
Dat de Rabobank als nr. 1 uit het woensdag gepresenteerde MT-onderzoek naar de beste financiële dienstverleners komt, heeft alles te maken met de prijs-kwaliteitverhouding van zijn diensten, de inhoudelijke kennis van zijn werknemers en flexibiliteit van de organisatie. De Rabo scoort een toppositie in vijf van de twaalf categorieën in het onderzoek. Het is helder: inkopers van financiële diensten lopen weg met de coöperatieve bank.
En dat is een prestatie voor een bank die misschien geen ´echt bedrijf´is, maar een coöperatie met 1,9 miljoen leden, verenigd in 139 zelfstandige lokale banken, en die weer in twaalf kringen, die via één orgaan – de Centrale Kringvergadering (CKV) – het beleid van de raad van bestuur kunnen beïnvloeden. Op het oog een zeer lastige bestuursstructuur. Het spanningsveld tussen de gewesten en het hoofdkantoor relativeert het succes van dat ene Rabobankmerk. Hoe kan een zo versnipperde organisatie toch zo goed scoren?
We leggen de vraag voor aan de spil van de bankenbank: bestuursvoorzitter Piet Moerland. Als hoofd van ondersteunende organisatie Rabobank Nederland is hij al ruim drie jaar boegbeeld van, en bovendien toezichthouder op, de 139 lokale bankbedrijven. Dat laatste doet hij met vijf medebestuurders van wie de loopbanen stuk voor stuk door langjarige dienst binnen het boerenleenconcern of zijn dochterondernemingen getekend zijn.
Toen Moerland in 2009 als voorzitter van de raad van bestuur werd aangesteld, was de crisis al in volle gang. De Rabobank bleek bestendiger dan zijn grote concurrenten, wat niet alleen blijkt uit de hoge notering in de MT Finance gids, ook uit andere cijfers. De bank had geen staatssteun nodig toen zijn wankelende beursgenoteerde concurrenten de hand ophielden – of zelfs moesten worden gered door de staat. Verlieslijdend is de Rabobank ook sinds het uitbreken van de misère in 2008 nimmer geweest. De nettowinsten bleven de laatste 5 jaar stabiel tussen 2 en 3 miljard euro schommelen. Hoewel de bank vorig jaar zijn triple-A-rating van Standard & Poor’s verloor, is de Rabobank een van de weinige financiële concerns waarvoor de crisis geen breuk hoeft te betekenen met het verleden dat gekenmerkt werd door financiële hausse.
Toch betaalt ook de Rabobank het gelag van het financiële demasqué. Zo draagt de bank (tot ergernis van bestuurders als Moerland en zijn financiële man Bert Bruggink) mede het risico voor de oprekking van staatswege van het spaardepositogarantiestelsel. En zo zijn er meer politieke sancties die de bank treffen: de bankenbelasting kan de Rabobank naar schatting jaarlijks 200 miljoen euro van zijn (niettemin riante) winst kosten.
Het heeft gevolgen: nu de grootste concurrenten hun tweede of derde saneringsronde in vier jaar tijd al achter de rug hebben, kondigt Moerland een eerste grote reorganisatie aan. De komende vier jaar zullen 1.500 tot 3.000 (5 à 10 procent) van de in totaal 35.000 werknemers van de Nederlandse lokale banken en Rabobank Nederland de organisatie verlaten. Eerdere saneringen geschiedden geruisloos, door het sluiten of samenvoegen van lokale vestigingen. Van de blijvende bankmedewerkers worden de arbeidsvoorwaarden ‘blijvend versoberd’.
Het besluit hangt samen met wat Moerland het nieuwe strategisch kader van de bank heeft gedoopt: een plan om de vermogenspositie van de groep te versterken, de kosten van het retailbankbedrijf te verlagen tot maximaal 4 miljard euro en zodoende ook de winsten te laten groeien. De nieuwe groei moet ook komen van over de grens, waar de Rabobank een leidende internationale food- en agribank wil zijn, terwijl de bank in de grootzakelijke binnenlandse markt tegelijk zal moeten blijven meespelen.
Als zijn plan slaagt, hoopt Moerland met de Rabobank ook volgend jaar weer goed te scoren in de MT Finance Gids...

Bestel de MT Finance 2012 onlineGefeliciteerd. Rabobank komt als beste financiële dienstverlener uit de bus. Wat vindt u van dat resultaat?
“Het doet me goed om dat te horen. Want de financiële sector ligt onder vuur en eigenlijk willen wij gewoon goede diensten verlenen. Als dat gewaardeerd wordt, is dat een opsteker voor onze bank.”
Ook vorig jaar kwam de Rabobank als beste uit de bus. Heeft u een verklaring voor het aanhoudende succes?
“Eigenlijk moeten anderen dat aangeven, maar als je het mij vraagt, komt het in de financiële dienstverlening erop neer een langetermijnrelatie op te bouwen met je klanten. Bankieren is voor mij in de kern relatiebankieren. Daarbij investeer je in elkaar in goede en in slechte tijden. Dat doen wij, zo lang als mogelijk, ook in moeilijke sectoren als de bouw, het onroerend goed, de binnenscheepvaart en tuinbouw. Ik denk dat klanten dat van ons waarderen. Wij zitten bovendien dicht op onze klanten. We kennen ze goed, kennelijk slagen wij daar redelijk in en dat willen we zo houden. Tot slot is bankieren ook een nuchter vak. Wij moeten ons werk goed en professioneel blijven doen, wat er ook gebeurt. Ik denk dat we ook daarin goed slagen.”
> Lees verder...