Er wordt wat afgeklaagd over het innovatieklimaat in Nederland, maar octrooi aanvragen kunnen we in elk geval als de beste. Wereldwijd staat Nederland op de achtste plaats in aantallen patenten. “Niet alleen in aantallen doen we het goed, maar ook in de kwaliteit van de beoordeling en de procedures”, zegt Guus Broesterhuizen, directeur van NL Octrooicentrum, dat circa 140.000 patenten beheert. “We laten in Nederland geen rommel door. We zijn snel in octrooiverlening en de rechtsgang bij de handhaving van octrooien is goed geregeld.”
Jaarlijks vragen Nederlandse bedrijven en particulieren zo’n 10.000 keer patent aan. De octrooienstroom wordt vooral gevoed door grote bedrijven. Philips, in zijn eentje goed voor 30 procent van de Nederlandse octrooiaanvragen, is veruit koploper, en ook oud-Philipsbedrijven NXP en ASML staan in de top-10. Philips heeft een naam hoog te houden op uitvindingengebied, met gepatenteerde winstmakers als de cd en de Senseo. De elektronicagigant geeft jaarlijks 1,6 miljard euro uit aan research & development. “Met patenten verbeteren we onze concurrentiekracht en winstgevendheid,” zegt Ruud Peters, ceo van Philips Intellectual Property & Standards, het bedrijf dat alle octrooiaanvragen voor het concern afhandelt. “Voor een kennisintensief bedrijf als het onze zijn patenten essentieel onderdeel van de strategie.”
Van oudsher dient een octrooi om een eigen uitvinding te beschermen. Een octrooiaanvraag wordt door het Octrooicentrum beoordeeld op nieuwheid, inventiviteit en maakbaarheid en 18 maanden na aanvraag openbaar gemaakt. Zo kan iedereen weten wie de eigenaar is en waar het precies om gaat. Kopiëren kan daarna tot forse schadeclaims leiden. Voor startende hightech bedrijven is een goed patent bijna voorwaarde om geld op te kunnen halen bij banken of private investeerders. Maar niet ieder bedrijf kiest voor patentaanvraag, juist vanwege de publicatieplicht en de eindigheid ervan. Zo heeft Coca-Cola bijvoorbeeld geen octrooi op de samenstelling van de softdrink, omdat ze meer geloven in geheimhouding. En wat ook een trend is: octrooien worden handel. Bedrijven kiezen er steeds vaker voor hun patent in licentie aan andere bedrijven te verkopen.
Ook Philips werkt tegenwoordig zo. Slechte ervaringen met bijvoorbeeld cd-i en videosysteem V2000 – technisch goede uitvindingen die niet goed in de markt werden gezet – leerden het bedrijf dat het niet altijd commercieel slim is een vinding voor jezelf te houden. Bij de LED-techniek worden nu dus meer patenten in licentie uitgegeven. Ook werkt Philips steeds vaker met andere bedrijven samen aan patenten, vertelt Peters: “Je kunt niet alles zelf meer ontwikkelen. Dat is te duur en tijdrovend. Als je de krachten bundelt, kun je sneller producten op de markt krijgen. En door patenten in licentie te geven, kun je de markt sneller ontwikkelen.”
Philips Intellectual Property & Standards heeft 450 mensen op de loonlijst, die samen 50.000 patenten beheren. Alleen al in 2010 vroeg Philips 1.300 patenten aan. Ook andere hightechmultinationals hebben hun eigen IP-afdelingen. Logisch, want de intellectual property (patenten, merken, e.d) is voor veel bedrijven met afstand hun waardevolste bezit, ook al is onduidelijk hoe dat bezit moet worden gewaardeerd.
De grote ondernemingen domineren dan ook de octrooiwereld. Maar dat komt ook doordat veel andere, kleinere bedrijven er nauwelijks bekend mee zijn. “De gemiddelde ondernemer weet van toeten noch blazen als het om octrooien gaat”, vat Broesterhuizen samen. Octrooi aanvragen wordt vaak duur en ingewikkeld gevonden. Toch vallen de wettelijke kosten van een patent nogal mee. Zo kost in Nederland een online octrooiaanvraag slechts 80 euro. Maar een succesvolle aanvraag schrijven is niet voor iedereen weggelegd. Een technische vinding goed in woorden vangen vereist specifieke deskundigheid. Die is in te kopen bij een van de 450 erkende octrooigemachtigden, maar goedkoop is het niet. Een compleet octrooitraject kost de ondernemer al snel 4.000 euro. En dan heeft de aanvrager alleen nog maar een patent in Nederland.
Wie zijn uitvinding in het buitenland wil inzetten, moet internationaal patent aanvragen. Dat kan bij het European Patent Office (EPO), waar dagelijks 2.800 mensen patenten beoordelen, of bij het WIPO, de wereldpatentorganisatie. Bij het EPO zijn 37 landen aangesloten, maar dat wil niet zeggen dat een verleend octrooi dan ook meteen in 37 landen geldt. Het verleende patent moet in elk land apart worden vertaald en opnieuw verleend. Wie in 16 Europese landen zijn product wil beschermen, moet dus in 16 landen zijn patent laten registreren en ook 16 keer betalen.
Wie eenmaal een octrooi heeft, is ook nog niet klaar. Een octrooi geldt in principe 20 jaar, maar moet wel jaarlijks worden verlengd, tegen oplopende kosten. Een octrooi in stand houden kost in Nederland in het vierde jaar slechts 40 euro; maar na 20 jaar het 35-voudige. Dit om bedrijven te dwingen hun kennis snel te delen. Zelfs een bedrijf als Philips laat daarom octrooien vaak verlopen. “We houden ze alleen aan als ze commerciële waarde toevoegen”, zegt Ruud Peters van Philips. Daar komt bij dat de patenthouder zelf verantwoordelijk is voor de handhaving van zijn patent. Bij ongeoorloofde namaak komen octrooibureaus niet in actie. Dat moet de patenthouder zelf doen, met dure juristen en langslepende rechtszaken.
De goede octrooiscore van Nederland zegt vooral veel over Philips, maar niet alles ons innovatievermogen. “Als je de getallen bekijkt, zie je dat het onder de top snel minder wordt”, zegt Peters. “In het mkb is hooguit 20 procent van de bedrijven hoogwaardig en actief bezig met octrooien.” Innovatie draait bovendien om meer dan alleen een patent. Peters: “Het gaat om het hele traject van productontwikkeling, marktonderzoek en marketing. Het patent is maar een onderdeel.”Volgens Europees onderzoek wordt ongeveer eenderde van de patenten niet eens gebruikt. Bij Philips, dat met zijn eigen IP-afdeling streng voorselecteert, resulteert ongeveer 60 procent van de patenten in een commercieel product.
Wat voor Philips speelt op bedrijfsniveau, geldt ook voor de Nederlandse economie: de hoeveelheid patenten zegt weinig over innovatiekracht. In recent EU-onderzoek scoort Nederland op innovatiegebied slechts een middenmootpositie. Een terechte plek, zegt innovatiehoogleraar Alfred Kleinknecht. “De investeringen in r&d en onderwijs zijn veel belangrijker dan patenten. En daar scoort Nederland laag. En het huidige kabinet stemt me niet optimistisch dat dat snel verbetert.”
Nederland moet vooral slimmer leren omgaan met zijn grote voorraad patenten, vindt Guus Broesterhuizen. “Het vergt ondernemerschap om van een octrooi een product te maken. En een andere visie op octrooien. Kleine ondernemingen willen meestal alleen maar hun idee beschermen. Maar als ondernemer kun je ook in de openbare octrooidatabanken op zoek naar voor jou nuttige octrooien, die op de plank liggen omdat de bedenker er niets mee kan of wil. Daarmee kun je veel onnodig onderzoekswerk besparen. Je kunt via de databanken partners zoeken om samen bestaande octrooien naar de markt te brengen. Die mogelijkheden worden amper benut.”
Hoe goed u ook zoekt, één octrooi zult u niet vinden in die databanken: die van het perpetuum mobile. NL Octrooicentrum wijst die namelijk standaard af: “En daar krijgen we elk jaar toch wel zeker één aanvraag voor binnen.”
Nederland is rijk aan patenten. Op de Patent Parade , een rondreizende tentoonstelling ter ere van 100 jaar Rijksoctrooiwet, zijn er vele te zien. De Patent Parade is nog tot en met eind april te zien in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam. Zelf een octrooi aanvragen? Zie mt.nl/patenten
Van de senseo tot de klapschaats: morgen vindt u op deze website een slideshow met tien waanzinnig succesvolle Nederlandse patenten.
Dit artikel is afkomstig uit MT magazine. Bestel de nieuwste editie online. Hierin vindt u eveneens een aantal interessante lijstjes, zoals de top 10 met Nederlandse bedrijven die tussen 2003 en 2007 het vaakst patent hebben aangevraagd.