Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

Leiderschap vergt meesterschap

Dit artikel is geschreven door Jan de Vuijst (alle artikelen).

Een rare mythe in leiderschapsland is nog steeds dat een goede leidinggevende van alle markten thuis moet zijn. Voor het ontwikkelen van meesterschap is het echter veel effectiever om juist voort te bouwen op wat iemand al van nature goed kan.

 

Is leiding geven een professie? Echte professionals moeten punten halen, cursussen volgen, kunnen aantonen dat ze hun professie uitoefenen, lid zijn van een vakvereniging en ‘meesterschap’ ontwikkelen in een soms als ladder opgebouwde (internationale) systematiek. Na aantoonbare kennis, vaardigheden en ervaring mag zo iemand zich ‘meester in zijn vak’ noemen. Maar leidinggevenden kunnen jaar na jaar hun werk blijven doen zonder dat iemand hun professionaliteit toetst.

Verstandige bedrijven zien erop toe dat hun leidinggevenden zich bijscholen en laten bijpraten over ontwikkelingen, want ook in het vak van leiding geven zijn er ontwikkelingen natuurlijk, maar verplichte PE-punten voor leidinggevenden zijn er niet. In talloze bedrijven geldt opleiden nog steeds als een extraatje en geldt het zelfs als stoer gedrag wanneer een leidinggevende het altijd te druk heeft om op cursus te gaan. Wie te druk voor ontwikkeling is, of zich onmisbaar acht, is echter juist een hulpbehoevende leidinggevende, kennelijk aan het plafond van zijn mogelijkheden.

Intrigerend toch wat de eisen aan meesterschap voor een leidinggevende zouden moeten zijn. Traditioneel management zet zwaar in op verstand van zaken, van financiën, logistiek, marketing, kortom alle vakken die je bij een business school kunt volgen. Tegenwoordig zie je meer en meer, ook bij business schools, dat de leidinggevende zich persoonlijk moet ontwikkelen, zich laten spiegelen door een coach bijvoorbeeld en met de billen bloot moet durven in een groep gelijken. Idealiter verloopt dat hand in hand: de leidinggevende laat zich bijscholen in financieel management bijvoorbeeld, maar ontdekt in een meer persoonlijke sessie hoe hij eigenlijk diep van binnen omgaat met begrippen als overvloed en schaarste. Hij laat zich bijscholen in strategie, maar op meer persoonlijk vlak moet hij nog leren hoe hij een inspirerend verhaal vertelt. En waar zit zijn eigen inspiratiebron eigenlijk?

Niet bijleren, maar voortbouwen

Een rare mythe in leiderschapsland is nog steeds dat een goede leidinggevende van alle markten thuis moet zijn. In feite betekent dat dat de natuurlijke talenten van een leidinggevende er kennelijk niet toe doen. Het ontwikkelen van een leidinggevende krijgt dan het karakter van deficiëntie-onderwijs: wat iemand niet kan of weet mag hij bijleren. Voor het werkelijk ontwikkelen van meesterschap is het echter veel effectiever om juist voort te bouwen op wat iemand al van nature goed kan.

Zo heeft iedereen dingen waarin hij goed is en die hij bovendien leuk vindt om te doen. Interessant is juist een kruising van die twee: plot eens een groslijst van je dagelijkse activiteiten op de assen ‘leuk’ en ‘goed’. Hoe jonger iemand is hoe meer synchroon die twee zullen lopen: leerlingen op school bijvoorbeeld blijken het meeste plezier te hebben in vakken waar ze ook goed in zijn. Maar in de loop van iemands carrière onstaan er ook activiteiten waar hij wel goed in is, maar weinig plezier aan ontleent. Vaak zijn dat routineuze dingen. Het is dan zaak dat te leren delegeren en anderen te leren hoe zij ook zo goed worden.

Andersom kan natuurlijk ook: iemand kan ergens veel plezier in hebben, maar er niet goed in zijn. Zolang dat een hobby betreft is dat alleen maar vermakelijk (zo vind ik vioolspelen heel leuk, maar kan ik het niet zo goed), maar het wordt al anders wanneer iemand er veel plezier in heeft vergaderingen voor te zitten, maar dat eigenlijk niet goed kan. Daar begint ook zijn omgeving last van te krijgen. Betrokkene zal dus aan de slag moeten om wat hij leuk vindt ook goed te leren doen. Een lastig domein overigens, omdat feedback van de ‘slachtoffers’ niet erg welkom is.

Het ontwikkelen van meesterschap

Over dingen doen die je niet leuk vindt en waar je ook nog eens niet goed in bent zou ik zeggen: kappen ermee. Dat kan niet altijd, maar wie zich eenmaal voorneemt dat aan te kaarten in zijn professionele omgeving zal verrast zijn over in de eerste plaats de herkenning (soms ook een beetje pijnlijk) en in de tweede plaats de onvermoede mogelijkheden om werkelijk te stoppen met vervelende moeilijke dingen.

Al deze voorbeelden zijn nog op deficiënties gericht: wat niet goed of niet leuk is. De echte uitdaging, het ware ontwikkelen van meesterschap, zit echter in de hoek van de activiteiten waar iemand zowel al goed in is als al veel plezier aan beleeft. De neiging om dat zo te laten is begrijpelijk, maar onverstandig. Juist in het kwadrant ‘goed én leuk’ zitten de meeste mogelijkheden voor ontwikkeling van meesterschap. Als je geen scholier meer bent: erken waar je niet zo goed in bent of weinig plezier aan ontleent, en ontwikkel juist de leuke dingen waar je goed in bent.

Dit Podium-artikel is geschreven door Prof. Dr. Jan de Vuijst van TiasNimbas Business School.

Ook uw visie geven op ontwikkelingen binnen uw vakgebied? Plaats een artikel op MT Podium. Log in op           mt.nl/profiel en voeg onder 'activiteiten' uw artikel toe. Interessante bijdragen worden meegenomen in de nieuwsbrief en op home geplaatst.         

 
Gegevens ontvanger
Naam ontvanger:
Email ontvanger:
Jouw gegevens
Naam:
Email:

reacties

(2)
Pasfoto van Jan Stoop
Bedankt Jan voor de inspiratie die je ons geeft. Altijd heerlijk om jouw deskundige kijk te lezen.
Ik neem de vrijheid om even te reageren op je artikel. Om zo ook een bijdrage te leveren aan nog meer meesterschap binnen het leiderschapsdomein. Ik geef een aantal andere inzichten in de materie die jij ons voorschotelt.

Je hebt het over kennis & ervaring die je meesterschap brengt. Is dat wel volledig? Ik zou bijvoorbeeld ook houding daar aan toe willen voegen. Een mooie definitie voor mij van van meesterschap is:
meesterschap is leerling willen zijn.

Verder heb je het over opleiden / cursussen volgen je leiderschap brengt. Mijn ervaring is dat dit teveel wordt ingezet. Een eenzijdige benadering. Wat ook helpt is coaching of gewoon uit de functie halen omdat men niet capabel is voor die job.

Management en leiderschap is verder ook een definitie kwestie. Je gaf zelf al aan wat een manager (via b.v. MBA) als focus heeft: financien, beleid, procedures etc. En de leider meer aandacht heeft voor persoonlijke zaken, inleven, dromen/verlangens etc. En hoe noemen we dan iemand die beide kwaliteiten heeft? Voor mij is management een onderdeel van leiderschap echter helaas zien we dat het management onderdeel een te groot gedeelte hierin inneemt. Daar is nog veel werk te doen.

Je had het over inspiratie. Dan denk ik direct aan het nummer Inspiratie van Mathilde Santing waarin ze het heeft over de adem van de geest. Het woord INSPARE betekent ook lucht inblazen. Dit speelt zich voor mij zich af tussen de identiteit (wie ben ik, DNA, vanuit welke waarden leef ik) en de dromen/verlangens/doel wat men wil bereiken. Ik constateer in de praktijk dat nog velen hier nog niet mee bezig zijn. Hoe kun je meester worden als dat niet duidelijk is?

Je veronderstelt dat juist het terrein van leuk en goed ergens in zijn de perfecte basis is voor leiderschap. Ik vind dit zelf wat safe. Voortbouwen waar je al goed in bent.
Ik heb juist gezien dat mensen/leiders sprongen gaan maken richting meesterschap doordat ze in gebied actief werden van leuk en er NOG niet goed in zijn. Daar zit de rek/de speelruimte/het onbegrensde gebied van mogelijkheden. Dus uit je conformzone en leren.
Je geeft op het laast aan dat: Als je geen scholier meer bent.

Ik denk dat je ALTIJD scholier/leerling dient te zijn om het maximale uit je te halen. Ik herhaal de slogan dan nogmaals:

meesterschap is leerling willen zijn!

Met HARTelijke groet
Jan Stoop van De COREPORATION
Jan Stoop Partner van De COREPORATION
Pasfoto van Jan de Vuijst
Beste Jan,

Dankjewel voor je reactie; je stipt belangrijke onderwerpen aan, en ik reageer graag. Onder het motto: Pieter van den Hoogenband moet leren zwemmen, niet voetballen.

Je noemt de eenzijdige benadering van cursussen en opleiden: helemaal mee eens dat dat eenzijdig is, maar in de praktijk zijn dat wel de eerste, en vaak de enige, middelen die een organisatie inzet. Coaching, ervaringsleren, intervisie, mobiliteit en de vele andere wegen om bewustwording te stimuleren zijn van niet te onderschatten waarde in leiderschapsontwikkeling. Die bewustwording richt zich idealiter ook op de inspiratie en inspiratiebronnen; Ook daar zijn we het snel eens: zonder inspiratie geen richting. Je gelooft me wel dat als ik over ‘dromen’ begin in een groep willekeurige managers ik vaak heel wat glazige blikken terugkrijg. Pas als je er langer op doorgaat ontdekken mensen hoe belangrijk dat is, en eigenlijk altijd in hun leven al geweest is. Pas dan ook ontdekken veel leidinggevenden dat ook zoiets als verandermanagement onmogelijk is als je niet de inspiratie van de ander weet te raken. En dat lukt alleen maar als je contact hebt met je eigen inspiratie(bronnen).

Dan die leerling. Ik gebruik ‘scholier’ met een geheel andere gevoelswaarde dan ‘leerling’. Leerling zijn wens ik iedereen voor zijn of haar hele leven toe, maar niemand kan alles leren. Als je dan toch een richting kiest in je ontwikkeling, voor zover dat een bewuste keuze is, sluit dan aan bij wat je inspireert – waar je talenten al zitten. Dat is niet safe, in tegendeel: in de praktijk kom je daar juist bij het meest kwetsbare deel van iemand. De paradox is dat mensen inhouden op hun diepe natuurlijke talenten. Het gevaar van het zomaar tonen van je talenten is dat een ander zijn schouders erover kan ophalen of je uitlacht - een diepe aanname van velen, en dat maakt het een verstandige strategie om je niet te snel bloot te geven op je werkelijke talent, om juist daar kwetsing te voorkomen. En toch zitten in die talenten de grote ontwikkelpunten. Het leren inzetten van je talent in nieuwe onbekende situaties bijvoorbeeld, ver buiten je comfort zone, leidt tot de grote sprongen, niet het eindeloos knutselen aan iets wat toch niet jouw aanleg is. Zie de reclame over Pieter van den Hoogenband: die moet lerenzwemmen, zinloos om het kind per se te laten voetballen.

Een mooie uitdrukking voor dit soort ontwikkeling vind ik (zo geformuleerd meen ik door Gerrit Komrij): onbevangen aangaan wat zich ontvouwt. Volgens mij is dat de kern van leerlingschap, en ik denk ook het bepalende inzicht voor de goede leraar: niet aan iets gaan zitten peuteren dat er toch niet inzit, maar de leerling begeleiden in het werkelijk tot zijn recht komen.

Met vriendelijke groet, en dank voor je reactie: ik heb ervan geleerd ;-)

Jan de Vuijst
Prof. Dr. Jan de Vuijst, Professor of Information Science bij TiasNimbas Business School
reageer op dit artikel



U dient ingelogd zijn om te kunnen reageren




Wachtwoord vergeten? | Registreren
 
Nieuwsbrief
Uw artikel op MT podium?

Wilt u ook uw visie geven op iets dat speelt binnen uw vakgebied? Schrijf dan uw eigen artikel op MT podium. Als u bent ingelogd kunt u op mt.nl/profiel onder activiteiten uw artikel plaatsen.

X