Frederik Willem de Klerk maakte formeel een einde aan
de apartheid in Zuid-Afrika. Daarmee gaf hij zijn eigen
machtspositie op. De Klerk gelooft niet in leiders die op zoek gaan naar macht. “Leiderschap moet je verdienen.”
Jarenlang bent u deel geweest van een regering die internationaal een paria was. Daarna ontving u de Nobelprijs voor de Vrede. Hoe voelde dat?
“Ik heb geen eind aan de apartheid gemaakt vanwege internationale boycotten of de hoop op een Nobelprijs. Ik deed het omdat het moest gebeuren. Het was het enige juiste om te doen. Het ging om gerechtigheid. Ik deed het ook voor mijn eigen mensen. Je kan geen systeem instandhouden dat gebaseerd is op onrechtvaardigheid.
“Ons oude doel was een natiestaat te creëren, een klein Europa. Een land voor mijn mensen, en een onafhankelijk land voor de Zoeloes en anderen. Dat bleek niet haalbaar.”
U wilt apartheid toch niet serieus vergelijken met Europa? Europa is niet ontstaan op basis van rassen.
“Zo is het wel begonnen. Fransen zijn toch niet hetzelfde als Nederlanders?”
Een Fransman woont vrijwillig in Frankrijk en mag zich met dezelfde rechten in Nederland vestigen.
“Ik zeg ook niet dat wat er onder de apartheid is gebeurd in orde is. Daar heb ik vaak genoeg mijn excuses voor aangeboden. Wat ik in het begin van mijn carrière heb bepleit was gerechtigheid voor Zuid-Afrika door elf aparte natiestaten met elf aparte officiële talen. Iedere natie zou een eigen land en democratie hebben. Wij wilden precies hetzelfde als wat de hele wereld nu steunt in Israël en Palestina: het trekken van grenzen en het verdelen van land op basis van etniciteit. Onafhankelijke buurlanden die in een goede verstandhouding met elkaar leven.”
Als er niets mis was met apartheid, waarom maakte u er dan een einde aan?
“Ons concept van apartheid werkte niet in Zuid-Afrika. Het mislukte vanwege onvoldoende economische integratie en omdat de meerderheid van zwarte Zuid-Afrikanen niet op deze manier wilde leven. Het ging mis omdat er veel sancties waren die de waardigheid van Zuid-Afrikanen aantastten en hun vrijheid beperkten. Ik zag dat het concept mislukt was. En een van de belangrijkste taken van een leider is dat te accepteren en iedereen ervan te overtuigen dat verandering noodzakelijk is.”
Wat gaf de doorslag bij de verandering in uw denken? Economische sancties?
“Nee, die sancties hielden juist veranderingen tegen omdat we naar binnen gekeerd waren en geïsoleerd raakten. Er waren manieren genoeg om de economische sancties te omzeilen. Ondanks de olieboycot hadden we het nog jaren vol kunnen houden.
“De grootste verandering kwam door de economische groei in Zuid-Afrika, waardoor er meer banen kwamen. Er kwamen vakbonden van zwarten en zij kregen steeds meer rechten om zich te organiseren. De groei deed meer voor de noodzaak te veranderen dan de internationale sancties. Maar de voornaamste oorzaak voor mijn ommekeer was de erkenning dat ons beleid gebaseerd was op moreel verkeerde aannames.”
Begrijp ik goed dat er niets mis is met apartheid zelf, maar met de uitvoering ervan?
“Hebben we een politiek interview of een interview over leiderschap?”
Wat is het verschil? U was een politiek leider die een einde maakte aan zijn eigen systeem.
“Oké, nogmaals: er is niets mis met aparte natiestaten. Er is wel iets mis met discriminatie op basis van etniciteit. In Zuid-Afrika heerste een minderheid over de meerderheid en was discriminatie verweven in de wetgeving. Het onderkennen van de morele onjuistheid van deze situatie was de grootste verandering. Maar sorry zeggen is niet genoeg. Leiderschap houdt in dat je corrigerende maatregelen neemt. En dat heb ik gedaan.”
Beschouwt u zichzelf als leider?
“Ik heb gedurende mijn politieke loopbaan leiderschap getoond, vooral toen ik president was. Maar ik had het nooit alleen gekund. Ik denk dat de tijd van de dominante leider voorbij is. De man die wel even vertelt hoe het moet. Het meest belangrijke van leiderschap in de 21ste eeuw is teamwerk.
“Een leider moet meerdere dingen kunnen. Hij moet zijn teamgenoten en mede-leiders met zich mee voeren met een visie waardoor zij zich aangesproken voelen. Hij moet ook voor een actieplan zorgen, de stappen aangeven hoe de visie kan worden verwezenlijkt.”
Verschilt leiderschap in de politiek van leiderschap in het bedrijfsleven?
“Nee, de principes zijn hetzelfde. De kennis en instrumenten verschillen. Een politiek leider moet uiteraard politieke ervaring hebben en een instinct voor de publieke opinie. Een zakelijk leider moet daarentegen veel kennis hebben van de economie.”
Houdt u ervan om macht en invloed te hebben?
“Ik wil niet als een heilige klinken, maar leiderschap moet je verdienen. Je moet het niet opzoeken. Ik hou niet van mensen die op zoek gaan naar een leiderschapstaak. Het moet naar je toe komen. Het gaat erom dat mensen je vertrouwen en dat je geen onzin uitkraamt. Zij bepalen of jij de leider wordt en voorop gaat lopen, niet jij. Je moet het verdienen. Als je te ambitieus bent en te hard op zoek gaat naar leiding, zal dat niet lukken.”
Leiderschap heeft toch ook te maken met ambitie en macht?
“Nee, het gaat om dienstbaarheid. Je moet anderen en een hoger doel kunnen dienen. Iets doen dat de moeite waard is voor jezelf en anderen. Je moet doen waar je het beste in bent. Een leider moet weliswaar vooruit kunnen denken en -lopen, maar nooit te ver voorop waardoor zijn volgers hem niet meer kunnen volgen.”
Wie diende voor u als voorbeeld van leiderschap?
“Ik had geen specifieke rolmodellen. Maar voor mijn vader had ik altijd veel respect. Hij werd minister nadat hij jaren in het onderwijs had gewerkt. Op de christelijke universiteit leerde ik veel over leiderschap. Hoe je een situatie analyseert zonder je te verliezen in details. Als je bijvoorbeeld als advocaat naar een probleem van een cliënt luistert, niet meteen een oplossing aandragen, maar bepalen welk principe eraan ten grondslag ligt. Pas als je dat hebt ontdekt aandacht besteden aan de details. Dat is kenmerkend voor mijn eigen leiderschapsstijl. “Sommige leiders dienden als voorbeeld hoe het niet moet. Leiders die geen verantwoordelijkheid nemen en anderen voor hun mislukkingen de schuld geven. Maar in de politiek kwam ik vooral leiders tegen waar ik veel respect voor had. Maggie Thatcher of Helmut Kohl bijvoorbeeld. Ook Mandela vind ik inspirerend.”
Hoe kwam u tot de beslissing Mandela vrij te laten? Zei u op een avond tegen uw vrouw: ik denk dat ik morgen Nelson maar eens vrij ga laten?
“Ik heb geen bijbelse ingeving gehad, ik werd ook niet getroffen door een bliksemschicht. Het was een geleidelijk proces. Er was al jaren het besef dat we zo niet door konden gaan, dat hervormingen noodzakelijk waren. We wilden onze goede intenties laten zien en de situatie rechtvaardiger maken. Er waren niet alleen gruweldaden. Zo werden ook projecten gestart waar de zwarte bevolking van profiteerde. Voor het eerst in de geschiedenis van Zuid-Afrika stelden wij bijvoorbeeld onderwijs aan alle kinderen beschikbaar. Dat was al een begin. Als jonge minister was ik me al bewust van de noodzaak te veranderen, dat besef drong ook in de partij door. We wisten alleen niet goed hoe.”
Waarom duurde het zo lang?
“Laten we niet vergeten dat Mandela vastzat omdat hij misdaden had gepleegd waarvoor hij ook in Nederland zou zijn veroordeeld. Hij wilde de regering met geweld omver werpen. Mijn voorganger wilde Mandela al op voorwaarden vrijlaten, maar daar ging hij niet mee akkoord. “Toen ik president werd was mij allang duidelijk dat hij vrijgelaten moest worden. Ik wilde alleen geen heftige emotionele reacties in het land veroorzaken en ik wilde anarchie voorkomen. We waren bang dat er chaos zou ontstaan zoals in de rest van Afrika. Dus hebben we eerst een paar andere belangrijke ANC-leden vrijgelaten. Toen ik in februari 1990 aankondigde dat Mandela werd vrijgelaten ging ik veel verder dan iedereen verwachtte. Ik kondigde aan alle politieke gevangenen vrij te laten. “Het is niet dat er niets gebeurde, maar het duurde lang voordat we realiseerden dat apartheid geen optie was. Een draai van 180 graden was noodzakelijk. Wij hadden een nieuwe visie nodig en die heb ik mede ontwikkeld. Wij wilden een verenigd Zuid-Afrika zonder discriminatie waarin diversiteit wordt gewaardeerd, met bescherming van de minderheden tegen machtsmisbruik van de meerderheid.”
Als u eerder president was geweest, had de apartheid dan ook zo lang geduurd?
“Ik had de hervormingen sneller doorgezet. Maar ik had in mijn tijd wel de tijdgeest mee. De val van de Berlijnse muur heeft bijvoorbeeld geholpen. Want tot die tijd had het ANC nauwe banden met Rusland. Zij kregen geld, wapens en training. Rusland wilde invloed in Zuid-Afrika. Zonder de bemoeienis van Rusland hadden we meer ruimte om met elkaar te overleggen over een gezamenlijk Zuid-Afrika.”
Mandela nam u niet in dank af dat u voor de Waarheidscommissie zei niet op de hoogte te zijn geweest van de gruweldaden tijdens de apartheid.
“Wij hebben door de jaren heen veel ruzies gehad, maar die verwijten vond ik echt unfair. Ik verweet hem ook de ondergrondse activiteiten van zijn partij. Maar uiteindelijk kwamen we er altijd samen uit. Mandela is een bijzondere man, hij toonde geen bitterheid en wilde verzoening. Dat is bewonderenswaardig.”
Begrijpt u de kritiek op uw houding tegenover de Waarheidscommissie?
(Slaat kwaad op tafel.) “Als ik had geweten dat het zo’n interview zou worden had ik hier geen toestemming voor gegeven. Ik word hier zo moe van, ik krijg hier steeds vragen over.”
Is dat zo gek? Er zijn nogal wat gruweldaden gepleegd tijdens de apartheid. Ook onder uw bewind.
“Ik zal herhalen wat ik al jaren zeg: ik wist er niets van. Ik heb nooit opdracht gegeven iemand te vermoorden. Ik heb wel alle verantwoordelijkheid genomen voor alle daden die zijn gepleegd en mijn excuses aangeboden. Verantwoordelijkheid nemen is ook leiderschap tonen. Maar ik kan geen verantwoordelijkheid nemen voor zaken waar ik niets mee te maken had.”
Wat vindt u van het huidige Zuid-Afrika?
“Wij hebben veel problemen zoals geweld en criminaliteit. Maar voor mij staat de positieve ontwikkeling voorop. Onze grootste kracht is de goede wil van de Zuid-Afrikanen. Dat geeft veel energie. Iedereen wil samenwerken. Economisch gezien doen we het goed. Er worden steeds meer banen gecreëerd. De criminaliteit is uiteraard onacceptabel. Maar daar komen we wel overheen. Ons grootste probleem op het moment is aids. Daar doet de regering veel te weinig aan. Maar het wordt tenminste niet meer ontkend.”
Wat vindt u van de Black Empowerment Movement, waarbij zwarte medewerkers de voorkeur krijgen?
“Ik vind het gerechtvaardigd om de achterstand weg te werken. Maar in een aantal opzichten is de beweging te ver doorgeschoten, dan wordt het unfaire discriminatie. Het is een hele dunne lijn. Ik twijfel dus aan de manieren waarop positieve discriminatie wordt doorgevoerd, maar begrijp wel de behoefte. “Er moet meer nadruk komen op ontwikkeling van talent in het algemeen. Training en opleiding zijn de beste manieren om al je talenten te kunnen ontwikkelen. Daar hoort niet bij dat blanke mensen onteigend worden en hun bedrijf of bezittingen aan zwarten over worden gedragen.”
Wat heeft Zuid-Afrika het hardst nodig op dit moment?
“Leiderschap. Op alle niveaus: politiek, kerk, bedrijfsleven. Verzoening en transitie zijn processen die nog steeds gaande zijn. Daar horen leiders bij die elkaar geen verwijten maken of naar elkaar schreeuwen. Zij moeten een constructieve dialoog onderhouden met zowel meerder- als minderheden.”
Met alles wat u nu weet: wat had u zelf anders willen doen?
“Ik heb nergens spijt van. Ik zou alle beslissingen die ik heb genomen met alles wat ik nu weet, weer nemen. Ik ben trots op Zuid-Afrika en op de bijdrage die ik heb geleverd.”
Apartheid
Systeem van rassensegregatie dat tussen 1948 en 1990 in Zuid-Afrika in werking was. Er werden aparte staten voor zwarten opgericht, de zogenaamde thuislanden, zoals Swaziland en Lesotho. De thuislanden die onafhankelijk waren, zijn later weer samengevoegd met Zuid-Afrika.
Waarheids- en verzoeningscommissie
Voluit: Commissie voor Waarheid en Verzoening, in 1995 ingesteld onder voorzitterschap van aartsbisschop Desmond Tutu, om helderheid te verkrijgen over het politiek geweld tijdens het apartheidsregime. Daders kregen recht op amnestie in ruil voor volledige openheid over hun daden. Alleen degenen die grove misdaden hadden gepleegd of weigerden openheid van zaken te geven, werden strafrechtelijk vervolgd.
Black Economic Empowerment
Beleid van de ANC-regering om te zorgen dat benadeelde groepen als zwarte, kleurlingen en vrouwen meer kansen krijgen voor managementfuncties en eigendom van bedrijven. Bedrijven die een bepaald percentage zwarte managers of eigenaren hebben krijgen meer voordelen en vergunningen dan bedrijven die daar niet aan voldoen.
CV Frederik Willem de Klerk
1936 geboren in Johannesburg, Zuid-Afrika
1958 studie rechten Potchefstroom University
1969 advocaat en parlementslid ‘Vereeniging’ in Transvaal
1972 parlementslid Nasionale Partij in Transvaal
1978 diverse ministersposten
1982 provincieleider van de Nasionale Party
1989 voorzitter Nasionale Party
1989 president Zuid-Afrika
1993 Nobelprijs voor de Vrede, samen met Nelson Mandela
1994 vice-president Zuid-Afrika
1997 stapt uit de politiek
1999 autobiografie De laatste trek
De Klerk is voor de tweede keer getrouwd en heeft drie kinderen uit zijn eerste huwelijk.