Begin deze eeuw plakte de Deense speelgoedproducent haar logo op pretparken, rugzakken en T-shirts. De doelgroep begreep er niets van. De nieuwe ceo Jørgen Vig Knudstorp besloot dat het weer om steentjes moest gaan en gooide al het randgebeuren eruit, inclusief de 4 Legoland-pretparken. Resultaat vorig jaar: een wereldwijde recordomzet van 2,1 miljard euro. Enig minpuntje: de online game Lego Universe, die het minder deed dan verwacht. En inderdaad, ook geen core is.
Het aantal verschillende Lego-onderdelen, al jaren rond de 7.000, steeg eind jaren ’90 in recordtempo naar 14.000. Te veel voor de gemiddelde consument, en bovendien te duur: productie-, voorraad- en logistieke kosten stegen explosief. Besloten werd niet langer de designers het laatste woord te geven, maar de klant. Knudstorp vloog de wereld rond om met kinderen te praten, er kwamen kindertestpanels, en evenementen en brandstores om kinderen het merk te laten beleven. Zodat hun ouders voor omzet zorgden.
De omzetgroei komt vooral van klassiekers als Duplo, Lego City en Lego Technic, maar ook van licentieproducten. Zo stonden de pakketjes met figuren uit Star Wars en Harry Potter vorig jaar op menig verlanglijstje. Ook de 10 Lego-gezelschapsspellen, gelanceerd in 2010, bleken een succes. Ook dit jaar is er weer een grote hit: Lego Ninjago, een concept dat spinners en bouwsets combineert. Zelfs internet blijkt geen bedreiging, maar juist een versterking: parodieën met Lego-poppetjes zijn op YouTube drukbezocht.
Bron: o.a. martijn arets; Brand expedition
> Dit artikel is afkomstig uit MT magazine. Bestel de nieuwste editie online