Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

Vertrouwen is het crisisrecept

hrm | 18 mrt 2010 | Peter van Lonkhuyzen |
Teamverband

Onderling vertrouwen binnen een bedrijf kan het uit de crisis helpen. Maar helaas, constateert Jos Plompen van Great Place to Work Institute: “de korte termijn regeert.”

Begin april verschijnt hij weer, de jaarlijkse lijst van de beste werkgevers samengesteld door Great Place to Work Institute. Dan is bekend welke bedrijven zich een ‘Great Place to Work’ mogen noemen. Samen met de lijst wordt dit jaar een manifest gepubliceerd over goed werkgeverschap. De initiatiefnemers zijn, naast Great Place to Work Institute, de sociale partners CNV, VNO-NCW Jong Management en AWVN en het Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie, Vitae en &samhoud. Speciaal voor dit manifest wordt momenteel een onderzoek gehouden onder werkgevers en werknemers. Jos Plompen, ceo van Great Place to Work Institute: “We willen dat goed werkgeverschap meer op de agenda komt van bedrijven én hun medewerkers.”

Waarom is dat nodig?

Plompen: “In bedrijven en bij discussies met sociale partners gaat het meestal om vraagstukken zoals het laatste kwartprocentje van de loonschaal. Andere dingen, die belangrijk zijn voor zowel werknemers als -gevers, worden genegeerd. Het werkklimaat kan beslissend zijn voor de vraag of een bedrijf overleeft. Voor alle betrokkenen is het belangrijk dat er vertrouwen heerst, dat er met plezier wordt gewerkt en dat de werknemers trots kunnen zijn op hun bedrijf. Daar willen we aandacht voor vragen.”

Hoe is het daarmee gesteld?

Plompen: “In de bedrijven die het in ons onderzoek goed doen, zie je dat vertrouwen hoog scoort. Maar dat is maar een kleine kopgroep. De focus in veel bedrijven ligt sterker op de resultaten, en de korte termijn regeert. Men vergeet wel eens wat het woord ‘resultaten’ impliceert, namelijk dat het een resultante van iets is. De resultante van onder meer het gedrag en de sfeer in het bedrijf. Met het onderzoek willen we de stand van zaken in Nederland opnemen.”

Hoe kan het onderling vertrouwen bijdragen aan het overleven van het bedrijf?

Plompen: “Wat je ziet bij bedrijven die het goed doen is dat de onderlinge communicatie tijdens een crisis eerder toe- dan afneemt. Belangrijke informatie wordt gedeeld, er heerst het gevoel dat we samen voor die uitdaging staan, en er ook samen moeten uitkomen. Dat levert vaak waardevolle ideeën op van de medewerkers op de ‘vloer’, die in contact met de klanten staan. Bedrijven die onderling intensief samenwerken, blijken het gewoon beter te doen. Helaas zie je nog te veel dat de directie zich op de hei terugtrekt en vervolgens met een masterplan komt dat aan iedereen wordt opgelegd.”

In hoeverre kunnen de medewerkers bijdragen aan het verbeteren van het vertrouwen en de sfeer?

Plompen: “Het is een misvatting dat alle initiatieven op dit gebied van ‘boven’ moeten komen. Ook medewerkers kunnen initiatieven nemen om het werkvertrouwen en de communicatie te verbeteren. Als ze achterover leunen en wachten op wat de directie bedenkt, schiet het weinig op. Vertrouwen moet van twee kanten komen.”

Op 8 april wordt de Lijst van Beste Werkgevers 2010 bekendgemaakt tijdens een bijeenkomst in Amsterdam. Doe ook mee aan het onderzoek.
 

 
Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

reacties

(1)
Pasfoto van Veronique van Zanten
Namens Sander Kerkhoffs, Country Manager Nederland van StepStone Solutions, opdrachtgever van koning & vogel communicatieadvies:

Organisaties moeten in de nasleep van de economische crisis de ontwikkeling van al hun medewerkers, jong en oud, voorop stellen om te voorkomen dat er grote gaten ontstaan en dat zij onherstelbare achterstand oplopen. Het opbouwen van vertrouwen op de werkvloer moet met spoed geagendeerd worden door ondernemers en managers. Na twee jaar van bezuinigingen is dit vertrouwen aantoonbaar sterk ondermijnd. Dit verlaagt tegelijkertijd de betrokkenheid van medewerkers terwijl dat over het algemeen een essentiële graadmeter is voor het toekomstige succes van organisaties. Zonder de juiste talentstrategie lopen ondernemers en managers grote risico’s kennis en kunde te verliezen in een periode dat gemotiveerde medewerkers cruciaal zijn voor economisch herstel.

Bedrijven staan op een kruispunt. Zonder aandacht voor talentontwikkeling brokkelt hun talentbasis vanaf nu gaandeweg af. Dat leidt uiteindelijk tot slechtere bedrijfsresultaten. Nederlandse managers zijn daarbij opvallend pessimistischer over het herstel dan internationale collega’s. Vergrijzing, generatieverschillen en de bijbehorende leeftijdsafhankelijke drijfveren zijn voor hen een extra uitdaging. Jonge medewerkers vinden bijvoorbeeld carrièreontwikkeling het belangrijkst terwijl maar 1% van de 50-plussers dat vindt. Oudere medewerkers hechten vooral aan secundaire arbeidsvoorwaarden, tegen 2% van de 20 tot 30-jarigen.

Onderzoek (www.stepstonesolutions.com/eiu) laat zien dat een derde van de managers vindt dat medewerkerloyaliteit laag is en verwacht belangrijke mensen kwijt te zullen raken terwijl de vraag naar talent stijgt. Startfuncties voor hoogopgeleiden nemen ondertussen nog steeds dramatisch af: slechts 6% van de managers ziet het werven van hoogopgeleide starters in 2010 als prioriteit tegen 50% in 2009.

Talentstrategie stijgt wel snel op de directieagenda: de beschikbaarheid van talent wordt als derde groeifactor aangemerkt, na economisch herstel en toegang tot krediet. Managers beseffen weliswaar dat aandacht voor talent belangrijk is maar er moet snel meer concrete actie worden ondernomen om toekomstbestendige levensfasegebonden talentstrategieën te ontwikkelen en in de praktijk te brengen. Als in tijden van herstel de beste medewerkers vertrekken en er geen nieuw talent in huis wordt gehaald, vormt dit een serieuze bedreiging voor het voortbestaan van veel organisaties.

reageer op dit artikel



U dient ingelogd zijn om te kunnen reageren




Wachtwoord vergeten? | Registreren
 
Nieuwsbrief
Expertpanel
15 experts staan klaar om uw vragen te beantwoorden
Laatst gestelde vraag aan:
Bestuursvoorzitter van Berenschot en hoogleraar Organisatiekunde en Bestuurskunde
Bestuursvoorzitter van de Berenschot Groep en hoogleraar Organisatiekunde en Bestuurskunde bij TiasNimbas Business School. In de afgelopen jaren publiceerde hij een groot aantal artikelen en boeken over complexe netwerksturing en besluitvorming.
De uitgestippelde strategie heeft niet het gewenste effect. Wanneer en hoe bepaal je het keerpunt?
- redactie MT
X