Eerder schreven we dat Berthold Gunster, die met zijn trainingen organisaties helpt de overgang te maken van een ja-maar-cultuur naar een ja-en-cultuur, geen tijd had om commentaar te geven. Ja, dat klopt, máár… vandaag stond hij ons wél te woord. “Ja-maar is een vriend en vrienden houden op de goede momenten hun mond.”
De meerderheid van de MT.nl-lezers gaat met ja-maar-types in discussie, zo bleek uit onze poll. Berthold Gunster vind dat absoluut geen goed idee. “Dat moet je niet doen, tenminste niet als je in het creatieproces of in de brainstormfase zit. Dan zijn die mensen verschrikkelijk frustrerend en zitten ze in de weg.” Gunster schreef in 2005 het boek ‘Ja-maar, wat als alles lukt?’, dat werd genomineerd voor de verkiezing van Managementboek van het Jaar. Tegenwoordig geeft hij trainingen aan bedrijven om te helpen de ja-maar-cultuur te verbannen. “Je moet weten in welke fase je zit, dat is het doorslaggevende kerninzicht.”
Het is namelijk niet zo dat ja-maar-types volledig moeten verdwijnen uit organisaties. “In het creatiegedeelte moet je ja-en gedrag vertonen. De kunst is dan te leven in een onbegrensde wereld. Tijdens de uitvoering moet je de ja-maars in beeld brengen. Dan moet je goed nadenken en de ja-maar-types verwelkomen. Het is dus niet altijd negatief. Ja-maar is een vriend en vrienden houden op de goede momenten hun mond, haha.”
Hoofd in de lucht
Als de ja-maar-types dat niet uit zichzelf doen, is het wellicht verstandig ze een handje te helpen. Gunster weet wel hoe: “Door fundamentele gedragsregels op te stellen. Zodra mensen zeuren is het fluiten, af, mond houden, in de hoek, met de rug naar de muur toe, beschimpen, haha. De enige logische reactie is: het hoe is niet belangrijk nu. Je hebt op dat moment niets aan mensen die met beide benen op de grond staan, je moet met je hoofd in de lucht! Daarna mag je weer terug op aarde komen.”
Iedereen kan negatief ja-maar gedrag afleren, zegt Gunster. Nu niet direct naar uw buurman kijken, want iedereen is ook een ja-maar-type: “Als we ons onzeker voelen of de greep op het proces verliezen, heeft iederéén de neiging om aan de handrem te trekken. Het is een menselijke reactie. Alleen hij is niet functioneel op sommige momenten. De kunst is om tijdens de creatieve fase ja-en gedrag te vertonen en pas later ja-maar gedrag. Die balans vinden is echter erg lastig.”