GOEROE VAN DE WEEK
Managamentgoeroes te over. MT presenteert elke week een goeroe die er echt toe doet.
Deze editie: Christopher Meyer
> Overzicht van alle goeroesChristopher Meyer slaat de statistieken er nog eens op na. Volgens de Amerikaan komt de groei van de wereldeconomie de komende 15 jaar bijna volledig op het conto van ontwikkelingslanden. “De prognoses voor emerging markets bedraagt gemiddeld 7 procent groei per jaar. Tussen nu en 2025 zullen de jaarinkomens van 3 miljard mensen in China, India en Afrika vertienvoudigen. Dat is een gigantische groep nieuwe consumenten.”
Tegelijkertijd zal de groei voor de G7-landen gemiddeld de 2 procent niet overstijgen. Dat zal grote gevolgen hebben voor de westerse wereld, die sinds de financiële crisis sowieso al het morele overwicht op de derde wereld heeft verloren. “Kapitalisten volgen het geld. Dus als de groei uit de ontwikkelingslanden komt, zullen daar de regels voor het nieuwe evenwicht worden bepaald. Het kapitalisme zal een fundamentele evolutie ondergaan.”
Meyer is futuroloog en consultant bij het trategische adviesbureau de Monitor Group, opgericht door onder anderen Harvard Business School-coryfee Michael Porter. Daarvoor was hij directeur van het Center for Business Innovation van Cap Gemini Ernst & Young. In zijn laatste boek 'Standing on the Sun', een co-productie met Harvard Business Review-redacteur Julia Kirby, beschrijft hij de opkomst van die nieuwe economische wereldorde (global capitalism) en de gevolgen die het groeiend economisch belang van voorheen ontwikkelingslanden heeft op de oude garde: de VS en Europa. Het is een verschijnsel waar hij ook in zijn eerdere boek 'Future wealth' over schreef.
Belangrijkste verschil: toegevoegde waarde zal niet altijd meer in financiële termen worden uitgedrukt. "Bedrijven die zich niet kunnen aanpassen, zullen worden weggevaagd." Zijn verwachting is dat de ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith te maken krijgt met de ‘onzichtbare handdruk’ van collectieve netwerken, waardoor niet-financiële doelen als duurzaamheid en de impact op de gemeenschap een grotere rol gaan spelen.
Centrale stelling in het boek: het kapitalisme is geen absolute waarheid, maar een systeem dat voortdurend onderhevig is aan veranderingen en lokale interpretaties. “Dat is altijd zo geweest”, constateert Meyer. “Europeanen kijken bijvoorbeeld meewarig naar de lange werkweken in de Verenigde Staten, terwijl Amerikanen het belachelijk vinden dat mensen hier 6 weken vakantie per jaar nemen.”

Met de komst van miljarden koopkrachtige consumenten zullen de veranderingen in een historische stroomversnelling komen, denkt Meyer. Hij voorziet een ‘Cambrische explosie’, dat wil zeggen: talloze nieuwe bedrijfsvormen, met de IT-revolutie als katalysator. “Het kapitalisme werd tot nu toe gekenmerkt door schaarstedenken: een evenwicht vinden tussen vraag en aanbod. Het kenmerk van digitale informatie is echter dat het zonder extra kosten oneindig vaak kan worden gereproduceerd. Economische modellen gebaseerd op schaarste zijn in dit opzicht niet meer relevant.”
Een bijkomende factor is dat ontwikkelingslanden relatief jonge samenlevingen zijn. Zo is in India een derde van de bevolking geboren ná de uitvinding van de eerste internetbrowser, terwijl dat in de eurozone maar 15 procent is. Meyer: “Mensen definiëren technologie als alles dat na hun geboorte is ontwikkeld. Een kleuren-tv is voor een tachtiger nog steeds een doorbraak, maar voor een veertiger de gewoonste zaak van de wereld. In emerging markets vormen jongeren die zijn opgegroeid met internet langzaam maar zeker een meerderheid.”
Voor ontwikkelingslanden geldt bovendien de wet van de stimulerende achterstand, aldus Meyer. “Het Westen heeft tal van machtsstructuren die gekant zijn tegen elke vorm van verandering. Zo zet de financiële wereld alles op alles om de status quo te behouden. Emerging markets kunnen daarentegen met een schone lei beginnen, omdat het kapitalisme daar nooit zo ver ontwikkeld is.”