Op elke vrouw die meer dan twee ton verdient, zijn er acht mannen. Op elke vrouw die fulltime werkt, zijn er een kleine vier mannen.
Ik zou natuurlijk een heel verhaal kunnen ophangen over het glazen plafond. Dat vrouwen maar niet door die spreekwoordelijke barrière heen weten te breken. Of over discriminatie. Dat mannen onder elkaar zorgen dat vrouwen niet worden betaald naar prestatie. Of over statistieken. Dat twee ton geen goed vergelijkingsmateriaal biedt, omdat de enige plek waar vrouwen wel ongeacht hun kwaliteiten worden geparachuteerd (ik zeg nogmaals: Andrée van Es) de (semi-)overheid is - en daar geldt de Balkenende-norm van rond de 166.000 euro. Of...
Maar laten we eerlijk zijn, het is allemaal loos wapengekletter. In het bedrijfsleven geldt namelijk simpelweg: mannen zijn beter. En dat verklaart die cijfers.
Het is weer zo ver. ‘Wij vrouwen verdienen te weinig'. In 2005 hadden 30.000 mensen een inkomen boven de twee ton. Van die 30.000 waren een schamele 3600 vrouw. Mijn collega Rogier van 't Hek zou zeggen: "Die kan ik allemaal persoonlijk een hand geven."
Slechts 12 procent, consternatie alom. Met de geëigende Pavlov-reactie: ‘Vrouwen worden onderbetaald! Op de barricaden!'
Onterecht. In totaal ontvingen er in 2005 iets meer dan zes miljoen mannen en bijna zes miljoen vrouwen in ons landje een inkomen. Ongeveer 50/50, dus met die emancipatie zit het wel snor. Als we uitkeringen, pensioenen en alimentaties buiten beschouwing laten, en kijken naar de beroepsbevolking, dan blijkt dat bijna drieënhalf miljoen mannen fulltime werkten tegen nog geen miljoen vrouwen. Omgekeerd werkten 2 miljoen vrouwen parttime en slechts iets meer dan een half miljoen mannen.
En dan is het opeens duidelijker, nietwaar? Wie werkt, krijgt betaald. En wie 40 uur betaald wil krijgen, die zal er 40 moeten werken.