Stel, op een dag valt u een geldbedrag in handen. Wat doet u? Kiest u voor zekerheid? Of heeft u het lef om iets leuks te doen? Over de Zin van Beleggen.
De notaris belt. Mijn oudoom in Oost-Patagonië is overleden. Hij laat me 110.000 euro na, na successie. De opbrengst van een zilvermijn. Ik ben nog nooit in Patagonië geweest, wist niet eens dat ik daar een oom had. De arme man heeft zijn hele leven in een berg staan wroeten en is kinderloos gestorven. Alles gaat naar mij.
Twee dagen later, nadat ik klaar ben met het vieren van het goede nieuws, blijft er precies een ton over. Die ton moet ik beleggen. Maar waarin?
Mijn financiëel adviseur is een verstandig man. Hij zegt: risico’s spreiden! Depositorekening, staatsobligaties, beetje vastgoed en een toefje aandelen, maar wel een gemengd fonds. Als het kan vastgeclickt, verzekerd, gehedged tegen valutaschommelingen. Hij noemt geavanceerde financiële producten waar ik geen snars van begrijp.
Ik twijfel. Is er geen leukere investering te bedenken dan een dubbelzeker, vastrentend, vastgroeiend klaar-overfonds? Heeft mijn oom daar zo hard voor gewerkt? Ik veeg mijn geld in een koffer, en stap in de auto.
Almere, Groenewoud Vanilleprojecten bv
Op een bedrijventerrein aan de rand van Almere zit Groenewoud, beleggingsbedrijf van Jos van Veen, de voormalige eigenaar van een parketfabriek. Na verkoop van de fabriek zocht Van Veen warmere oorden op, met name het Midden-Amerikaanse Costa Rica. Met zijn geld kocht hij percelen grond langs de fraaie kust, favoriete bestemming van steeds meer toeristen. Bij Groenewoud kun je kavels kopen voor bosbouw of appartementen. Maar Van Veen was nog niet klaar in Costa Rica, hij stortte zich op vanille.
“Vanille is na saffraan de duurste specerij,” zegt Van Veen. “Door de groei van de wereldbevolking neemt de vraag elk jaar toe.” Een kleine botanische les volgt. Vanille is een orchidee die in het wild onder het bladerdak van oerwouden is te vinden. Op plantages worden schaduwnetten opgehangen, gesteund door palen waar de plantjes tegenop groeien. In het derde jaar bloeien ze, in het vierde komen de vruchten. Het is een gecompliceerde teelt, zegt Van Veen. Vooral de biologische vanille die Groenewoud levert is gevoelig. “Dat maakt het als je het goed doet juist extra lucratief,” zegt hij. Landbouwspecialisten lopen op de plantages rond om de aanplant in de gaten te houden.
De eerste plantage van 8 hectare is inmiddels uitverkocht. Ben ik te laat? Nee, met mijn koffertje kan ik me in het volgende project inkopen. Voor een ton krijg ik bijna 700 planten - geen miezerige lootjes, maar twee jaar oude vanilleplanten. Elke plant heeft een eigen nummer en een certificaat. Groenewoud betaalt vanaf het begin een maandelijks voorschot op de opbrengst. Wel moet ik bijdragen in de onderhoudskosten van de plantage, het zijn tenslotte mijn eigen planten. Een snelle rekensom leert dat ik mijn ton bij het door Groenewoud geschatte rendement (17,5 procent) na ongeveer acht jaar heb verdubbeld.
Van Veen geeft een brochure. Op de foto staat een gebruinde Costa Ricaan die met kennersblik naar een welvarende vanilleplant staat te turen. In gedachten zie ik mezelf naar Costa Rica vliegen om met eigen ogen te zien hoe de plantjes erbij staan. Met mijn liniaal meet ik de vruchten van mijn toekomstige oogst. Samen met de sympathieke Van Veen breng ik een bezoek aan een van de door Groenewoud gefinancierde sociale projecten. Geen ijsje, zelfs geen blikje cola (daar zit ook vanille in), zal ooit nog hetzelfde smaken.
Toch word ik ’s nachts badend in het zweet wakker. Krantenkoppen spoken door mijn hoofd. “Droogte teistert Costa Rica.” En: “Mysterieuze vanilleschimmel steekt de kop op.” Ik kijk naar mijn voeteneind, staat hij er nog? Het koffertje staat er nog. Morgen maar eens verder zoeken.
Hilversum, Palm Invest bv
“Hier zitten de mensen die alles van beleggen weten,” denk ik de volgende dag als ik, onderweg naar Hilversum, langs enkele imponerende bankkantoren rijd. Toch wil ik niet bij zo’n bank naar binnen. Beleggen wordt een onpersoonlijke, zouteloze gebeurtenis. Voor je het weet zit je elke maand met je beleggingsadviseur te delibereren over mutaties in je portefeuille. Toch maar kiezen voor een safety booster-fonds met kapitaalbescherming? Of gaan we voor durables? Nee, dan nog liever naar Costa Rica om plantjes te kijken.
Of naar Dubai. Bij Palm Invest in een kantoorpand in Hilversum kun je rechtstreeks beleggen in het economische wonder dat Dubai heet. Je koopt obligaties met een looptijd van drie jaar. Het geld wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van de enorme palmeilanden voor de kust. Elk jaar levert dat 9 procent rente op en na drie jaar krijg je je inleg terug. De minimuminvestering is 50.000 euro, dus ik zit goed met mijn koffer.
De cijfers zijn indrukwekkend. De 60 kilometer kustlijn van Dubai wordt volgebouwd met flats, casino’s en winkelcentra. Voor de kust verrijzen drie eilandengroepen in de vorm van palmbomen, plus een wereldkaart, die tot 14 kilometer de zee in steekt. De natte droom, letterlijk, voor de Nederlandse baggerindustrie.
“De ideale plek voor de rijken van de wereld,” zegt Bart Donders, een van de oprichters van Palm Invest. “Je woont niet aan zee maar op zee.” De ene na de andere luxe villa, met zwembad, wordt er neergezet. “Mensen die in Zuid-Frankrijk wonen verhuizen naar Dubai,” weet Donders. “Daar is het veel veiliger. Bovendien is het negen van de twaalf maanden prachtig weer.” In een razend tempo verrijzen de duurste hotels en grootste pretparken.
Daar zit ik met mijn koffertje stil naar de prachtige plaatjes te staren. Luxe zeiljachten dobberen op azuurblauwe baaien. Wat zijn de risico’s? “Die zijn er nauwelijks,” aldus Donders. “Dubai is het Zwitserland van de Arabische wereld. Er is geen oorlogdreiging of gevaar van natuurrampen. Een tsunami kun je daar niet verwachten want er is geen breuklijn. De rendementen zijn veilig, projecten op de eerste eilanden die zijn ontwikkeld zijn inmiddels al sterk in waarde gestegen. Sommige zijn verdubbeld.”
Toch twijfel ik nog. Kan ik nog rustig het nieuws volgen over de ontwikkelingen in Iran als ik weet dat ik in Dubai, aan de overkant van de Perzische Golf, mijn geld heb zitten? En dan, de rijken van de wereld, wat heb ik daar eigenlijk mee te maken? Als ik mijn koffertje aan Donders geef, ben ik zelf meteen weer arm. Dan kan ik van een afstand toekijken hoe de rijken in Dubai het er van nemen. Laat de rijken hun eigen huizen bouwen!
Amsterdam, Galerie Frans Jacobs - Judith Bouwknegt
Judith Bouwknegt is kunsthandelaar. Samen met Frans Jacobs heeft ze een bedrijf met vestigingen in Amsterdam en Parijs. Als je op zoek bent naar een Kees van Dongen moet je bij hen zijn. Investeren in kunst, dat is het voor mij!
“Het zijn interessante tijden in de kunsthandel,” zegt Bouwknegt. “De hedendaagse kunst lijkt op de internetbubble.” De waarde van eigentijdse kunst is moeilijk in te schatten. Toch zijn de prijzen de afgelopen jaren de pan uitgerezen. Net als tijdens de internetbubble zijn veel particulieren op de markt gekomen. Dankzij internet is de markt transparanter geworden. Een stijgende markt, wat wil ik nog meer? “Met geen mogelijkheid valt te zeggen hoe lang dat nog duurt!”, waarschuwt Bouwknegt.
De huidige situatie roept herinneringen op aan eind jaren tachtig. Destijds kwamen vooral veel Japanse kunstkopers de markt op. Ze kochten zonder veel verstand van zaken het ene doek na het andere. Toen de Japanse economie haperde, stortte de handel in. Kan de economische bloei in China een vergelijkbaar effect opleveren? “Dat zal niet zo snel meer gebeuren,” aldus Bouwknegt. “Door de differentiatie in de markt heeft dat niet zo’n desastreus effect als toen.”
Bouwknegt is een realist. “Beleggen in kunst is onzeker. Het is moeilijk om te voorspellen of het kunstwerk in de toekomst veel zal opbrengen. Een klassiek stuk zoals een Van Dongen heeft zichzelf bewezen en kan, mits goed ingekocht, op termijn een goede investering zijn. Maar je moet je wel goed laten adviseren. Bovendien, erg liquide is je investering niet.” Als je geld nodig hebt, blijkt het aan de muur te hangen. Maar snel verkopen kan lastig zijn. Als je het naar een veiling brengt, ben je 20 procent commissie kwijt.
Ik ben zwaar in verleiding. Niet alleen kan ik mijn koffertje inruilen voor iets van waarde, ik kan er ook nog elke dag van genieten. Het probleem is alleen dat ik bij de meeste schilderijen die hier hangen, steeds het idee heb dat ze met de verkeerde kant naar boven zijn opgehangen. Mijn kennis van zaken schiet een tikje tekort, mag je rustig zeggen. Plus, als ik een mooi kunstwerk zou uitzoeken, zou dat niet érg afsteken bij de rest van mijn interieur?
Amsterdam Zuid-Oost, ING Bank
“De meeste beleggers zijn lafbekken,” denk ik in de wachtruimte waar ik zit te wachten. “Ze zouden zo veel interessants met hun geld kunnen doen. Ze kunnen het stoppen in het prille bedrijfje van hun neef die internetondernemer wil worden. Ze kunnen films financieren. Ze kunnen investeren in biologische viskwekerijen. In plaats daarvan kiezen ze voor zekerheid en een bescheiden rendement bij hun bank of verzekeringsbedrijf.”
Ik ben er zelf ook zo een. Ik ben een lafbek. Ik zit met mijn koffer bij de ING Bank.
Ik heb geroken aan vanille, gewatertand bij de villa’s in Dubai en ben stil van bewondering geworden bij de moderne kunst. Maar ik durf niet.
Accountmanager Bas Smit van de ING haalt me op. Eerst bepaalt hij mijn ‘beleggingsprofiel’ met behulp van een formulier. Met vragen zoals: “Wat doet u bij een waardedaling van uw beleggingen van 10 procent? A) ik verkoop al mijn beleggingen. B) ik verkoop een deel van mijn beleggingen. C) ik hou mijn beleggingen aan en doe niets. D) ik koop bij.” Op basis van het formulier blijkt mijn profiel ‘offensief’ te zijn.
Dan krijg ik een presentatie met de uitgangspunten van het beleggingsbeleid van de ING Bank. Over de internationale expertise en de eigen fondsbeheerders. Over dat er alleen in fondsen en niet in individuele aandelen wordt belegd. Voor de zekerheid wordt ook nog een dia getoond met als titel ‘Disclaimer’. De tekst komt me bekend voor: “De waarde van uw beleggingen kan fluctueren. In het verleden behaalde....” et cetera.
Smit deelt me in bij profiel 2. Dat houdt in: 70 procent vastrentende waarden (zoals obligaties) en 30 procent aandelenfondsen. “Gezien de korte tijdshorizon is dat veiliger.” Ik ben immers ‘offensief’. Als ik heel graag wil mág ik wel worden toegelaten tot profiel 3. Dat wil zeggen 50 procent vastrentend en 50 procent aandelen. “Maar gezien de korte termijn adviseer ik toch liever 2.”
Het goede nieuws: de ING denkt dat ik de komende twintig jaar een rendement van gemiddeld 6 procent per jaar kan opstrijken. Tegen de tijd dat het 2019 is, heb ik mijn ton verdubbeld.
Verdubbelen: dat is de zin van beleggen. En als het verdubbeld is? Dan opnieuw verdubbelen!
Het moet maar. Ik neem de pen ter hand om een handtekening te zetten. Dan gaat de telefoon. Het is de notaris. Hij had zich vergist, het was niet mijn oudoom in die zilvermijn in Argentinië. Hij had verkeerd in het telefoonboek gekeken. Zou ik het koffertje even willen terugbrengen?