“Als je bedenkt hoeveel voordelen er aan het slimmer werken zitten is het inder-
daad verbazingwekkend dat het zo lang duurt. Het verkort de tijd die met reizen wordt verspild, is goed voor de medewerkertevredenheid, het milieu, het arbeidsmarktbeleid van de onderneming, de arbeidsproductiviteit. Zo wordt 34 procent van de tijd dat mensen niet in de file staan met werk ingevuld. Zeker jongeren eisen tegenwoordig die flexibiliteit. Maar het gaat om een cultuurverandering, en die gaan per definitie traag.”
“Nee, de automobiliteit stijgt de komende 10 jaar naar verwachting met 40 procent. Dat kun je niet met extra wegen en treinen opvangen. Dat vraagt een mentaliteitsverandering.”
“Ze hebben een heel scala aan opties. Ze kunnen flexplekken inrichten, telewerken bevorderen of een mobiliteitsbudget invoeren. Dat betekent dat een medewerker geld krijgt voor zijn vervoer. Als hij fietst, houdt hij serieus geld over, gaat hij met het OV ook een beetje en komt hij toch met de auto, dan kost hem dat geld. Maar dat vraagt ook een andere manier van managen. Zeker het middenmanagement vindt het nog moeilijk om op outcome te sturen in plaats van op aanwezigheid. Het management moet dus het goede voorbeeld geven.”
“Soms cruciaal. Als er flexplekken worden ingericht, maar de directie behoudt de eigen kamer ‘omdat zij die nu eenmaal nodig hebben’, dan werkt het niet. Als het management zelf buiten de spits reist en ook zelf thuiswerkt, is duidelijk dat het werkelijk geaccepteerd wordt.”
“Dat is een nieuwe gedachte, daar ga ik eens goed over nadenken… In de trein, want ik heb een OV-jaarkaart. Ideaal.”