Zij hadden stinkend rijk kunnen zijn

07 sep 2010  |   MT.nl  
Technologie, cijfers, cfo's

Niet iedereen wordt rijk van een briljant idee. Hoe sommige stille gezichten achter wereldproducten miljarden misliepen.

Menig uitvinder is binnengelopen dankzij een goed idee. Zoals John Harvey Kellogg, bedenker van de cornflakes, James Dyson, uitvinder van de gelijknamige stofzuigers, Lewis Edson Waterman van de moderne vulpen, en Ransom Eli Olds, die met de Oldsmobile de eerste autobouwer was die in grote aantallen produceerde.

Andere uitvinders - zoals Adolphe Sax, van de saxofoon en Rudolf Diesel - die weliswaar miljoenen verdiende met zijn uitvinding van de dieselmotor, maar dit kwijtraakte door technische problemen en geldverslindende processen wegens patentrechten -, worden wel erkend als bedenkers, maar hebben er geen rooie cent aan overgehouden.

Maar het kan slechter: er zijn ook uivinders van geniale producten, die zowel geld als glorie misliepen, een ander ging er met hun buit vandoor. MT zet een aantal van deze onbekende helden op een rij.

7 van 7

Gloeilamp

Wie: Heinrich Göbel

Net als de telefoon een klassieker van Duitse makelij. Ook bij deze uitvinding strijkt een Amerikaan de eer en het geld op terwijl hij niet het brein achter de noviteit is.

Niet zakenman en uitvinder Thomas Alva Edison, maar Heinrich Göbel is de creatieve geest achter de gloeilamp. Göbel, in Duitsland geboren en in 1848 naar Amerika geemigreerd, ontwikkelt in 1854 in zijn werkplaats de eerste gloeilamp. Gemaakt met een gloeidraad van verkoolde bamboevezels in een bijna luchtledig baormeterglas. Hij weet uiteindelijk gloeilampen te ontwikkelen die 400 uur branden. Bij gebrek aan een elektrische infrastructuur wordt de uitvinding geen succes. Göbel is zijn tijd te ver vooruit en vertoont de lampen daarom als een soort van attractie aan het publiek in de straten van New York.

Het is 25 jaar later, op 21 oktober 1879, als de gloeilamp opnieuw oplicht. Brandend op koolstofvezel dit keer. De 'nieuwe' verlichtingsbron is een grote vooruitgang ten opzichte van de op dat moment gangbare olielampen en kaarsen en brandt 45 uur. Het is Thomas Alva Edison, nu bekend als de bedenker van de gloeilamp, die het patent aanvraagt en ook krijgt. Edison is een slimme dove Amerikaanse uitvinder en zakenman. Hij maakt zijn fortuin door uitvindingen op te kopen, verder te ontwikkelen en de octrooien op zijn eigen naam vast te leggen.

Heinrich Göbel, die inmiddels als Goebel door het leven gaat, hoort van het nieuws en stapt naar de rechter. Jarenlange procedures volgen. In de rechtszaal demonstreert Goebel hoe zijn 25 jaar oude gloeilamp werkt. Tot een uitspraak komt het niet. De kosten van de juridische acties zijn hoog, bovendien verloopt het copyright van Edison in 1894, wat het inmiddels bijna is. Goebel zelf overlijdt vlak voor die tijd, in december 1893.

Naast Goebel, claimen in die tijd ook de Rus Alexander Lodygin (1872) en de Engelsman Joseph Swan (1878) de gloeilamp te hebben uitgevonden. Edison verliest zelfs een rechtszaak tegen Swan waarin die claimt de uitvinder te zijn. Toch is het Edison die de geschiedenisboekjes in gaat als het brein achter de gloeilamp, en krijgt hij niet alleen de eer, maar ook het kapitaal.      

Interessant boek: Dutch Patents Act 2010 van het Nederlands Octrooibureau, met alle recente wetswijzigingen t/m april 2010

Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

reacties

(0)
reageer op dit artikel


 

 
Volg MT op Facebook
X