Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

Waarom het nieuwe werken niet werkt

magazine | 25 feb 2011 | Peter van Lonkhuyzen |
Het nieuwe werken

Het nieuwe werken is bezig aan een onstuitbare opmars. Ruim 70 procent van onze lezers werkt één of meer dagen ­vanuit huis. In alle euforie lijkt het of er alleen maar argumenten vóór zijn. Maar HNW kent serieuze voetangels. 


In een goed sprookje wordt het ­veelkoppig monster verslagen, de jonkvrouw bevrijd en rijdt de ­ridder metDe nieuwste MT is uit!
Vandaag verschijnt een nieuwe editie van MT-magazine. Hierin leest u onder meer deze verhalen:
- De manager zonder eigen kamer
- Hoe Nederland scoort met patenten
- Interview Peter Blom (Triodos)

Daarnaast een special over het nieuwe werken. Met dit artikel krijgt u alvast een voorproefje. Wilt u MT morgen al in huis hebben? Bestel dan vandaag.
haar weg richting ­ondergaande zon. Het nieuwe werken is zo’n sprookje – een ­typisch Nederlands ­sprookje nog wel. De nare koppen van het monster die worden afgehakt, zijn de files, lange kantooruren en stress. In het tijdperk van het nieuwe werken behoort dat ­allemaal tot het ­verleden. En we leven nog lang en ­gelukkig.

Nieuwe werken tegen de file

Het is haast verbluffend hoe we het met onszelf eens zijn. Het nieuwe werken heeft alleen maar voorstanders, zo lijkt het. De werknemers willen het: ze krijgen meer vrijheid om hun tijd in te delen. De ­werkgevers willen het: ze besparen op de kantoorkosten. En ook de overheid wil het: flexibelere werktijden zijn een ­probaat middel om geldverslindende files tegen te gaan. Geen wonder dus dat HNW in hoog ­tempo om zich heen grijpt. Bij negen op de tien grote bedrijven gebeurt het al, schreef het CBS vorig jaar. Kleinere ­bedrijven (tot 50 werknemers) lopen nog achter, maar ook daarvan zou 43 procent inmiddels ‘om’ zijn. In recent onderzoek van TNS Nipo gaf 85 procent van de ­respondenten te kennen flexibel werken een goede zaak te vinden. Uit ­internationale studies blijkt ons land zelfs koploper in de wereld te zijn.

Sprookje verstoord

Het is niet moeilijk rapporten te vinden waarin de voordelen van het nieuwe werken worden opgesomd. Kennis­werkers ervaren meer tevredenheid, een betere balans tussen werk en privé en een ­hogere productiviteit, zo concludeerde Rotterdam School of Management afgelopen najaar. Wie beter kijkt, ziet dat het onderzoek werd uitgevoerd in ­opdracht van Microsoft. Iets wat geldt voor veel van de beschikbare studies: stuk voor stuk gefinancierd door belanghebbenden, bedrijven die software, hardware of diensten leveren om HNW mogelijk te maken. Is er wat mis mee, als het onderzoek door, of bij, een ict-bedrijf wordt gedaan? In principe niet, maar de kans bestaat dat de ­voordelen meer worden belicht dan de nadelen. Terwijl de bewijzen dat er bij HNW echt minder ziekmeldingen zijn, of dat er 40 procent meer productiviteit is, zoals soms wordt beweerd, op zijn minst ­discutabel zijn. In de algehele euforie lijkt weinig plaats voor kritische geluiden. Het sprookje mag niet worden verstoord.

Wie het nieuwe werken succesvol wil invoeren, moet de bezwaren serieus nemen in plaats van negeren. Hieronder zetten we 10 hardnekkige ­mythes op een rij.

# 1. Het nieuwe werken is: efficiënt werken

Door zelf de werktijden in te delen, ­zouden mensen efficiënter kunnen ­functioneren, is de gedachte.
Maar hoe is de realiteit? Mensen die ­regelmatig thuis- of telewerken komen vaker in de knel met hun tijd dan ­traditionele werknemers, aldus TNO-­onderzoek. Hun gezin en hun sociale ­activiteiten lijden méér onder hun werk, in plaats van minder. Doordat mensen ­geïsoleerd werken, en vaak ’s avonds, is door onderzoekers van de Universiteit Nijmegen bovendien een groter risico op burnout gerapporteerd.

# 2. Het nieuwe werken is: beter communiceren

De nieuwe werker mailt, sms’t, twittert, chat en skypet er op los. Maar intussen wordt het contact met de collega’s er niet beter op, zeggen ze ook zelf. Voor 63 ­procent van de werknemers is het missen van de collega’s een reden om niet thuis te werken, blijkt uit onderzoek. Ook het zelf niet ‘zichtbaar’ zijn voor collega’s, wordt door velen als gemis ervaren.

# 3. Het nieuwe werken is: ­beter samenwerken

Steeds meer software maakt het mogelijk om op afstand samen te werken. Maar studies naar het functioneren van ­virtuele teams laten zorgwekkende resultaten zien. De coördinatie is lastiger, de onderlinge affiniteit kleiner en het vertrouwen wordt moeilijker opgebouwd, er is ­minder onderlinge sympathie en meer kans op conflict. Geen wonder; volgens bekend onderzoek maken (gesproken) teksten slechts voor 7 procent onderdeel uit van de totale communicatie, de rest wordt ­bepaald door non-verbale signalen als ­lichaamstaal en gezichtsuitdrukking. Uit ander wetenschappelijk onderzoek blijkt dat mensen die fysiek dichter bij elkaar staan, hechtere relaties aangaan dan mensen die verder van elkaar afstaan.

# 4. Het nieuwe werken is: meer tot stand brengen

Onderzoeken naar de verschillen in ­productiviteit als gevolg van het nieuwe werken, laten wisselende resultaten zien. Over de invloed op creativiteit en ­innovatie is vrijwel niets bekend. Nieuwe ideeën die vroeger bij de koffiemachine ontstonden, komen in elk geval een stuk lastiger tot stand bij het koffieapparaat thuis. Als er minder informeel contact is en er minder uren op ‘de zaak’ worden doorgebracht, zal dat ongetwijfeld gevolgen hebben voor de bedrijfscultuur en -binding. Hierover is nog weinig bekend.

# 5. Het nieuwe werken is: ­jezelf meer ontwikkelen

Werknemers hebben bij flexibel werken minder formele verplichtingen. Maar de aanwezigheid op kantoor heeft ook veel ‘verborgen’ voordelen. Een ­stimulerende omgeving en teamwork ­dagen werknemers bijvoorbeeld uit om zich te ontwikkelen. Volgens recent ­promotie-onderzoek van arbeids- en ­organisatiepsychologe Etty Wielenga-­Meijer is het gevaar van te veel vrijheid dat een werknemer zijn leercurve ziet ­dalen. De belangrijkste factoren voor ­leren in het werk zijn hoge (maar geen ­torenhoge) taakeisen, genoeg variatie, voldoende (maar geen algehele) vrijheid en betekenisvolle feedback. Als een taak zoveel vrijheid geeft en de werknemer geen aanwijzingen heeft om de klus tot een goed resultaat te brengen, werkt dat negatief op de leercurve.

# 6. Het nieuwe werken is: ­sturen op output

Sturen op output is het toverwoord van HNW. Omdat managers hun mensen minder zien, moeten ze ­leren om hen te beoordelen op hun ­prestaties in plaats van aanwezigheid. Het klinkt mooi, maar er in de praktijk kleven er grote bezwaren aan dit sturen op output. De organisatiedoelen zijn lang niet altijd helder, vaak zelfs tegenstrijdig. Er moet bijvoorbeeld meer worden geproduceerd, ­terwijl de kosten omlaag moeten. De winst moet omhoog, terwijl we ook ­ruimte willen voor innovatie. Harde ­targets stellen staat vaak haaks op een werksfeer waarin werknemers gecoacht worden en geïnspireerd raken om het beste uit zichzelf te halen. Die paradox wordt bij de roep om ‘sturen op output’ vaak over het hoofd gezien.

# 7. Het nieuwe werken is: voor iedereen

In al het enthousiasme wordt vaak erg makkelijk gedaan over de algemene ­toepasbaarheid van het nieuwe werken. Maar de barman in uw stamcafé zal echt niet nieuw gaan werken, noch de piloot tijdens uw zakenvlucht. En dat is maar goed ook. HNW mag dan populair zijn onder kenniswerkers, de doorsnee werknemer is er nog helemaal niet aan toe. In recent onderzoek van Ruigrok Netpanel gaf 68 procent van de werknemers aan een vaste ‘eigen’ ­werkplek te verkiezen boven een ­flexibele plek. Nog eens 47 procent vindt het ­belangrijk die werkplek te kunnen ­‘personaliseren’. Werknemers willen ‘­gewoon het type Jiskefetkantoor’, ­concluderen de onderzoekers.

# 8. Het nieuwe werken is: ­altijd, overal, met elk device

De opkomst van mobiel internet is mede verantwoordelijk voor de doorbraak van het nieuwe werken. Op elke locatie ­kunnen we nu contact maken met het ­bedrijf en ons werk doen, zo heet het. Dat wordt soms wel erg optimistisch voor­gespiegeld; probeer maar eens een ­verkoopgesprek te voeren in een volle treincoupé met joelende scholieren om u heen, of probeer de jaarcijfers eens bij te werken op uw iPad. Geconcentreerd ­werken vraagt nog altijd bepaalde ­minimumvereisten van de werkomgeving en hulpmiddelen.

# 9. Het nieuwe werken is: ­verantwoord werken

Het is werkgevers wettelijk verplicht zorg te dragen voor een veilige en gezonde werkomgeving voor hun personeel. Dat valt bij al dat nieuwe werken niet mee. Er kan een risico-inventarisatie van de thuiswerkplek worden gemaakt, maar hoe ergonomisch zijn de tafeltjes in de Coffee Company waar de kenniswerker zijn uren slijt? En is met een tablet op de bank liggen werken wel arbo-proof?

# 10. Het nieuwe werken is: prettig werken

Ooit was werken – weet u nog? – ’s ochtends vroeg opstaan, de koude auto of bus in, de hele dag tussen kale kantoormuren doorbrengen en om vijf uur aansluiten in de file naar huis. Het nieuwe werken verwijst al die ellende naar het verleden. ­­’s Ochtends ­ontspannen uit de veren, met ­koffie op zolder achter de pc kruipen, ’s middags even naar een ­afspraak, maar op tijd ­terug om de ­kinderen te halen.
Helaas, was het maar zo feestelijk. Het nieuwe werken is ronduit ongezellig. Grote delen van de werkweek zit je als werknemer alleen thuis. Eenmaal op de zaak aangekomen zit je op een flexplek tussen mensen die je nauwelijks kent. Het oude werken leek soms een gevangenis, maar het was ook een sociaal gebeuren. Er werd bijgepraat, verjaardagen werden gevierd. Dat is nu teruggebracht tot een verplicht wekelijks netwerkmoment. Komende jaren gaan steeds meer mensen het warme kantoor-‘nest’ missen. Er zou wel eens een tegenbeweging kunnen ­komen: de mensen die nu staan te ­trappelen om flexibel te mogen werken, staan ’s ochtends om 9 uur weer voor de deur van het kantoor. Hopelijk is er, ­nadat het kantoor met flexplekken is uitgerust, nog genoeg ruimte voor ze.

....en waarom u er dan tóch aan moet!

Er is één ­allesoverheersende reden waarom bedrijven, zelfs als ze ­zouden willen, niet aan het nieuwe werken ontkomen. Die is dat werknemers erom vragen. Een bedrijf dat HNW niet toestaat, verliest meteen zijn aantrekkingskracht op de arbeidsmarkt. Voor meer dan de helft van de werkende ­Nederlanders is flexibel kunnen werken een belangrijke of doorslaggevende voorwaarde bij het zoeken naar een nieuwe baan, aldus onderzoek van TNS Nipo. Ook bij het vasthouden van werknemers is het belangrijk: als flexibel werken niet mag, is dat voor een kwart van de ­mensen reden om misschien op zoek te gaan naar een andere baan. Geen flexibel werken, geen nieuw talent. Het is een harde ­conclusie.

De andere doorslaggevende reden is dat een flexibel kantoor met flexwerkplekken in principe met minder vierkante meters toekan. Dat kan een belangrijke bezuiniging opleveren. Er moet echter wel rekening worden gehouden met extra investeringen in communicatietechnieken en bijvoorbeeld vergaderlocaties waar de flexwerkers elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast is het eigenlijk vooral van toepassing op bedrijven die aan verhuizing toe zijn of hun huurcontract kunnen openbreken. Voor de andere gerapporteerde voordelen (meer productieve uren, minder stress etc.) is het bewijs tot nu toe tamelijk dun. Overigens is er óók weinig bewijs dat de productiviteit na het invoeren van HNW omlaag gaat, dat moet erbij worden gezegd.

Stappenplan om Werken 2.0 in te voeren, de nieuwe manier van leidinggeven en meer tips over HNW lees je in het dossier Het Nieuwe Werken op Ondernemer In Business.

> Dit artikel is afkomstig uit MT magazine. Bestel de nieuwste editie online

Lees meer over het nieuwe werken:

Interessant boek: Het nieuwe werken ontrafeld

 
Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

reacties

(4)
Pasfoto van Jeroen Komen
Mooi artikel, in grote lijnen. Kleine nuance rondom punt 3, is dat die 7 procent, geschreven teksten betreft. Gesproken tekst verrijkt de boodschap met zo'n 40%, door intonatie en pauzes bijvoorbeeld. In een chatsessie zijn daarvoor slechts de smiley's beschikbaar :-).

Lees voor een antwoord op het gebrek van de koffieautomaat mijn column:
"Sociale websites vervangen de koffieautomaat" http://www.mkbservicedesk.nl/4554/sociale-websites-vervangen-koffieautomaat.htm

En voor een andere kritische invalshoek aangaande het sprookje:
Het nieuwe wonen, iedereen naar Almere?
http://www.mkbservicedesk.nl/4647/het-nieuwe-wonen-iedereen-naar-almere.htm

Jeroen Komen
Pasfoto van Kees Froeling
Ik ben benieuwd naar de beelden die Peter heeft bij Het Nieuwe Werken. als ik het artikel zo lees krijg ik het gevoel dat thuiswerken daar de hoofdzaak in is, waarbij verplichting om dat te doen als zodanig bij mij overkomt. Dat beeld leeft bij meer mensen. Als je dat als HNW beschouwt, dan zou ik daar ook niet voor kiezen. Dan val je eigenlijk terug op het verplicht telewerken dat we in de vorige eeuw bij veel organisaties zagen. Ik denk dat de kern veel meer ligt bij keuzevrijheid binnen bepaalde kaders. Wat is jouw passie? waar gaat jouw hart sneller van kloppen? Waar krijg je energie van? En hoe kan je dat aanwenden om jouw werk beter en leuker te maken? Er zullen mensen zijn die een deel van hun werk niet op kantoor doen, simpelweg omdat het voor bepaalde werkzaamheden niet handig is. Zie daarvoor ook http://www.ted.com/talks/jason_fried_why_work_doesn_t_happen_at_work.html
Anderen zullen graag al hun werk op kantoor blijven doen. Prima. Als je het hebt over het aspect thuiswerken denk ik dat het gaat om balans en afgewogen keuzes.
Kees Froeling Conclusion - Human Capital Group
Pasfoto van van den Nieuwenhof
Eric Hol, Senior Director Solutions bij Avanade Nederland

De scheidslijn tussen succes en falen is erg dun. De zaken die in het artikel worden besproken worden nu vanuit het faalperspectief besproken. Echter, er wordt niet diep ingegaan op waarom het nieuwe werken voor de ene organisatie wel werkt en voor de andere niet. HNW kan bijvoorbeeld goed ingezet worden bij organisaties met hoog opgeleiden die individueel goed functioneren en daarnaast zelfstandig beslissingen kunnen maken. Bedrijven moeten naar een balans zoeken tussen werkomgeving, IT-middelen en het vermogen van een organisatie om met HNW om te gaan. Zoek je alleen de extremen op bij deze drie punten, dan gaat HNW niet werken. Uiteindelijk bestaat er een HNW vorm uniek voor elke organisatie. Een one size fits all oplossing is er niet.


Pasfoto van Jurgen van der Meer
Reactie op artikel ‘Waarom het nieuwe werken niet werkt’ van
Peter van Lonkhuyzen in Management Team d.d. 25-2-2011

In zijn artikel “Waarom het nieuwe werken niet werkt” gaat Peter van Lonkhuyzen in op mythes rondom Het Nieuwe Werken en geeft hij aan waarom HNW niet zou werken. Studies naar HNW zijn volgens hem verricht of gefinancierd door bedrijven die er belang bij hebben en deze geven slechts de voordelen er van aan. Bewijzen dat HNW echt wat oplevert zouden ontbreken of discutabel zijn.
HNW is volgens Van Lonkhuyzen met name thuiswerken en virtueel werken, waardoor de arbeidsproductiviteit toeneemt en werknemers meer tevreden zijn over de balans tussen werk en privé. De bezwaren tegen Het Nieuwe Werken bouwt hij op vanuit deze typering van HNW. Een “enge” benadering doet tekort aan de kansen die HNW biedt en geeft extra voeding aan de misvattingen die erover bestaan. Laten wij een aantal van deze misvattingen eens langslopen.

Het Nieuwe Werken is voor belanghebbenden
Volgens Peter van Lonkhuyzen wordt het Nieuwe Werken met name geïmplementeerd bij en gepropageerd door bedrijven die er een onmiddellijk belang bij hebben, zoals bijvoorbeeld Microsoft en Google. Ook onderzoek naar HNW zou gefinancierd worden door belanghebbenden en daarmee alleen de euforie voor HNW stimuleren en voordelen sec belichten. Is het daadwerkelijk zo dat HNW alleen onder belanghebbenden opgeld doet? Is sprake van een door ICT-bedrijven gestimuleerde hype?
Het Nationaal Kantorenmarkt Onderzoek (Twynstra Gudde, 2010) geeft uitsluitsel over de stand van zaken met betrekking tot HNW in diverse branches. In 2010 was circa 35% (1 mln. kantoormedewerkers) actief bezig met programma’s en projecten voor HNW, waaronder nagenoeg alle grote Nederlandse kantoorhoudende bedrijven. Wij hebben het dan over ruim één zesde deel van de Nederlandse beroepsbevolking en het aantal bedrijven dat HNW invoert is nog steeds sterk groeiende. HNW speelt in alle kantoorbranches, van overheid tot zakelijke en financiële dienstverlening. Inmiddels is ook sprake van HNW in de zorg en in de industrie. De kwantitatieve omvang van programma’s geeft aan dat geen sprake is van een trend, maar van een breed omarmd en breed toegepast concept!


Bewijslast voor HNW ontbreekt
Toegegeven, bewijslast voor de voordelen en effecten van HNW is sinds de eerste invoering ervan in 2008 nog beperkt. Inmiddels worden vanuit afgeronde projecten de eerste ervaringscijfers opgebouwd. Projecten in de rijksoverheid, TNT, KPN, SNS Reaal en tal van gemeenten wijzen daadwerkelijk op productiestijging, kwaliteitsverbetering, kostenreductie, verbetering van concurrentievermogen, verbetering van werknemerstevredenheid, vergroting van bedrijfsvitaliteit en goed werkgeversschap.
Productiestijging, kwaliteitsverbetering en verbetering van concurrentievermogen betreffen met name HNW-projecten waarbij organisatiedoelstellingen in nauwe symbiose met nieuwe werkwijze, nieuwe werkplanning, zelfmanagement, vernieuwend HR-beleid en intensivering van samenwerking worden gerealiseerd. Dergelijke projecten gaan doorgaans gepaard met beleids-, structuur- en procesveranderingen. Kostenreducties vinden hun oorsprong in het terugdringen van managementkosten, het wegvallen van reiskosten en facilitaire kosten. De praktijk wijst uit dat 20-40% verbeteringen en reducties daadwerkelijk mogelijk zijn. SNS Reaal (VKBanen.nl, 2010) communiceert een productiviteitsverbetering van 10% en een kostenreductie in de kantoorhuisvesting van 40% op grond van HNW. Bij KPN wordt door middel van HNW een kostenreductie van 30% nagestreefd; in 2013 werken 10.000 KPN’ers volgens de principes van HNW. De rijksoverheid heeft door middel van “Ambtenaar 2.0” en “Ambtenaar voor de Toekomst” HNW breed omarmd. De Rgd streeft er -als grootste gebouwgebruiker van Nederland- naar om nieuwe werkvormen zoals plaats- en tijdonafhankelijk werken, die voort komen uit deze programma’s, intensief te faciliteren. Dit in de context van efficiëntie en flexibilisering.

Het Nieuwe Werken is telewerken of virtueel werken
Plaats- en tijdonafhankelijk werken als kenmerk van HNW betekent niet dat HNW synoniem gezien moet worden voor telewerken of virtueel werken. Telewerken en virtueel werken kunnen onderdelen zijn van een volledige werkinvulling waarin plaats- en tijdonafhankelijk werken centraal staat. Het is een gegeven dat de Nederlandse kantoorwerkplek gedurende de dag voor minder dan 40% bezet is. Dit impliceert dat een groot gedeelte van het kantoorwerk nu al buiten kantoor plaatsvindt. Naast tele-thuiswerken hebben wij het dan over onderweg werken, bij de klant werken of met collega’s buiten kantoor werken. Verrassend weinig organisaties hebben hierin inzicht of anticiperen hierop in de vorm van inzet van middelen of beschikbaar stellen van faciliteiten.
In verband met virtueel werken wijst Peter van Lonkhuyzen ook op het ontstaan van sociaal isolement en daling van de kwaliteit van samenwerken bij medewerkers die veel tele(thuis-)werken. Niet zichtbaar zijn betekent volgens hem slechter communiceren en het gemis van collega’s kan als voornaamste reden worden gezien om niet thuis te werken. Al in de 90’er jaren is door het Platform Telewerken gewezen op sociale risico’s die ontstaan bij telewerken. Inmiddels beschikken wij echter over technologie waarmee de fysieke nabijheid virtueel kan worden vergroot (teleconferencing, visuele applicaties bij group- en shareware). Belangrijker is echter dat in deze mogelijk voorbij wordt gegaan aan één van de kernprincipes van HNW: “manage your own work”. Zelforganiserend vermogen komt alleen tot stand indien voldoende vrijheid bestaat in rol- en taakinvulling en veronderstelt taakvolwassen medewerkers en managers. Van deze medewerkers en managers kan dan ook verwacht worden dat deze in staat zijn het werk zodanig te organiseren, dat een goede balans ontstaat tussen fysiek en virtueel samenwerken, dit in de context van de te behalen resultaten.

Het Nieuwe Werken is sturen op output
Jazeker, Het Nieuwe Werken is sturen op output. Het betekent inderdaad dat afspraken over resultaten op basis van prestaties in plaats van aanwezigheid gemaakt moeten worden. Het ontbreken van organisatiedoelen of tegenstrijdige organisatiedoelen kunnen hierbij een risico vormen. Maar hier past ook een nuance op. De kracht van het HNW-concept zit in “manage your own work” en “my size fits me” die ook een verantwoordelijkheid impliceren voor het eigen (en bestuurbare) deel van de organisatiedoelstelling. Hier ontstaat de eerste winst van HNW: organisatiedoelstellingen worden geëxpliciteerd en onder verantwoordelijkheid gebracht.
Peter van Lonkhuyzen wijst bij outputsturing nog op de paradox die zou bestaan tussen het stellen van targets en het creëren van een werksfeer waarin medewerkers gecoacht worden en geïnspireerd raken om het beste uit zichzelf te halen. Hier raakt hij één van de kerndiscussiepunten van HNW: het stimuleren van zelfmanagement en zelforganiserend vermogen zou strijdig zijn met slanke bedrijfsprocessen en de controle, die noodzakelijk is voor outputsturing. De gemeente Zwolle werkt een implementatiemodel voor HNW uit waarin zelfsturing op basis van vertrouwen en controle in de context van besparing en lean processing, hand in hand gaan. De kern van dit model is dat management en medewerkers rekenschap afleggen in zowel vertrouwensdoelen als efficiëntiedoelen.

Het Nieuwe Werken betekent een flexibele werkplek
HNW zou alleen populair zijn onder kenniswerkers en de doorsnee werknemer zou er nog niet aan toe zijn. Dit stelt Het Nationaal Werkplekonderzoek van Ruigrok Netpanel/newDirections, omdat 68% van de werknemers een eigen werkplek zou verkiezen boven een flexibele plek. Inzoomend op het onderzoek blijkt dat deze 68% correspondeert met aantal van 680 respondenten. Nederland kent circa 3 miljoen kantoorwerkers, zodat getwijfeld mag worden aan de statistische validiteit van dit onderzoek. Belangrijker is echter dat het onderzoek lijkt te onderschrijven waar andere onderzoeken (P. Vink e.a., Aangetoonde effecten van het kantoorinterieur, 2009) ook reeds op wezen: werknemers hebben het gevoel dat er een verband bestaat tussen het werk goed doen, productiever zijn, in een werkomgeving, die dit goed faciliteert. Angst voor een nieuwe werkomgeving die open en flexibel is en daarmee nog meer herrie en lawaai impliceert dan de huidige werkomgeving, kan er toe leiden dat kantoorwerknemers willen vasthouden aan bestaande werkplekconcepten. Bijzonder is het echter om in het onderzoek van Ruigrok te lezen dat ook de huidige werkomgeving niet ondersteunt wat de werknemer wil. Bauer (Better Performances in innovative working environments, 2003) heeft het verband tussen productiviteit, comfort en werkplekconcepten onderzocht. Uit dit onderzoek komt naar voren dat werknemers het gevoel hebben beter te presteren en een hoger comfort ervaren in een werkomgeving die een veelheid van activiteiten ondersteund (het zogenaamde combikantoor). Hier zit ook de kern van het ontwerpen van werkplekconcepten in HNW: “one size misfits all”.
Naast openheid en transparantie (voor informeel ontmoeten en socializen) bestaat evengoed behoefte en aan ruimte om te focussen, samen te werken, te concentreren en te ontspannen. Een goede werkomgeving is een afgeleide van de aard van het werk en de daarin te onderscheiden activiteiten: activiteit gericht werken in een activiteitgerichte werkomgeving. Dat is maatwerk. Hoewel collectieve werkplekken met het oog op efficiënt gebruik zijn te prefereren boven persoongebonden werkplekken, is het in veel gevallen juist op basis van de aard van het werk noodzakelijk om persoonsgebonden werkplekken te handhaven. Tenslotte is het zo dat een functioneel ingerichte werkomgeving juist aandacht besteedt aan personificatie, eigenheid en cultuur van gebruikers.

Wat is Het Nieuwe Werken dan wel?
Er bestaan veel misvattingen over HNW. Dat brengt ons bij de vraag wat HNW dan wel is, wat de meerwaarde ervan is en waarin HNW zich onderscheidt van “het oude werken”. HNW laat zich het beste beschrijven als een filosofie van werken waarbij het zelfmanagend vermogen van de organisatie, resultaat gericht werken en flexibilisering van arbeidsvoorwaarden centraal staan. De meerwaarde bestaat uit de productiviteitsverbetering, verbetering van het concurrentievermogen door het hanteren van nieuwe en innovatieve organisatieprincipes en nieuwe werkvormen, talentontplooiing en vergroting van het werkplezier. HNW onderscheidt zich van het oude werken in de zin dat de mens in plaats van het proces centraal wordt gesteld. Zelfmanagement komt tot stand op basis van een dialoog en vertrouwensband tussen management en medewerkers, waarbij afspraken worden gemaakt over te leveren resultaten. Dit op basis van het stimuleren van kennis, kunde en talent van medewerkers en innovatief gedrag. Voor de “samenhang der dingen” wordt verwezen naar het zeer lezenswaardige TNO-rapport “Management door vertrouwen, naar zelfmanagement en innovatief gedrag (Ten Have e.a., 2010).
De meest succesvolle HNW-implementaties lijken die trajecten waarin aan de componenten van HNW integraal aandacht wordt gegeven. Deze betreffen:
• Beleids-, structuur- en procesveranderingen die noodzakelijk zijn om slimmer en effectiever te werken.
• Ontwikkeling van managementattitudes en managementstijlen, zelforganisatie, resultaatverantwoordelijkheid en eigen ondernemersschap in alle lagen van de organisatie.
• Cultuurverandering, draagvlakontwikkeling en acceptatie.
• Kennismanagement, informatiemanagement en Nieuwe Media.
• Tijd- en plaatsgevarieerd werken in een duurzame werkomgeving.
• Datastructuur, infrastructuur en faciliteiten behorend bij resultaat gericht werken.
• Arbeidsrelaties, arbeidsvoorwaarden, kwaliteitsmanagement, talentmanagement en HR.


Jurgen van der Meer

Jurgen is als Consultant Het Nieuwe Werken verbonden aan Pool Management & Organisatie b.v.

reageer op dit artikel



U dient ingelogd zijn om te kunnen reageren




Wachtwoord vergeten? | Registreren
 
Nieuwsbrief
Expertpanel
15 experts staan klaar om uw vragen te beantwoorden
Laatst gestelde vraag aan:
Bestuursvoorzitter van Berenschot en hoogleraar Organisatiekunde en Bestuurskunde
Bestuursvoorzitter van de Berenschot Groep en hoogleraar Organisatiekunde en Bestuurskunde bij TiasNimbas Business School. In de afgelopen jaren publiceerde hij een groot aantal artikelen en boeken over complexe netwerksturing en besluitvorming.
De uitgestippelde strategie heeft niet het gewenste effect. Wanneer en hoe bepaal je het keerpunt?
- redactie MT
X