Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

De 25 grootste innovators - gamechangers

magazine | 07 okt 2011 | Rob Hartgers en Pierre de Winter |

Gamechangers zijn méér dan vernieuwers. Behalve product of ­bedrijf, veranderen ze de regels van het spel in hun markt. En zetten daarmee de concurrentie op hopeloze achterstand. Een zeldzaamheid, die gamechangers? Inderdaad. Toch vonden we er 25.
 

Innovators, ondernemers en pioniers zijn er in Nederland gelukkig vrij veel. Maar gamechangers gaan nog een stap verder. Niet alleen gebruiken ze de mogelijkheden die een nieuwe techniek biedt, niet alleen spelen ze slim op markttrends is, ze maken nieuwe combinaties van de middelen die hun ten dienst staan en, zo lijkt het, definiëren een volledig nieuw speelveld. Wie weet nog hoe de wereld van de reality-tv eruitzag vóór John de Mol? Of de musicalmarkt vóór Joop van den Ende? Op deze pagina’s staan 22 minder bekende managers en ondernemers, maar stuk voor stuk gamechangers. Zoals Jos de Blok, die met de organisatiefilosofie van Buurtzorg de thuiszorg een nieuw toekomstperspectief bood. Of de VanDrie Group, die de markt voor kalfsvlees naar zijn hand heeft gezet. Of neem het indrukwekkende verhaal van Coen van Oostrom, de 41-jarige ceo van OVG, met zijn groene metamorfose van de Nederlandse vastgoedwereld.

“Als je slimmigheden van je concurrenten probeert te imiteren ben je nooit onderscheidend”, zegt Rob Adams, directeur van het Eindhovense adviesbureau Six Fingers, dat zich heeft gespecialiseerd in ‘professioneel vreemdgaan’, zoals ze het zelf noemen. De Eindhovenaren hebben een database aangelegd van succesvolle voorbeelden van innovatie uit heel de wereld. Die cases houden ze voor aan ­bedrijven die zichzelf willen vernieuwen. Het liefst zoeken ze voorbeelden uit andere branches. Ze hebben daar zelfs een naam voor: branchemarking. “In plaats van de concurrent kopiëren, kun je beter kijken naar successen van bedrijven in andere sectoren en die vertalen naar je eigen bedrijf”, aldus Adams. “Denk aan de deodorantroller. De techniek daarvan is afgekeken van de balpen, daar is geen r&d-traject aan te pas gekomen. Ook op strategisch niveau loont het om over de grens van je eigen branche te kijken. De Deense Jyske Bank is op bezoek gegaan bij de casino’s van Las Vegas om te leren hoe je perfecte dienstverlening organiseert. Alles op de wereld is al een keer bedacht. Je moet niet wachten op die ene briljante ingeving, maar op zoek naar leerzame voorbeelden.” Hoe gamechangers hun markten op hun kop hebben gezet, levert keer op keer inspirerende verhalen op.  

Hier zijn er 25.

Ruud Koornstra - Oxxio, Repay, Lemnis Lightning

Waarom? Groene held, of het nou gaat om creditcards, energie of elektrische auto’s: Koornstra vindt er altijd een markt voor.

De laatste tijd liet hij zich meer zien als senator in spe dan als entrepreneur. Maar zijn groene heldendaden van het vorige decennium – samen met Friedwart Barfod, Frans Otten en Warner Philips, partners in crime bij initiëringsmaatschappij Tendris – staan nog altijd als een huis. Met Oxxio brachten ze groene stroom naar de massa, met Repay creëerden ze de groene creditcard, met Lemnis Lighting bezorgden ze LED-verlichting een publieksdoorbraak en tegenwoordig proberen ze de elektrische auto een duw in de goede richting te geven. Dat Koornstra hier en daar nog wel eens een knol voor een citroen verkocht – Oxxio bleek bijvoorbeeld toch niet zo groen – neemt niet weg dat hij heeft bewezen een onversneden, onstopbare marktvernieuwer te zijn.

Thierry Schaap en Kalo Bagijn - BinckBank, Brand New Day

Waarom? Wisten ingeslapen financiële wereld tot twee keer toe ruw wakker te schudden en op zijn kop te zetten.

Ze zijn complementair aan elkaar: Schaap is goed in processen, Bagijn (foto) in klanten. Toen ze 11 jaar geleden met BinckBank begonnen, brachten ze een revolutie in de beleggersmarkt teweeg met hun lage transactiekosten. Binck is nu een flinke Europese speler met een half miljoen klanten en ruim 10 miljard beheerd vermogen.
Met het begin 2009 gestarte Brand New Day flikten ze het kunstje opnieuw. ­Wederom konden ze zich – de woeker­polisaffaire vers in het geheugen – hard afzetten tegen de gevestigde orde. Alleen bleek de Nederlander niet zomaar bereid zijn pensioen bij een online partij onder te brengen. BND besloot daarom alsnog de tussenpersoon in te schakelen, wat de beoogde revolutie (toch provisies) wel wat van zijn glans ontnam. Ze maken nog geen winst, maar met per eind april ruim 10.000 klanten die het bedrijf meer dan 100 miljoen hebben toevertrouwd en zo’n 15 miljoen aan nieuw groeigeld, lijkt Brand New Day zich definitief in de pensioenmarkt te hebben genesteld.

Rob van Rees - Greenchoice, Do The Bright Thing

Waarom? Haalde met ‘echte’ groene energie in 10 jaar ruim 280.000 klanten binnen.

De snelstgroeiende energieleverancier van de laatste jaren is Greenchoice niet. Die eer valt De Nederlandse Energiemaatschappij te beurt. Maar waar die laatste gewoon groencertificaten koopt, is Greenchoice al sinds de oprichting actief de Nederlandse stroomvoorziening aan het vergroenen. 60 procent van zijn stroom haalt het bedrijf uit veelal kleinschalige duurzame initiatieven in Nederland, vooral omdat het zulke initiatieven zelf tot ontwikkeling brengt. Zo heeft het bedrijf veel wat windparken, mestvergisters en zonne­daken meegefinancierd. En geeft het via ‘Zonvast’ Nederlanders tegen een voor 20 jaar vastliggende energieprijs gratis zonnepanelen op hun dak.
Afgelopen juni zette Rob van Rees, een van de oprichters naast Michiel Rexwinkel en John Appeldoorn, ook nog eens een online consumentenportal in de markt: ‘Do the bright thing’. Wie daar winkelt, zorgt automatisch dat ergens in de wereld zonnepanelen worden geplaatst.
De oprichters van Greenchoice staan ieder op de loonlijst voor 80.000 euro. Op ­papier zijn ze miljonair, maar ze wekken alle drie nog altijd stellig de indruk het daar niet voor te doen.

Menno Holterman - Norit

Waarom? Werd eerst uitgelachen, veroverde daarna de wereld met revolutionaire ­membraantechnologie.

De zojuist afgetreden topman van Norit Clean Process Technologies heeft zijn broodheer een tijdperk van groei ingeleid dat zijn weerga niet kent. Het bijna 100 jaar oude bedrijf was al wereldmarktleider in zogenaamde actieve koolstof, dat behalve in de bekende tabletten toepassingen kent in vele industrieën, toen het in 1996 een nieuw onderdeel in waterzuivering startte. Norit kocht het jonge X-Flow dat een revolutionaire membraantechnologie had ontwikkeld, incorporeerde het in zijn divisie Clean Process Technologies (CPT) en veroverde nadien in hoog tempo de wereld. “Ik herinner me nog de eerste beurzen waar we ons presenteerden, en waar de concurrentie stond te gniffelen. Diezelfde mensen stonden afgelopen jaar in de rij om CPT voor goud geld te kopen.”
Met name in opkomende economieën gaf het bedrijf giganten als General Electrics en Siemens het nakijken. Norit beleefde van 1996 tot 2010 een vertienvoudiging van z’n omzet en winst.

Tom van Aken - Avantium

Waarom? Ontwikkelde nieuw materiaal en zag in dat het zelf naar de markt moest worden gebracht.

Avantium, opgericht als spin-off van Shell, zette onder de noemer ‘high-throughput r&d’ een nieuwe methode voor chemisch en farmaceutisch onderzoek in de markt. Dankzij geautomatiseerde en geminiaturiseerde systemen kan Avantium sneller experimenten uitvoeren, waardoor sneller doorbraken kunnen worden gerealiseerd. Daarmee bedient Avantium grote internationale klanten en groeide het jaarlijks (behalve in 2009) met meer dan 20 procent.
Avantium-onderzoekers ontdekten daarnaast een methode – YXY genoemd – waarmee ze groene bouwstenen kunnen maken voor de productie van materialen en brandstoffen op biologische, olievrije basis. Eerste product: poly-ethylene-furanoate, ofwel PEF, een polyester die ervoor kan zorgen dat de PET-fles straks PEF-fles heet.
Van Aken is de man die tijdig zag dat Avantium dit product zelf naar de markt moest gaan brengen. Ondertussen draait in Geleen een proeffabriek, zijn de farma-activiteiten afgestoten en werd 30 miljoen nieuw groeigeld opgehaald waarmee enkele oude aandeelhouders werden uitgekocht. PEF moet straks niet alleen te vinden zijn in flessen, maar ook in tapijt en lakken.

Marc Schröder en Michiel Muller - Tango, RouteMobiel, Bieden en Wonen

Waarom? Bratpackers die het leuk vinden de gevestigde orde steeds weer aan te vallen. En daar ook steeds weer in slagen.

De laatste tijd horen we niet veel meer van deze twee revolutionairen. Als ­ondernemers hebben ze hun schaapjes immers op het droge, en als investeerder opereren ze liever in de luwte.
In de eerste jaren van deze eeuw was dat wel anders. Bijvoorbeeld toen Schröder en Muller (foto) in 2000 kwamen met de onbemande tankstations van Tango. Of toen ze met Routemobiel de aanval inzetten op de ANWB. “Als je in een markt stapt met grote, gevestigde partijen, en je komt met innovatie, dan worden die partijen wel eens boos”, grinnikte Schröder vorig jaar nog bij Jort Kelder op tv. Tango verkochten ze aan Kuwait Petroleum, RouteMobiel aan SNSReaal. Huizenveilingsite Bieden en Wonen is vooralsnog een ‘gevalletje slechte timing’ en hoe de investering in de Dutch Learning Company (onder meer online ehbo-cursussen) ervoor staat? We hebben geen idee.

Jos de Blok - Buurtzorg

Waarom? Gaat geschiedenisboeken in als de ‘ontmanager’ van de Nederlandse zorg.

Laatste wapenfeit van thuiszorgorganisatie Buurtzorg: de verkiezing tot beste werkgever van Oost-Nederland. Het is niet de eerste prijs die Jos de Blok in ontvangst neemt, en het zal ook niet de laatste zijn. Daarvoor werkt het systeem van de in 2006 in ­Almelo opgerichte stichting gewoon te goed.
Bij Buurtzorg dragen de teams van ­verpleegkundigen en ziekenverzorgenden zélf de totale verantwoordelijkheid voor hun cliënten, geholpen door een regiocoach en een geavanceerd IT-systeem. Daardoor zijn de overheadkosten slechts zo’n 10 procent (tegen 30 procent in de branche). Het concept levert aan alle kanten winst op: de cliënten krijgen geschoolde verpleegkundigen in huis en geen onderbetaalde alfahulpen met versnipperde taken, verpleegkundigen kunnen hun betrokkenheid kwijt en de stichting Buurtzorg groeit als kool. Tussen 2008 en 2010 nam de omzet toe met zo’n 3.700 procent naar 100 miljoen euro. Maandelijks melden zich 100 tot 150 mensen die ergens in Nederland een Buurtzorg-team willen starten.

Claire Boonstra - Layar

Waarom? Geeft wereldwijd de snelle opmars vorm van augmented reality, ‘het nieuwe massamedium’.

Aan één werkelijkheid heeft Claire Boonstra niet genoeg. Zo vertelde ze onlangs nog trots op het World Economic Forum in Davos over augmented reality (AR), volgens haar ‘het nieuwe massamedium’. Het leverde haar onder meer bijval op van niemand minder dan Bill Gates.
Als medeoprichter van Layar staat ze aan de basis van die techniek, die de werkelijkheid verrijkt met virtuele informatie.
Layar heeft AR niet uitgevonden, maar wel groot gemaakt. De Amsterdamse startup is vooral goed in het creëren van toepassingen. Zo komt de AR-browser voor de smartphone – op dit moment de meest gebruikte toepassing – uit hun koker. Via het open platform van het bedrijf kan iedereen zijn eigen AR‘laag’ ontwikkelen. Bekende voorbeelden zijn de toepassing van Funda en de 3D-applicatie van het Nederlands Architectuur Instituut. Sinds de oprichting in 2009 groeide Layar met reuzensprongen, en niet alleen in Nederland. Het heeft een vestiging in Silicon Valley en een batterij programmeurs in de Oekraïne. Dit jaar verwacht Layar overigens voor het eerst winst te maken. Ook dat is dan een nieuwe realiteit.

Peter Driessen  - Spil Games

Waarom? Heer en meester in snelgroeiende niche die makers van ‘grote spellen’ hebben onderschat, voorsprong niet meer in te halen.

Toen voormalig media-adviseur Peter Driessen in 2001 met marketeer Bennie Eeftink een aantal online communities voor scholieren kocht, merkten ze al snel dat de bezoekers vooral interesse hadden in de spelletjes die daar te doen waren. Ze besloten daarop de aandacht te verleggen naar zogeheten casual games, kochten in rap tempo in binnen- en buitenland domeinnamen op en gooiden die vol met duizenden deels in eigen huis ontwikkelde spelletjes. Al snel gingen de bezoekersaantallen door het dak. Een kapitaalinjectie van Joop van den Ende en Hubert Deitmers maakte de verdere uitbouw van Spil Games mogelijk. De Chinese markt werd aangeboord en er werden meer ontwikkelaars aan het werk gezet. Maandelijks spelen nu 130 miljoen ­mensen op spelletjes.nl, games.co.uk of jeu.fr een spelletje van het Hilversumse bedrijf. Geld wordt verdiend met advertenties en met de verkoop van kleine items binnen een spelwereld.

Henny Swinkels  - Van Drie Group

Waarom? Boerenslimheid op zijn best. Maakte vleesproductie transparant én werkt succesvol samen met de Dierenbescherming.

De basis van het succes van de VanDrie Group, wereldmarktleider in kalfsvlees, met in 2010 een omzet van 1,6 miljard euro, werd 50 jaar geleden gelegd. Kalverenhandelaar Jan van Drie bedacht dat hij de hele vleesketen in handen wilde hebben. Dus ging hij niet alleen kalveren inkopen en laten opgroeien, maar ook het voer maken, de kalveren slachten, het vlees uitbenen, verwerken en verpakken. De delen van de kalveren die niet geschikt zijn voor consumptie worden verwerkt tot bankstellen, schoenen en leren bekleding voor luxe auto’s, een opschaling die in de veeteeltsector ongekend is.
De dagelijkse leiding van het familie­bedrijf is in handen van René van Drie, maar ­Henny Swinkels is sinds jaar en dag de strateeg van het bedrijf. Hij versterkte de positie door vorig jaar de grote Duitse concurrent Alpuro in te lijven. De echte gamechange van Swinkels is zijn idee de productieketen van de VanDrie Group volledig transparant te maken. Tussen het slachthuis en de winkel kan het bedrijf nu ieder onderdeel van het kalf op elk gewenst moment traceren. Ook introduceerde Swinkels in samenwerking met de Dierenbescherming het Beter Levenkeurmerk. Het leverde de VanDrie Group veel maatschappelijke goodwill op, iets waar de collega’s in de varkenshouderij nog wat van kunnen leren.

Michiel Alting von Geusau - Docdata

Waarom? Logistiek wonderkind, wegbereider van de e-commerce in Nederland.

Toen de voormalige officier bij het Korps Mariniers er 12 jaar geleden in dienst trad, was Docdata nog een productie­bedrijf van cd’s. Von Geusau, die voorzag dat internetverkoop the next big thing was, begon aan een transformatie naar een e-commerce servicebedrijf. Die ombouw werd halverwege 2010 voltooid met het afstoten van een Duits mediareplicatiebedrijf, het laatste restant van het ‘oude’ Docdata.
Vanaf het prille begin verzorgde Docdata de logistiek voor Bol.com. Toen de ­webwinkel groeide, ­groeide DocData mee – gemiddeld met zo’n 30 procent per jaar. Het ontwikkelde een logistiek proces dat volledig is toegesneden op internetretail en it­systemen die zijn ingericht op fijnmazige distributie. Er kwamen klanten bij, zoals Bijenkorf en V&D, en de Duitse en Britse markt werden almaar belangrijker. Inmiddels doet Docdata niet alleen de logistiek, maar verzorgt het voor sommige klanten zelfs de volledige exploitatie van de webwinkel. In 2010 overschreed Docdata de magische omzetgrens van 100 miljoen euro. Voor 2011 wordt verdere groei voorzien.

Peter Weijmarshausen - Shapeways

Waarom? Stichtte bedrijf dat 3D-printen naar de massa moet zien te krijgen. En daar goede kansen voor heeft.

Een zilveren servetring met je initialen, een zelf ontworpen oorbel van glas, of een plastic miniatuurversie van je eerste auto? Het kan, dankzij Shapeways.
Dit van oorsprong Eindhovense bedrijf, ontstaan in de schoot van Philips, loopt voorop in gepersonaliseerde producten. Ceo Weijmarshausen: “Bij massaproductie ontwerp je een paar producten waar je er miljoenen van verkoopt. Wij draaien het om. Voor onze kosten maakt het niet uit hoe vaak we een product produceren. De long tail van productie wordt bij ons rendabel.”
Op Shapeways’ website kunnen kopers en ontwerpers van ‘geprinte’ producten elkaar ontmoeten. Inmiddels stallen meer dan duizend ontwerpers hier hun waar uit. Het in 2007 opgerichte Shapeways maakt zo al meer dan 2.500 producten per maand.
Eind 2010 haalde Shapeways 5 miljoen dollar op bij investeringsmaatschappij Union Square Ventures, dat eerder geld stak in Twitter. Met de investering wil Weijmarshausen, inmiddels gevestigd in Manhattan, productiefaciliteit opzetten in de VS. Aan techglossy FastCompany verklapte hij zijn droom: “De Kinko’s van het 3D-printen worden.”

Ger van Jeveren - Arseus

Waarom? Iedereen in de wereld dacht dat het was afgelopen met magistrale bereiding. Op één man na. Nu viert hij zijn succes.

Ex-mavo-klant Ger van Jeveren, die na een lerarenopleiding in Delft medisch vertegenwoordiger werd, richtte als 30-jarige Fagron Farmaceuticals op. Zijn idee: het ontginnen van de markt van de zogeheten ‘magistrale bereidingen’, waarbij een apotheker zélf het medicijn samenstelt en dus geen kant-en-klaar product aan zijn klant meegeeft. Het was een markt waarvan iedereen zei dat er geen toekomst inzat, maar Van Jeveren bewees eigenhandig dat je nooit iedereen moet geloven.
Het bedrijf blijft immers maar groeien, óók toen het in 2000 werd overgenomen door Omega Pharma, óók toen het als een van de vier divisies van rechtsopvolger Arseus verder ging. Van Jeveren werd ceo van dat grotere bedrijf, maar bleef zich met groeibriljant Fagron bemoeien. En zo kon onlangs de acquisitie bekend worden ­gemaakt van een Pharma Nostra, de marktleider in Brazilië, samen met een verhoogde verwachting aan omzetgroei van 14 tot 18 procent. De omzet van Fagron alleen al in het eerste kwartaal van dit jaar was ruim 50 miljoen.

Joost Romeijn - Sundio (Jiba, Sunweb, Sudtours, Husk)

Waarom? Zag al vroeg de potentie van de online reisbranche en veroverde eigenhandig de markt. Reisbureaus, wat zijn dat?

Begin jaren ’90 startte Joost Romeijn een reisorganisator onder de naam GoGo Tours. “Gewoon, op mijn studentenkamer. Ik besloot me te concentreren op wintersporten voor studenten. Ik zette een advertentie in de krant en wachtte tot de telefoon rinkelde. Dat bleek gelukkig zo te zijn.”
Het was de start van een imperium, dat nu met zo’n 170 ­medewerkers ruim 400 miljoen omzet. Zijn geluk heette ­internet, zegt hij. Traditionele reisorganisatoren waren er als de dood voor, bang om de reisbureaus tegen zich in het harnas te jagen. Romeijn kon volop experimenteren. “Ze maakten voor ons de zesbaans snelweg helemaal leeg. En wij konden gas geven”, zei hij er ooit over.
En gas geven deed hij. Weliswaar verspeelde ook zijn bedrijf geld in de eerste internetbubbel, onder meer aan partners die wel omvielen, maar de groei woog daar ruim tegenop. Onder meer in Spanje, Duitsland, Frankrijk en België is het bedrijf nu actief.

Fokke de Jong Suit Supply

Waarom? Als je van mannenpakken een sexy bedrijf weet te maken, dan ben je serieus het spel aan het veranderen.

Mannen hebben een hekel aan winkelen. En dus was het een schot in de roos toen Fokke de Jong eind vorige eeuw zijn eerste modezaak niet in een winkelstraat begon, maar aan de A4 bij Hoofddorp. Sindsdien gaat het crescendo met de voormalig rechtenstudent. Niet alleen telt het bedrijf nu 35 winkels in heel Europa, sinds juli is ook in New York een filiaal te vinden. Een zaak die een vliegende start kende door een artikel in de Wall Street Journal, waarin twee befaamde plaatselijke modeprofessoren concludeerden geen verschil te zien tussen de SuitSupply-pakken van 600 dollar en de 3.000 dollar duurdere variant van Armani. Het Nederlandse pak was met evenveel zorg en kwaliteit in elkaar gezet, aldus de krant.
Vorig jaar vroeg Intermediair de nu 38-jarige De Jong naar zijn grootste uitdaging. Het antwoord: “Dingen waarvan anderen zeggen: dat kan niet. Het kan altijd wel.”

Jitse Groen - Takeaway.com

Waarom? Een van de slimste winnaars van de eerste internetgolf brengt in Nederland voor 72 miljoen euro per jaar pizza’s rond.

In 1999 zat Groen als 20-jarige student op een familiefeestje, toen iemand op het idee kwam pizza te bestellen. Omdat dat niet kon op die plek en dat moment, besloot Groen er een jaar later zelf maar een site voor te bouwen.
De rest is geschiedenis. Wat op 1 januari 2000 begon als thuisbezorgd.nl is nu een bedrijf dat alleen in Nederland al 400.000 bestellingen per maand verwerkt van 3.000 restaurants. Op piekmomenten zijn dat er zo’n 200 per minuut. Zo’n 50 fulltimers en ongeveer evenveel part-timers klaren die klus. Onder de naam Takeaway.com is het bedrijf uit Enschede nu actief in acht landen, waar in totaal 9.000 ­restaurants zijn aangesloten. Vooral Duitsland blijkt een lucratieve markt voor de 33-jarige Groen, die zijn studie­financiering als startkapitaal gebruikte.

Mari de Kort - Brainwash

Waarom? 150 oranje kapsalons ­openen in 5 jaar is en blijft een wereldprestatie.

Onlangs kwam een machtstrijd bij Brainwash tot uiting: Mari de Kort en zijn zoons Mareno en Martijn stapten op na onenigheid met de grootaandeelhouder. Maar na wat Mari afgelopen decennium gepresteerd heeft, verdient hij een plaats in deze lijst.
Tot begin deze eeuw kende de nu 60-jarige Mari de Kort kapperszaken alleen als consument. Totdat hij eens als organisatie-adviseur te maken kreeg met een kwakkelende Duits-Zwitserse onderneming en hij een ingeving kreeg: zou hij in Nederland geen keten op poten kunnen zetten die alles anders doet?
De filosofie: één prijs, geen afspraken, langere openingstijden. Geen wonder dat de site uitpuilt met vacatures. Eind vorige maand, kort vóór de ruzie, opende Mari zijn 150ste filiaal.

Coen van Oostrom - OVG

Waarom? ’Groene’ projectontwikkelaar die vastgoedwereld van slechte naam afhielp.

De vastgoedwereld heeft van oudsher niet echt de naam sociaal bewogen of milieubewust te zijn. Langzaam begint dat beeld wel te kantelen, met name dankzij Coen van Oostrom, ceo en oprichter van projectontwikkelaar OVG. Eind september stond hij nog naast Bill Clinton, om een eervolle erkenning in ontvangst te nemen. Van Oostrom had in 2007 namelijk beloofd binnen 5 jaar voor 1 miljard aan duurzame gebouwen te ontwikkelen, die tot 60 procent minder energie gebruiken. En zijn OVG had dat doel al in drie jaar gehaald. Op dezelfde avond maakte hij meteen maar een nieuw ‘vijfjarendoel’ bekend: de oprichting van een kennisnetwerk en een fonds om wereldwijd gebouwen milieuvriendelijker te maken.
Het tekent de ambitie van de 41-jarige Rotterdammer, die als student al in het vastgoed actief was en in 1997 zijn eigen bedrijf oprichtte, dat nu tot de grootste ontwikkelaars van Nederland behoort, met vorig jaar een omzet van ruim 160 miljoen en een winst van bijna 4 miljoen euro. In de crisis maakte hij het bedrijf ‘lean and green’, zoals hij het zelf zegt, met meer focus op herontwikkeling dan op nieuwbouw.

Carel van Sorgen - 247Tailorsteel

Waarom? Ondernemer die de staalindustrie in Nederland weer op de kaart wist te zetten door verregaande automatisering.

Ooit probeerde Carel van Sorgen als standwerker voor een goed doel in Nederland paëlla te slijten. Het werd geen succes, tot hij het plots had over ‘Spaanse nasi’. Ah, nasi, dat kenden we wel. Doe mij ook zo’n portie.
Sinds 2007 probeert de rasverkoper het in een heel andere branche: die van ­stalen platen en buizen. Hij lasert hier onderdelen uit, met een minimum aan mensen en een maximum aan robots, 24 uur per dag, zeven dagen per week. Klanten kunnen continu bij hem terecht. Door de verregaande automatisering, tot aan digitale facturering aan toe, blijft niet alleen de prijs lager dan die van traditionele bedrijven, ook het energie­verbruik. Een ware revolutie in de doorgaans conservatieve metaalindustrie. Een vestiging in Bremen is inmiddels geopend. Van Sorgen droomt van verdere expansie in Europa. “Hoe meer vestigingen, materiaal en machines, hoe lager onze kosten.”

Jan-Willem Breukink - Incotec

Waarom? Zadenkoning die al 33 jaar zaden weet te verrijken en daar ook internationaal rijkelijk mee weet te oogsten.

In 1978 ging Jan-Willem Breukink bij zadenhan-
delaar Royal Sluis werken, waar hij zich vanaf begin jaren ’80 ging bezighouden met enerzijds de coating van zaden, om ze ‘zaaibaarder’ te maken, door allerlei extra voedingsstoffen toe te voegen, en anderzijds door zaden ‘op te waarderen’, zodat ze beter kiemen en vrij zijn van ziektes.
Dat ging zo goed, dat Breukink er gaandeweg een aparte ­afdeling van mocht maken, waarna het in 1989 zelfs een heel nieuw bedrijf werd: Incotec, met Breukink als algemeen directeur. Ook toen ging de groei door, zelfs toen Royal Sluis in 1994 werd overgenomen door eerst een Amerikaans en vervolgens een Mexicaans bedrijf (Seminis). Als Breukink in 2002 de kans krijgt het bedrijf via een management buy-out over te nemen, gaat het helemaal snel. De omzet is nu 2,5 maal zo hoog als toen (2010: 42 miljoen euro), de winst zelfs drie maal zo hoog en ook het aantal medewerkers is verdubbeld, van 200 toen naar 400 nu. Het bedrijf is nu wereldmarktleider in haar vakgebied, in 15 landen aanwezig.

Hans Brouwer - MassiveMusic

Waarom? Wie zelfs in verzadigde muziekmarkt nog kans ziet om een winstgevende niche te vinden, is lekker bezig.

Met zijn bedrijf MassiveMusic heeft Hans Brouwer termen als sonic branding (het ‘laden’ van een merk met een herkenbaar muziekfragment) of broadcast design (het creëren van een audio-identiteit voor een tv-zender) in de markt gezet. Massive­Music zoekt daarbij naar bestaande ­muziek in de eigen database, speelt bestaande muziek na in de eigen studio’s of laat een van de componisten in zijn netwerk een nieuw muziekstuk schrijven. Met MassiveTalent heeft het bedrijf ook een online talentenplatform, waaruit de beste muziek eventueel via bedrijfsonderdeel MassivePublishing kan worden uitgegeven.
Als tiener was Brouwer al bassist in een bandje en deejay. Tijdens zijn studie muziekwetenschappen verzorgde hij het management van diverse groepen en artiesten. In 2000 startte hij MassiveMusic, dat nu een wereldwijd muziekproductiebedrijf is met 39 medewerkers in Amsterdam, New York, Los Angeles, Sjanghai en Londen.

Meiny Prins - Priva

Waarom? Wist in korte tijd familiebedrijf te transformeren tot een internationaal en duurzaam powerhouse voor voedselproductie en bebouwde omgeving.

“Weet je waar ik zelf trots op ben? Een kas van 1 hectare hier in het Westland, die warmte levert aan een woonwijk met 800 woningen in de buurt. De technologie daarachter is misschien niet zo spectaculair, maar de kluwen van belangen, de wet- en regelgeving en de ontwikkeling van een nieuw businessmodel waar je doorheen moet om zoiets te kunnen realiseren, is gigantisch.”
Meiny Prins werd in 2000 door haar vader gevraagd of ze actief wilde worden bij het bedrijf, dat al wereldspeler was in klimaatsystemen voor de glastuinbouw. Ze had op dat moment een grafisch ontwerpbureau – zelf opgebouwd, met 21 mensen in dienst. “Maar ik was nieuwsgierig naar what’s next en de grotere schaal van Priva trok.”
Pas na een opleiding strategisch management aan de Erasmus Universiteit trad ze in 2003 toe tot de directie. Sindsdien gaat het hard. “Ik denk dat mijn belangrijkste invloed is dat ik dit altijd technisch gedreven bedrijf in verbinding heb gebracht met wat er in de wereld aan het gebeuren is. Er is een enorme vraag naar systemen waarmee de impact van de mens op de aardbol gereduceerd kan worden, en Priva heeft veel kennis in huis om dat mogelijk te maken.”
Een en ander resulteerde in een solide groeipad voor Priva, dat in 2010 met 400 mensen een omzet van zo’n 65 miljoen euro maakte. Het bedrijf stapte in de gebouwenmarkt, waar het tegen giganten als Honeywell en Siemens moet opboksen maar desondanks Nederlandse marktleider werd. “Samenwerking is de sleutel”, zegt Prins. “Zo proberen wij ook de Nederlandse overheid te stimuleren haar klimaatdoelstellingen te behalen. We verbeteren de luchtkwaliteit en energieprestaties in Nederlandse scholen en praten met de overheid over al haar gebouwen.”
Maar de bron van het succes is ze niet vergeten. “We besteden de laatste jaren zo’n 20 procent van onze bruto omzet aan research & development. Zo gaan we straks ‘telen vanuit de plant’, waarbij de plant met behulp van sensoren aangeeft wanneer en hoeveel water hij nodig heeft. Een doorbraak in de waterproblematiek.”
Het mag duidelijk zijn: Meiny Prins is nog lang niet klaar. “Op de winkel passen is geen optie. We hebben tot 2015 een strategie uitgedokterd waarmee we internationaal willen groeien. Straks ­zitten we in zo’n 13, 14 landen. En op al die plaatsen gaan we dan weer samen met lokale partijen werken aan duurzame oplossingen.”

Hans Streng - Epyon / ABB

Waarom? Weet met snellaadpaal slim in te spelen op miljardeninvesteringen in elektrisch vervoer.

“Over innovatie moet je niet lullen. Je moet het gewoon doen.” Hans Streng kan het weten. Hij is een soort Forrest Gump van de Nederlandse innovatiegeschiedenis. Op sleutelmomenten duikt hij op. Streng begon bij het legendarische NatLab van Philips en was betrokken bij de ontwikkeling van de lcd-schermen. Hij gaf eind jaren ’90 leiding aan The Industree, producent van kabelmodems. Later was hij directeur van Geotate, pionier in geotagging. Maar zelfs voor Streng is de 8-baan waar hij in zit sinds hij in 2009 als directeur instapte bij de Delftse start-up Epyon, even wennen. “Ik snap hoe het spelletje gespeeld moet worden, maar zo rap als het nu gaat heb ik nog niet eerder meegemaakt.”
Epyon ontwikkelt en produceert snellaadpalen voor elektrische voertuigen. Het innovatieve zit hem niet in de hard- maar in de software. Epyon laat de accu, het laadstation en het elektriciteitsnet met elkaar communiceren om zo een optimaal ‘laadprofiel’ te bepalen. Dat betekent dat een accu in 15 tot 30 minuten kan worden opgeladen. De Epyon-software verzamelt ook allerlei gegevens die zeer interessant is voor beheerders van laadstations en energiemaatschappijen.
Streng: “Alle tekenen wijzen erop dat de vraag naar deze technologie nog dit of volgend jaar explosief gaat groeien. Het momentum is tien jaar geleden gestart in Japan. Er zijn inmiddels honderden miljarden geïnvesteerd in elektrische auto’s. Die investeringen moeten worden teruggehaald uit de markt, er is geen weg terug. Hetzelfde zag je indertijd gebeuren met de lcd-schermen. Daar was in Azië zóveel in geïnvesteerd, men moest die schermen koste wat kost in de markt drukken.”
Eind juni werd Epyon overgenomen door het Zwitserse ABB. “Het was dit of een beursgang”, zegt Streng. “Als onderdeel van ABB kunnen we snel opschalen.” Toch ziet hij het als een dilemma. “Om te innoveren moet je out-of-the-box denken, maar om op te kunnen schalen heb je die box juist nodig. Voorlopig hebben we een status aparte binnen ABB. De top van ABB begrijpt dat wij die ruimte nodig hebben. Als we verder groeien kan dat veranderen. Je kunt nog zo’n lief meisje trouwen, maar je weet nooit wat de agenda is van haar ooms en tantes.”

Ad Bastiaansen, Wim en Frans Bastiaanssen - eLEAF

Waarom? Zouden wel eens de heilige graal in handen kunnen hebben voor de wereldvoedselvoorziening.

Ad Bastiaansen – afkomstig van navigatiebedrijf TeleAtlas – kreeg enkele jaren geleden een mailtje van Frans Bastiaanssen – dubbel s. De laatste was bezig met z’n familiestamboom en in een ver verleden bleken de families van de twee samen te komen.
Frans had een bedrijf in digitale informatievoorziening voor agrariërs: Basfood. Daarmee gebruikte hij een technologie die door z’n broer Wim halverwege de jaren ’90 was ontwikkeld: Pixel Intelligent (PI)-mapping. Dat houdt in dat aan elke pixel – in werkelijkheid 10 bij 10 meter grond - in een digitaal satellietbeeld databases met informatie worden toegevoegd, variërend van soort ­gewas, conditie, groeicyclus, waterbehoefte, biomassa, bodemvocht, verdamping, temperatuur, windsnelheid, zonnestraling – alles wat relevant is voor de groei van het gewas.
Ook wetenschapper Wim Bastiaanssen had een eigen bedrijf: Waterwatch, waarmee hij overheden, de Wereldbank en de World Food Organisation van informatie voorzag ter ondersteuning van landbouwprojecten en watermanagement.
Uiteindelijk besloten de drie hun krachten te bundelen om de door Wim Bastiaanssen ontwikkelde methode echt groot te maken en een mondiale database van vegetatie te bouwen. “Wat wij doen is uniek”, zegt Ad Bastiaansen, co-founder van het jonge bedrijf eLeaf. “Over een paar jaar staat een – pakweg – Chinese boer in z’n rijstveld met een smartphone. Dan maakt hij via een app contact met de satelliet en krijgt hij instructies: extra water sproeien bijvoorbeeld, of stikstof toevoegen, of z’n gewas behandelen met groeiremmers. Alles wat duurzaam positief van invloed kan zijn op de oogst krijgt hij geadviseerd. En ook nog in de juiste hoeveelheden.”
eLeaf denkt een belangrijke bijdrage te kunnen leveren aan een wereldwijde productietoename in de landbouw. “Dit is een bewezen technologie, waarmee per hectare 10 tot 20 procent meer voedsel kan worden geproduceerd, met minder verbruik van water en chemicaliën. Dit raakt direct aan het wereldvoedselvraagstuk en daarom verwachten wij de komende jaren heel hard te kunnen groeien.”
Op dit moment zijn developers bezig apps te ontwerpen die eLeaf-data bij de verschillende doelgroepen moeten brengen. Bastiaansen: “Je moet het zien als een soort dynamische GoogleMaps. Wij verversen de data nu nog op weekbasis, maar dat zal straks dagelijks kunnen.”
Over een jaar of drie verwacht eLeaf bovenstaande Chinese rijstboer daadwerkelijk van dienst te kunnen zijn. Evenals zijn verzekeraar die storm­schade moet uitkeren, of de financier die de opbrengst van zijn project wil berekenen. Ad Bastiaansen: “De mogelijkheden zijn schier eindeloos.”

Rob Baan - Koppert Cress

Waarom? Zette eigenhandig kiemgroenten in hele wereld op de kaart.

Jamie Oliver loopt met hem weg. Ferran Adrià, vaak gezien als beste kok ter wereld, noemde hem ‘de Christoffel Columbus van de groente.’ Als Rob Baan een lezing geeft, staan de chefkoks in de rij. Een knappe prestatie voor een zadenexpert – of zoals hij het zelf graag zegt, een ‘landman’. Als we Baan spreken is hij net terug van een vakantie in Costa Rica. Daar heeft hij weer fantastische nieuwe groenten en kruiden ontdekt, vertelt hij. “De natuur is zo rijk, dat blijft me verbazen.”
Baans Koppert Cress is gespecialiseerd in zeldzame kiemgroenten (‘cressen’). Daarnaast verkoopt het bedrijf eetbare bloesems en gras en zelfs bloemkelken waaruit gedronken kan worden. Alles gekweekt in eigen kassen in Monster en New York. Nadat Baan in 2002 met hulp van Chinese investeerders (“vrienden van mij”) Koppert Cress overnam, ging het roer er radicaal om. “Ik wilde onze producten uit de anonimiteit halen. Daarom ben ik gaan investeren in marketing en communicatie. Ik wilde vraag creëren bij onze eindgebruikers, de chefs en de cateraars van de betere restaurants en hotels.”
Die benadering was zo nieuw dat niet iedereen in de sector begreep waar Baan mee bezig was. “Ik ging naar beurzen waar normaal gesproken alleen groothandelaren staan. Die waren woedend, ze dachten dat ik hun een hak wilde zetten door rechtstreeks aan restaurants te verkopen. Ik heb uitgelegd dat ik er alleen stond om koks voor te lichten over de producten. Ik ga echt niet zelf die doosjes versturen.”
Vraag creëren gaat Baan goed af. Toen hij het bedrijf in 2002 overnam, draaide Koppert Cress 2 miljoen euro omzet. Dit jaar is dat 15 miljoen euro, verwacht Baan. In 40.000 professionele keukens over de hele wereld wordt met Koppert Cress’ kiemgroenten ­gekookt. Op 1 oktober ging bovendien zijn zender 24Kitchen van start, de eerste Nederlandse televisiezender met uitsluitend programma’s over koken en voedsel. Binnenkort opent Koppert Cress in Amstelveen de winkel Wie Kent, waar foodies terecht kunnen voor spullen die in de supermarkt niet te krijgen zijn. ­Ondertussen wordt in het Westland gebouwd aan CO2-neutrale kassen.
Waar doet hij het allemaal voor? Niet voor het geld, bezweert hij: “Ik wil groei en winst zien omdat dat bevestigt dat we als ondernemers goed bezig zijn. Echt gelukkig word ik als ik de ogen zie ­oplichten van mensen die van mijn ­producten proeven. Dat is toch fantastisch?”

> Dit artikel is afkomstig uit MT Magazine. Klik hier om het magazine online te bestellen.

 
Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

reacties

(0)
reageer op dit artikel



U dient ingelogd zijn om te kunnen reageren




Wachtwoord vergeten? | Registreren
 
Nieuwsbrief
X