03 jul 2012 |
Arjan Zweers
De boycot is een machtig wapen in handen van consumenten en overheden. Nederland en de Europese Unie boycotten olie uit Iran. Verander je met een boycot echt de wereld?
Nederland en de Europese Unie boycotten olie uit Iran, in de hoop het islamistische bewind af te houden van het verder ontwikkelen van atoomwapens. Meteen stijgt de olieprijs mondiaal, maar vanuit de VS komen goedkeurende geluiden. De boycot is een lekker drukmiddel om als koper de producent – of een andere natie - in het gareel te dwingen. De Europese politici die het besmeurde zwarte goud verbieden, treden in de voetsporen van een flink aantal consumenten en NGO’s die eerder de wereld (een beetje) wisten te veranderen.
Vijf boycots die de wereld veranderen:
1 van 6
Dé olieboycot van 1973
De moeder aller olieboycotten was er niet een van het Westen dat nu eens ethisch gedrag wenst af te dwingen. Nee, dé olieboycot van 1973 was er een van de producenten verenigd in de OPEC, die weigerden hun zwarte goud door te verkopen aan de VS en geselecteerde Europese landen. De straf voor het heulen met hun vijand, Israël, in de door de Arabische coalitie verloren Jom Kippoeroorlog (6 tot 24 oktober 1973). Ook Nederland bleef verstoken van olie, als straf voor - geheime - wapenleveranties aan Israël. Verder verhoogde de OPEC de olieprijs met 70 procent en verminderde de productie elke maand met vijf procent.
Het luidde een periode van paniek en autoloze zondagen in. Benzine ging op de bon, maar omdat olie een wereldwijde markt is, was er van echte schaarste geen sprake. Toch veranderde de wereld wel door deze boycot; de olieprijs daalde nooit meer tot het eerdere lage niveau én de discussies over kernenergie kwamen goed op gang. Dat Kernenergie nu de wind tegen heeft en in Duitsland volstrekt uit de gratie is, is vooral te danken aan de kernramp na tsunami in Japan.