘Een corporate foundation is meer dan alleen een duurzaam imago’

Het gebeurt steeds meer: bedrijven die een stichting opzetten en jaarlijks een deel van hun winst erin pompen. Het geeft bedrijven niet alleen een duurzaam imago, het trekt ook nieuwe professionals aan. Medewerkers vinden ‘impact’ namelijk steeds belangrijker.

We zijn de MVO-hype inmiddels wel voorbij, het lijkt meer een structureel onderdeel te worden van bedrijven. Corporate foundations hebben meegelift op de duurzaamheidsgolf en staan nu meer in de spotlight. ‘Het is een trend geworden de afgelopen tien jaar’, legt onderzoeker Lonneke Roza van de Erasmus Universiteit uit. ‘Maar corporate foundations bestaan al veel langer. De Rabobank Foundation bestaat al bijna 45 jaar.’ Waarom nu die aandacht dan? ‘Mensen vinden impact creëren tegenwoordig veel belangrijker, naast maatschappelijk verantwoord ondernemen.’ Onderzoek Roza deed onderzoek naar corporate foundations. Ze schat dat het aantal medewerkers dat actief participeert met de helft is gestegen naar 100.000 in de afgelopen tien jaar. Daarnaast zou er gemiddeld een half miljard aan donaties per jaar worden gedaan en zijn er circa 75 corporate foundations in Nederland. Voordelen Naast dat bedrijven ‘iets goeds willen doen voor de samenleving’, heeft het oprichten van een stichting andere voordelen. ‘Bedrijven baten zelf ook bij een sterke samenleving, waarbij de verschillen tussen arm en rijk minder sterk zijn. Daarnaast worden de medewerkers die meedoen aan zo’n project een stuk loyaler aan het bedrijf. Ze zijn trots op het werk dat ze doen, zijn productiever en minder vaak ziek. Dat levert bedrijven ook voordeel op.’ Onderkant van de samenleving De Rabobank Foundation richt zich volgens directeur Pierre van Hedel op mensen in Nederland die aan de onderkant van de maatschappij zitten. Van Hedel: ‘Dat zijn de mensen die niet goed meegaan in het arbeidsproces. Bijvoorbeeld mensen met dementie, mensen die in armoede leven of mensen met een handicap.’ Die groep wordt geholpen door middel van donaties aan onder andere jeugd-, sport- en cultuurorganisaties. ‘Maar ook het Alzheimer fonds of Colour Kitchen. We proberen een deel van die mensen op te leiden zodat ze de arbeidsmarkt weer op kunnen.’ Er wordt jaarlijks gemiddeld 3 tot 4 miljoen uitgegeven aan 30 Nederlandse projecten door de Rabobank Foundation. Daarnaast is de stichting actief in 22 andere landen, met totaal 250 projecten. Zo worden er leningen verstrekt aan onder meer koffieboeren in Rwanda en Oeganda en wordt er kennis verstrekt door deskundigen. ‘Als de bedrijfjes van de boeren eenmaal gaan lopen, koppelen we ze aan elkaar. Zo kunnen ze met gebundelde krachten een fabriek opzetten. Als het nodig is verstrekken we daarvoor technische hulp en donaties’, licht Van Hedel toe. De buitenlandse activiteiten kosten gemiddeld evenveel als de Nederlandse op jaarbasis, exclusief de leningen. ‘Daaraan wordt zo’n 50 miljoen besteed.’ Medewerkersbetrokkenheid De inkomsten van de Rabobank Foundation komen grotendeels van de moederorganisatie. ‘Wij ontvangen 0,5% van de winst. Hoeveel dat is, wisselt dus per jaar. Maar het komt gemiddeld uit op 10 miljoen euro.’ Ook medewerkers kunnen de stichting ondersteunen, met 4 euro per maand. ‘Ze kunnen zich hiervoor opgeven en het geld wordt ingehouden op hun salaris. Alles wat de medewerkers ons geven, wordt verdubbeld door de raad van bestuur van de Rabobank.’ Bij verzekeraar Achmea pakken ze de medewerkersbetrokkenheid anders aan. Oud-minister en voorzitter van de Achmea Foundation Ernst Hirsch Ballin: ‘Medewerkers van Achmea zijn betrokken als deskundigen bij de projecten die wij doen. Bijvoorbeeld bij het opzetten van een zorgverzekering in India. Die projecten doen zij in het kader van hun opleiding en wordt dus door de werkgever bekostigd.’ Impact creëren Achmea heeft naar eigen zeggen een bijzondere methodiek ontwikkeld, om exact te kunnen meten wat de impact is van hun investeringen. Hirsch Ballin: ‘Kleinere projecten zijn moeilijker te meten, bijvoorbeeld wat voor invloed je hebt gehad op het leven van een groep boeren. Wij denken dat deze methode uniek is en willen deze kennis daarom delen met andere partijen. Zo kan iedereen ermee aan de slag.’ Methodiek Ook hier komt de grootste inkomstenstroom uit het winstpercentage van de moederorganisatie. ‘Jaarlijks 0,5 procent, het bedrag fluctueert jaarlijks wel wat’, aldus Hirsch Ballin. De projecten waar het geld naartoe gaat worden zorgvuldig uitgekozen door de raad van bestuur. ‘Voorheen was die focus minder groot en gingen we vooral aan de slag met projecten die we binnenkregen via het ideeloket’, vertelt Marjolein Verstappen, directeur Achmea Foundation. ‘We kiezen nu zelf onze partners en projecten. Daarbij kijken we van tevoren scherp naar social return on investment, zoals het gestegen inkomen en het verhoogde aantal levensjaren van boeren in derdewereldlanden.’ Blanke elite Onderzoeker Roza plaatst wel een aantal kritische kanttekeningen bij de hulp die de stichtingen aan de samenleving bieden. ‘Ik vind het opmerkelijk dat bedrijven hulp aanbieden aan een organisatie, maar niet bedenken dat het die organisatie ook veel werk kost om zoiets te organiseren. Bijvoorbeeld: Een bedrijf belt een goed doel op met de boodschap dat ze willen helpen met schilderen van een gebouw. De manager zegt: ‘’Wij willen graag volgende week dinsdag met 200 mensen langskomen.’’ Hij heeft niet door dat daarvoor tijd en ruimte gereserveerd moet worden, er luxe broodjes besteld moeten worden en allerlei schilder- en klusmaterialen. Dat soort dingen gebeuren ook’, aldus Roza. Experts in bestuur Ook valt het Roza op dat het bestuur van een foundation te vaak bestaat uit zakenmensen uit het bedrijfsleven. ‘Het gaat hier juist om inhoudelijk hulp, dus dan heb je een expert aan boord nodig. Bedrijven zijn hierin soms arrogant.’ Er ontstaat daardoor een kloof tussen de ‘blanke elite’ en de mensen die geholpen moeten worden. Daar moet volgens Roza meer gehoor aan worden gegeven.