“Ik heb de persoonlijkheid bekeken van 953 ceo’s van de S&P500, die tussen 1992 en 2008 langer dan drie jaar aan de macht waren. Ik heb hun narcisme ‘gemeten’ op vier factoren; superioriteit, autoriteit, zelfbewondering en self entitlement, factoren die in samenhang een narcistische persoonlijkheid verklaren.”
“Ik heb gekeken naar 15 objectief meetbare variabelen en de uitkomsten daarvan gewogen en statistisch bewerkt. Zo is de hoogte van het inkomen van de ceo ten opzichte van dat van de nummer twee in het bedrijf een indicator, maar ook zoiets als het privégebruik van de company jet. De hoogste inkomensratio was 14, terwijl het gemiddelde 2,2 is. En een op de drie ceo’s bleek het bedrijfsvliegtuig ook privé in te zetten.”
“Allerlei dingen, maar onder meer dat een teveel of te weinig aan narcisme de resultaten negatief beïnvloedt. De best scorende ceo’s hebben een gematigd niveau van narcisme. Dan is er blijkbaar voldoende evenwicht tussen inhoud en charisma. De hoognarcisten in de onderzoeksgroep dulden bijvoorbeeld geen tegenmacht in de eigen board, wat fraude in de hand kan werken. Dat komt mede voort uit het gevoel dat regels niet voor hen gelden. De 16 vrouwen in deze groep waren overigens niet meer of minder narcistisch dan hun mannelijke collega’s.”
“Controlerend bestuurders moeten zich ervan bewust zijn dat er aan de top ruimte is om steeds narcistischer te worden. En dat daar een gevaar in schuilt. Ik pleit ervoor om een narcismemonitor te maken waarbij de gedragsverandering van een ceo kan worden gemeten. Toezichthouders hebben dan een manier om de excessen te zien en beperken. Vergeet niet, hoog-narcisten zijn vaak charismatisch, dulden weinig tegenspraak en weten een groep mensen achter zich te verenigen.”
Antoinette Rijsenbilt promoveerde 23 juni in Rotterdam op haar onderzoek ‘Ceo Narcissism: Measurement and Impact’.