Het idee van cradle to cradle (van wieg tot wieg) is dat alles herbruikbaar is, waarmee zowel de grondstoffen- als afvalcrisis wordt opgelost. De VPRO-documentaire waarin het idee in Nederland werd gelanceerd, heette niet voor niets ‘Afval is voedsel'. C-to-c heeft in Nederland veel volgelingen, waaronder afvalverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel en de gemeente Almere. Langzaam heeft c-to-c duurzaamheid en mvo verdrongen als de ‘catch phrase' van de milieubeweging. Maar net als bij mvo begint het vooral een marketingtool te worden. Het idee is interessant, maar de techniek om afval te scheiden en te verwerken tot bruikbare producten vordert langzaam. Het moment dat de inhoud van onze vuilniszak daadwerkelijk weer op ons bord belandt, laat nog even op zich wachten.
Een van de wetten van de ict is dat hoe vager de nieuwe vakterm, hoe liefdevoller hij te pas en te onpas wordt gebruikt en hoe hardnekkiger hij blijft hangen. Zelfs - vooral - als niemand precies weet wat er mee wordt bedoeld. Cloud computing betekent letterlijk dat programma's gebruik maken van ‘de wolk', dat wil zeggen internet. Maar de term internet wil nu juist zeggen dat computers met elkaar zijn verbonden, het is dus nogal een lege term. Met cloud computing wordt in de ict onder meer de trend aangeduid dat software via internet te huren en gebruiken is (software-as-service), dat rekenkracht en geheugenruimte worden aangeboden alsof het gas of elektriciteit is (utility computing) en dat diensten zoals pc-beheer op afstand kunnen worden verleend (managed services). Het paraplubegrip cloud computing geeft alleen maar spraakverwarring.
De term slow management is ontleend aan slow food, tegenhanger van fast food, een culinaire beweging met veel aandacht voor kwaliteitsproducten en tradities. Zo moet het er bij management ook aan toegaan, aldus Jaap Peters, mede-oprichter van een tijdschrift over slow management en ‘trekker' van deze beweging. Peters is ook bekend van zijn boek ‘De intensieve menshouderij', over de (doorgeschoten) rationalisering van bedrijfsprocessen. Volgens de aanhangers van de slow management-beweging laten we ons te veel opjagen door de Amerikaanse zakencultuur. We moeten toe naar organisaties met meer aandacht voor continuïteit en de mensen die er werken. Dat klinkt allemaal sympathiek, maar managers in commerciële organisaties kunnen weinig met ‘slow'. De concurrentie, wel of niet uit China, rukt op. Hebben we kwaliteitsproducten nodig? Jazeker, júist met het oog op die concurrentie. En wel zo snel mogelijk. Snel is niet hetzelfde als slecht.
John Kotter blijft een meester. Hij lanceert zijn nieuwe boek (‘A sense of urgency') en trekt op wereldtoernee, en dan duurt het niet lang voordat iedereen het weet: we hebben urgentie nodig. Uit de mond van Kotter klinkt het zo overtuigend, dat de luisteraar gaat denken dat zijn of haar werk als manager of professional nooit meer hetzelfde zal zijn. Vanaf nu doen we alles urgent! Dan gaat alles veel beter! Maar wacht even, hoe deden we het vroeger? We stoppen al jaren enorm veel energie in het werk. Bij veranderprocessen proberen we al jaren onze mensen zo goed mogelijk te motiveren. What's the difference?
Bij de modeterm verbindend leiderschap slaat ‘verbindend' op de verbindingen die leidinggevenden aan moeten gaan met hun mensen. Het gaat in organisaties immers om de mensen van vlees en bloed en die moet je anders aansturen dan machines. Leiders moeten duidelijk, eerlijk en authentiek zijn, inspireren en feedback geven. Vooral tijdens veranderprocessen moet de manager zijn mensen kunnen ‘verbinden' om ze mee te krijgen. De kern is dus dat leiders over goede communicatieve vaardigheden moeten beschikken en moeten kunnen inspireren, en wat daar zo nieuw aan is mag Joost weten. Een paar jaar terug had je Nieuw Leiderschap, toen kreeg je Authentiek Leiderschap en nu dus Verbindend Leiderschap. What's next?
Er verschijnen kritische verhalen over de iPhone, over niet goed werkende batterijen of software. Kinnesinne. Het glimmende apparaatje van Apple is het succesverhaal van het jaar. De talloze apps (stukjes software die binnengehaald kunnen worden) maken het tot een speelparadijs voor creatieve geesten. Voor gebruikers is er altijd wat nieuws. Maar elk succesverhaal kent zijn hoogtepunt, daarna gaat het bergafwaarts. Hordes concurrenten en klonen zijn onderweg. Steve Jobs moet weer wat nieuws verzinnen.
Columnist Friedman van de New York Times brak enkele jaren geleden door met zijn boek ‘The world is flat', over de gevolgen van globalisering. Dit jaar verhoogde hij zijn marktwaarde verder met ‘Hot, flat, and crowded', over de milieucrisis. Hij weet op het juiste moment vele bladzijden te produceren over modieuze thema's, waar hij met veel aplomb niets nieuws over te melden heeft. Zijn status is nu zo ver gestegen dat elke nieuwe column als bijbelse wijsheid wordt onthaald. Bij Friedman geldt de oude wet: hoe dikker het boek, hoe minder het opvalt dat het irrelevant is.
‘What are you doing?' Eén simpele vraag knoopt de leden van het Twitter-netwerk aan elkaar. Twitter is een kruising tussen een sociaal netwerk en een messenger-service. Het succes ligt in dat simpele vraagje: ‘wat doe je?'. Gebruikers houden elkaar via hun laptop, Blackberry of mobiele telefoon op de hoogte van het feit dat ze een leuke meeting achter de rug hebben, in het voetbalstadion zitten of naar de sportschool gaan. Vooral onder digerati die liefst 24 uur per dag met hun gadgets aan het rommelen zijn, is Twitter hot. Ook zij zullen er op een dag achter komen dat niets saaier is dan elke dag van je relaties te horen krijgen met wie ze lunchen of dat ze hun persoonlijke records in de sportschool hebben verbroken.