Forbo Flooring is wereldmarktleider in linoleum. Het geheim? Anticyclisch investeren en een rotsvast geloof in het product. “Als we 25 jaar geleden de trend hadden gevolgd, werd er nu in Krommenie geen linoleum meer geproduceerd.”
Deel vijf in de serie Made in Holland
Wat valt op aan het kantoor van een linoleumverkoper? De vloer, hoe kan het ook anders. In de werkkamer van Frank van der Velde, general manager Benelux, liggen witgeoliede houten planken. Niet écht natuurlijk. Het is vinyl. Maar zó bedrukt dat het net hout lijkt. “Dit is projectvinyl,” zegt Van der Velde, terwijl hij naar beneden kijkt. Hij wijst naar een cirkel onder het bureau, in een andere kleur. “Dat daar is wel linoleum.” Zeil, linoleum: is er verschil? In de ogen van een leek hebben we het toch over één en hetzelfde product. Een misverstand dat ze bij Forbo in Krommenie, waar al meer dan honderd jaar linoleum wordt gemaakt, onmiddellijk uit de wereld helpen. “Linoleum is een natuurproduct,” zegt marketingmanager Wilma Wisse, die inmiddels is aangeschoven. “We voeren dat onder de naam Marmoleum. Wat jij zeil noemt, dat is vinyl. En dat wordt gemaakt van pvc, een aardolieproduct.” Forbo Flooring heeft in Krommenie de grootste linoleumfabriek ter wereld. Exacte cijfers wil de onderneming niet kwijt, maar uitgedrukt in vierkante meters rollen er jaarlijks ‘tientallen miljoenen’ uit de machines. Daarmee heeft Forbo naar eigen zeggen meer dan zestig procent van de wereldmarkt in handen. Een cijfer dat zich moeilijk laat verifiëren, maar een blik in de jaarverslagen van de twee grootste concurrenten geeft geen aanwijzingen voor het tegendeel. Krommenie is het onbetwiste centrum van de wereld die linoleum heet en eindstation van een internationale stroom grondstoffen. De jute komt uit Bangladesh, kurk uit Portugal. Lijnolie, het belangrijkste ingrediënt, wordt per schip aangevoerd uit Canada. Eerst naar de haven van Rotterdam en verder per binnenschip tot aan de Nauernasche Vaart, die langs de fabriek loopt. Een continue stroom, die alleen stokt als er ijs ligt. “Daar hebben we een afspraak over met de Assendelftse schaatsvereniging,” zegt Christel van de Geer, die rondleidingen verzorgt. Ja, het bij de lokale bevolking opgebouwde krediet is goud waard. Klachten over stankoverlast zijn er nagenoeg nooit. Alleen een relletje over de aanpalende nieuwbouwwijk Saendelft, een paar jaar geleden, leidde tot juridisch gedoe. Forbo wilde geen huizen zo dicht op de fabriek, maar daar dacht het gemeentebestuur heel anders over. De rechter floot het college uiteindelijk terug. Van Geer: “Er is zelfs een wethouder op gevall
Vinylland
Wereldmarktleider in linoleum: hoe word je dat? Van der Velde zoekt het antwoord bij de anticyclische aanpak die Forbo in het verleden hanteerde. Want linoleum kent een bochtige succescurve. “Vroeger waren er veel meer linoleumfabrieken,” legt hij uit. “In Nederland wel meer dan twintig.” Toen kwam vinyl op in de jaren zestig. Dat gold als hip, nieuw. Een teken van vooruitgang. Linoleum kreeg het heel moeilijk. Begin jaren tachtig was het bij Forbo ‘echt crisis’, aldus Van der Velde. “Maar de toenmalige directie zei: we gaan er toch mee door. We hebben een uniek product en een goed verhaal.” Met een grijns denkt hij terug aan de wijze marketinglessen die hij tijdens zijn studie kreeg. “Weet je wat het grappige is? Je leert steeds: lúister naar je klant. Verlies die niet uit het oog. Maar als we toen de trend hadden gevolgd, werd er nu in Krommenie geen linoleum meer geproduceerd.”Twintig jaar later is linoleum nog springlevend en op sommige markten zelfs bezig aan een groeispurt. Vooral in Amerika, door directeur supply chain management Paul de Ruiter omschreven als ‘vinylland’. “Er is daar een herwaardering voor natuurlijke producten,” constateert hij. “Architecten beginnen het bijzondere te zien van linoleum. Dat het géén plastic is.” Niet dat Forbo daar het gevecht om de designhuiskamer en minimalistisch ingerichte keukens aangaat. In Amerika zijn de pijlen gericht op de ‘projectmarkt’: scholen, kantoren, ziekenhuizen. Het is vertrouwd terrein. Wereldwijd verdient Forbo daar het leeuwendeel van zijn omzet (ongeveer negentig procent). Het is een markt waar linoleum vooral geldt als een hygiënische, duurzame en makkelijk te onderhouden vloerbedekking. Bacteriën gedijen niet op linoleum, vanwege de afweerstoffen in de lijnolie. Onmerkbaar voor de mens, maar funest voor ziektekiemen. In West-Europa zit Forbo in veel landen op een marktaandeel boven de zeventig procent. Absolute thuismarkt blijft Nederland. Daar worden nieuwe collecties getest en als het sein op groen gaat volgt de rest van de wereld. “Nederland houdt van linoleum,” glimlacht Van der Velde. “En dat heeft Forbo zo gemaakt.”
Visuele inspectie
De geschiedenis van Forbo is onlosmakelijk verbonden met Krommenie. Een lokale ondernemer hield zich in de negentiende eeuw bezig met het waterdicht maken van zeildoek. Hij kwam in contact met de Schotse uitvinder van linoleum. Die zocht een entree op de continentale markt. In 1898 werd een overeenkomst getekend waarbij de Nederlander een licentie kreeg voor het gebruik van Schotse patenten. Met 35 man, onder leiding van vier Schotten, begon een jaar later de eerste productie. Ruim honderd jaar later is het basisprocédé nauwelijks veranderd. Lijnzaadolie wordt ingekookt, waardoor het gaat oxideren. Hierbij ontstaat de karakteristieke geur die kenmerkend is voor een bezoek aan Krommenie en Assendelft. De lijnoliesubstantie wordt vervolgens vermengd met hars, houtmeel en eventueel kleurstoffen. Daarna wordt het op de rug van een jute onderlaag gewalst tot twee meter brede banen. Die zijn nog wekenlang zacht. In twintig meter hoge droogtorens hangen de lappen twee tot vier weken te drogen. Dan volgt een lakbehandeling, waarna de banen in rollen gewikkeld het magazijn in gaan. Op papier een arbeidsintensief proces (ongeveer vijfhonderd werknemers), maar dat blijkt allerminst het geval te zijn. Forbo hecht sinds jaar en dag aan automatisering van processen. Wandelend door de fabriekshallen valt op hoe weinig personeel er rondloopt. Bij de walsmachine zitten twee mannen op stoelen. De blik gefixeerd op de twee meter brede baan marmoleum die voor hun ogen voorbij trekt. "Ze kijken of er oneffenheden in de structuur zitten," legt Wilma Wisse uit. Als ze iets vinden, wordt dat ingetikt in een computer, zodat het betreffende inferieure deel er later uitgesneden kan worden. Tja, dat productieproces. Kan je dat nu niet beter overhevelen naar een lagelonenland? Paul de Ruiter moet er niet aan denken. Loonkosten beslaan maar twintig procent van de productiekosten, legt hij uit. Linoleum maken is een kapitaalintensief proces. Dat verplaats je niet zomaar naar Oost-Europa of Azië. "Als wij morgen een vinylfabriek in Duitsland wil opstarten waar op jaarbasis twintig miljoen meter uit rolt, staat dat er binnen twaalf maanden. Met linoleum kan dat niet. De machines zijn niet commercieel te koop, die hebben we zelf ontwikkeld. En er is specifieke Forbo-kennis van hoe je linoleum maakt. Echt vakmanschap." Als voorbeeld neemt hij de visuele inspectie. "De mannen die langs het marmoleum zitten te ‘schouwen’. Als je vraagt hoe ze tot hun oordeel komen of iets doorgaat of niet, dan zeggen ze: ‘De marmerstructuur is een beetje te wild.’ Of: ‘We vinden ’m wat fijn.’ Dat is hele specifieke kennis. De expertise die hier is opgebouwd vind je niet binnen twee maanden in Roemenië of Polen. En dat is heel gunstig voor ons, want het is een entreebarrière voor nieuwkomers uit die landen."
China
Toch is het niet geheel ondenkbaar dat Forbo ooit lokaal zal gaan produceren op markten die nu in opkomst zijn. Amerika, China en Rusland bijvoorbeeld. Maar een nieuwe fabriek zal dan altijd een aanvulling zijn op de bestaande activiteiten, benadrukt Van der Velde. "Pas op het moment dat we extra capaciteit nodig hebben is dat een overweging." Voorlopig kan Forbo de rest van de wereld prima bedienen vanuit Krommenie. Gelet op de benodigde grondstoffen ligt Nederland geografisch gezien gunstig met een efficiënte haven in Rotterdam. De grondstoffen moeten toch uit alle windstreken worden gehaald en dat zelfde probleem hou je met een fabriek in Azië. En exporteren naar China kost momenteel bijna niets. Er is zo veel onbalans in de handelvolumes met Europa, dat het vervoer van een rol Forbo naar China goedkoper is dan naar Frankrijk. De Ruiter: "Een container naar Shanghai kost honderd dollar. Daar gaat zesduizend kubieke meter in. Die prijzen zijn écht idioot laag."Zoals je van een wereldmarktleider mag verwachten, heeft Forbo al een tijdje een verkoopkantoor in China. De markt is op dit moment erg klein, maar het potentieel is des te groter. Op de vraag wat er op Chinese scholen op de grond ligt, is De Ruiter duidelijk. "Niets. Zand. En dat begint al net buiten Sjanghai." Het is er echt pionieren. Er zijn geen installateurs, geen groothandels. Forbo moet zelf vaklieden opleiden om het linoleum te leggen. Erg pril nog allemaal. De Ruiter: "Er gebeurt niet veel, maar je moet er nu al zitten. Het is heel belangrijk om een positie op te bouwen terwijl de markt professionaliseert." In China en Rusland schieten de kantoren en ziekenhuizen als paddestoelen uit de grond. En die hebben toch allemaal een vloer nodig. Van der Velde weet het zeker: "Naarmate het welvaartsniveau van een land stijgt, is de belangstelling voor marmoleum hoger."
Kliklinoleum
Op de Europese thuismarkt ligt dat weer iets anders. Met torenhoge penetratiecijfers voor de institutionele markt (scholen, ziekenhuizen) ligt de grootste groeipotentie op dit moment bij particulieren. Dat vereist een geheel eigen aanpak, zo blijkt uit Forbo’s eigen marktonderzoek. De residential markt kiest voor linoleum vanwege het ecologische aspect (natuurlijke grondstoffen) en de mogelijkheden om eigentijdse patronen te laten leggen. Een biesje langs de randen, of een tweekleurig vlak onder de eettafel. Kleurige folders staan vol termen als ‘emotie’ en ‘beleving’. De traditionele kopers van linoleum staan hoog op de sociale ladder, zegt marketingmanager Wisse. "Artistieke types, veel journalisten en professionals. Artsen, notarissen. Het zijn mensen die ongevoelig zijn voor communicatie-inspanningen. Ze kiezen het los van wat de wereld ervan vindt. Maar ze kiezen zeker geen vinyl. Dat is niet exclusief genoeg." De Ruiter: "In een volwassen markt moet je voortdurend op zoek naar nieuwe klantengroepen. En aan de bovenkant van de markt genereer je veel free publicity." Meeliftend op de trend naar vlakke vloeren en strakke interieurs, ontwikkelt Forbo met regelmaat nieuwe collecties. Op de tafel in zijn kamer klapt Van der Velde een stalenboek open. Met een sierlijke zwier haalt hij zijn hand van links naar rechts over de designs. "Vroeger was het beige en bruin wat de klok sloeg. En moet je nou kijken." Linoleum met krokodillenprint, of met houtprint. Die laatste gaat de markt op onder de naam ‘eternal’. Twaalf bekende ontwerpers verbinden dit jaar hun naam aan een nieuwe lijn met de naam Marmoleum Dutch Design. Marcel Wanders trapte in januari af met een zonnekleurig oranje ontwerp. De nieuwste trend is kliklinoleum: plankjes waar geen professionele legger aan te pas komt. Wisse: "Een bepaald type consument koopt geen linoleum omdat ze liever zelf een vloertje leggen. Dus kozen ze tot nu toe voor laminaat."
Lef
Forbo is dan wel de trots van Krommenie, strikt gesproken is het bedrijf allang niet meer Nederlands. Sinds 1968 maakt het bedrijf deel uit van een Zwitserse holding met een beursnotering in Zürich. Een klein hoofdkantoor met een financiële staf en een handvol accountants. Naast de divisie Flooring (linoleum én vinylfabrieken) zit het concern ook in transportbanden en lijmen. Ze merkten er weinig van in Krommenie. Tot in 2004 de hoofddirectie een persverklaring de deur uit doet die inslaat als een bom. De divisie vloerbedekkingen zal worden afgestoten. Te kapitaalintensief om op korte termijn snel te groeien, vonden ze. De aandeelhouders en de raad van commissarissen stonden op hun achterste benen. De rust keerde terug met het aantreden van een nieuwe ploeg toezichthouders. De plannen werden teruggedraaid en de divisie vloeren kreeg zelfs een kapitaalsinjectie. "Soms moet je het lef hebben om op een beslissing terug te komen," zei de financiële topman Gerold Zenger in een toelichting.Het waren spannende tijden, herinnert De Ruiter zich. "Niet dat we bibberden bij elke nieuwe ontwikkeling, maar er stond wel wat op het spel. Als je wordt verkocht is het altijd maar even afwachten hoe je nieuwe horizon er uit ziet. Het leidt af van je dagelijkse werk." Van der Velde ziet dat de nieuwe top gelooft in de divisie Flooring. "Wij zijn de parel in de kroon van Forbo."
Forbo in jaartallen
1898 oprichting Nederlandsche Linoleum Fabriek Krommenie
1928 aansluiting bij het Europese kartel Conti
1930 introductie Marmoleum
1968 Conti krijgt centrale managementstructuur, hoofdkantoor in Zürich
1974 Conti omgedoopt tot Forbo
2000 herstructurering tot vier divisies
2004 concerntop kondigt verkoop vloerendivisie aan, om deze een maand later af te blazen
2005 bod van durfkapitalist CVC afgewezen
Voornaamste concurrenten: Armstrong, met het hoofdkantoor in Lancaster (Pennsylvania) en Domco Tarkett, gevestigd in Frankenthal (Duitsland)