Speltip 3: Zorg, na een geslaagd onderhandelingsresultaat, voor een correcte afwikkeling.
9 november 1983. Na twee jaar voorbereiding en enkele mislukte pogingen ontvoeren Cor van Hout, Willem Holleeder, Frans Meijer en Jan Boellaard biermagnaat Freddy Heineken en diens chauffeur Ab Doderer. Ze worden vastgehouden in een loods in de haven van Amsterdam. De ontvoerders eisen 35 miljoen gulden losgeld, 200.000 bankbiljetten in vier valuta, totaal gewicht 400 kg, verdeeld over vijf zakken. De zakken moeten na telefonische route-instructies op een viaduct in een afwateringsgoot worden gedaan, waarna de ontvoerders, aan het benedeneind van de goot, ongezien met de buit kunnen vertrekken.
De ontvoerders communiceerden met brieven en door de telefoon afgespeelde bandjes die ze door Doderer en Heineken lieten inspreken, en met krantenadvertenties met gecodeerde boodschappen. De onderhandelaars aan de andere kant moesten met soortgelijke advertenties reageren, en mochten slechts één keer per telefoon enkele punten noemen.
Cor van Hout zei later over de ontvoering: “Nu het geld binnen was, bestond er ook geen reden meer om Heineken en Doderer nog langer vast te houden. Het had voor hen lang genoeg geduurd. Te lang eigenlijk, besefte ik wel. Maar dat was niet zozeer onze schuld geweest, als wel die van de saboterende onderhandelaars en de politie.”
Twee dagen na de overdracht van het losgeld werden Heineken en Doderer op 30 november door de politie bevrijd, na een anonieme tip.