Vrijdag 11 maart begint voor Marc Wesseling als just another at the office. Totdat om 14.46 uur ineens de grond begint te schudden. Op het kantoor van de Nederlandse expat in Tokio kijken collega’s elkaar aan. Een aardbeving, dat hebben ze hier wel vaker meegemaakt. Van paniek is in eerste instantie dan ook nog geen sprake. maar dat verandert snel. “Toen de boel steeds heftiger begon te schudden, renden de eerste mensen het kantoor uit. Dat weet je dat het mis is. Hoewel ik in negen jaar Tokio vaker aardbevingen heb meegemaakt, was het nog niet eerder zo heftig. Buiten op straat leek het wel alsof je dronken was en op een boot stond die in een storm was terecht gekomen. Ik heb nog nooit zoiets meegemaakt. De schrik zat er zelfs bij de Japanners, die toch wel iets gewend zijn, goed in.”
Dat de nu 38-jarige Nederlander zijn vleugels heeft uitgeslagen in het verre Azië, is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Het continent heeft al vroeg zijn interesse. Na een rechtenstudie in Leiden, krijgt Wesseling de kans om voor Rabobank een traineeship te volgen in Hong Kong. Over dat aanbod hoeft hij dan ook niet lang na te denken. “Hong Kong is een fantastische stad. Zes miljoen mensen wonen daar op een kluit en zijn vooral bezig met knetterhard werken en geld verdienen. De dynamiek en energie zijn erg inspirerend”, aldus de Nederlander. Al snel ontmoet hij daar een landgenoot met een eigen bedrijf in promotie-artikelen en gaat voor hem aan de slag.
3 vragen aan de wereldmanager
Tip voor andere expats
"Leer snel de taal, want dat maakt je leven hier een stuk aangenamer. En besef dat je in een totaal andere cultuur terecht komt. Daar moet je wel tegen kunnen."
Kan niet wennen aan
"Aardbevingen. Als de grond gaat trillen, weet je niet wat je te wachten staat."
Terug naar Nederland
"Zeg nooit nooit. Maar voorlopig zit ik hier nog wel even goed. Ik heb in Tokio mijn leven, werk en netwerk opgebouwd."Het is eind jaren negentig. Het internet komt op. Wesseling schrijft een businessplan voor een internetbedrijfje dat de link maakt tussen online en geprinte documenten. Hij maakt een tussenstop in Nederland om investeerders warm te krijgen voor zijn idee en vertrekt daarna richting Silicon Valley om zijn eigen onderneming van de grond te krijgen. “Een fantastische tijd, het leek wel een soort tweede industriële revolutie. Dit duurde tot het voorjaar van 2000 toen alles in elkaar stortte tijdens de internetbubbel. Ik heb mijn bedrijf moeten verkopen en ben teruggegaan naar Nederland om bij TNT aan de slag te gaan.”
Maar al snel lonkt opnieuw het buitenland. Het postbedrijf biedt Wesseling de kans om in Japan een joint venture van de grond te krijgen. De Nederlander – niet vies van avontuur – hapt toe. Het eerste jaar in Tokio blokt hij keihard om de Japanse taal onder de knie te krijgen. Hij leest over de oosterse cultuur en de politieke verhoudingen. “Zonder de taal te kennen is het moeilijk integreren. Zeker omdat relatief weinig Japanners het Engels machtig zijn.” Wesseling switcht na verloop van tijd van baan en komt zo opnieuw in de reclamebranche terecht. Zijn passie, zo zegt hij zelf. Inmiddels runt hij samen met een Japanner en een Australiër een eigen kantoor. “Door mijn internetervaring zag ik kansen om in Japan een reclamebureau te beginnen in digitale media. Inmiddels produceren we met Ultrasupernew ook tv-commercials en printcampagnes en werken we op het gebied van media-inkoop nauw samen met een van de grootste bureaus van het land.”

De binnenstad van Tokio; een walhalla voor reclamemakers.Met Japanners is het volgens de Nederlander prima zakendoen. Ze leveren op tijd en komen afspraken na. Toch vergt de aanloop wel – en dat horen we vaker in deze serie over wereldmanagers – flink wat geduld. “Alles draait hier om de relatie. Voordat je een deal hebt, stellen ze eindeloos veel vragen. Je wordt er soms bijna gek van. Maar is er dan eenmaal sprake van een vertrouwensband, dan kun je van ze op aan.” Tokio omschrijft Wesseling als ‘een te gekke stad’. Met geweldig eten, een bruisend nachtleven en een enorm gevoel van veiligheid. Hier kun je je fiets nog neerzetten zonder het slot vast te maken.
Toch is de sfeer in Tokio nog niet helemaal op het oude niveau. De schrik zit er na 11 maart en door de problemen in de kerncentrale Fukushima duidelijk goed in. “Elke dag nog voelen we naschokken op kantoor. Gelukkig lijkt het erop dat de reactoren ook weer redelijk onder controle zijn. Zelf heb ik niet echt serieus overwogen om weg te gaan uit Japan. Een keuze die ik maakte op basis van informatie van verschillende ambassades. Hoe de Japanners hier zelf mee omgaan is ongelooflijk. De drive om het land weer op te bouwen is enorm. In 1923 werd het complete centrum van Tokio verwoest door de Grote Kanto aardbeving en ook na de Tweede Wereldoorlog stond er bijna geen huis meer overeind. Aardbevingen en rampen zijn een deel van hun leven, waar ze mee hebben leren omgaan. Dit volk beschikt dan ook over enorm veel veerkracht. De hele wereld kijkt voor zakenlijke mogelijkheden dan nu wel naar China, maar ik heb gezien dat je Japanners niet te snel moet afschrijven.”
>> Bekijk alle Wereldmanagers